Geloof ziet de kroon op ieder kruis

“Haha…”, lachte de man spottend tegen zijn vrouw. “Zit je weer onzin te vertellen? Wat jij zegt kan helemaal niet.”

De vrouw had haar man iets verteld over een nieuwe uitvinding, waar ze over gelezen had, maar haar man dacht het beter te weten. Haar ogen stonden bedroefd en met een verkrampt gezicht antwoordde ze zachtjes: “Jij gelooft mij nooit. Maar het is echt waar.” De man haalde zijn schouders op en sloeg verder geen acht meer op haar, want hij was met de sportpagina bezig.

Het doet pijn als je niet gelooft wordt en word uitgelachen. Eigenlijk is er geen belediging die een mens zo diep raakt als dat een ander hem voor een leugenaar uitmaakt en niet serieus neemt.

Misschien realiseren we ons dat niet, maar ongeloof is in wezen niets anders dan het uitlachen van God en zeggen dat Hij een grote leugenaar is. Tenslotte beweert God dat Hij dingen doet die wij in ons ongeloof niet geloven. Neem alleen de Schepping al. God beweert in de Bijbel dat Hij alles gemaakt heeft.

“Onzin, God is geen Schepper,” zegt ongeloof. In haar ergste vorm zegt het ongeloof zelfs dat God niet eens bestaat. God is door de mens zelf in het leven geroepen. Iets waar de zwakke onder ons zich aan vast kunnen houden.” De Bijbel zegt echter iets anders. Daar kwam Job ook achter toen hij op een gegeven moment door God op het matje werd geroepen en God hem vroeg:

“Waar was u toen Ik het fundament legde voor deze aarde? Zeg het Mij, u weet immers zoveel! Waarop steunen de fundamenten en wie plaatste de hoekstenen, terwijl de morgensterren samen zongen en alle engelen juichten van blijdschap?

Heeft men u verteld waar u de poorten van het dodenrijk kunt vinden? Hebt u ook maar enig begrip van de afmetingen van de aarde? Vertel het Mij maar als u het weet! Waar komt het licht vandaan en hoe kunt u daar komen? Of vertel Mij iets over de duisternis. Waar komt die vandaan?”

Zo gaat het nog een tijdje door, maar God zegt hier in niet mis te verstane woorden dat Hij de Schepper is.” * Ongeloof is God een leugenaar noemen. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die snel zullen zeggen, “Dat bedoel ik niet. Ik respecteer het geloof van een ander, maar zelf geloof ik er echter niets van.” Toch kan niet alles ‘waar’ zijn. Het kan niet zo zijn dat God bestaat voor de een, maar Hij bestaat niet voor de ander. Een van de twee heeft het bij het rechte eind. En respecteren? Wat is daar de waarde van? Stel je eens voor dat er iemand naar je toekomt die zegt: “Mijnheer, ik respecteer u volkomen, maar ik geloof geen woord van wat u zegt.” Hoeveel is dat respect je dan waard? Vrienden zul je met die persoon echt nooit worden.

Het is dan ook moeilijk om vrienden met God te worden als je leven wordt beheerst door ongeloof. Het ergste is het nog als God’s eigen kinderen Hem niet eren met hun geloof.

Geloof, in diepste wezen, heeft altijd iets met de conditie van je hart te maken. Als kinderen hun moeder niet geloven, of vader stiekem uitlachen omdat hun vriendjes vader maar een malloot vinden, hoeft het geen betoog dat er in die familie iets goed mis is. God vraagt van ons om in Hem te geloven. Wij hoeven Hem niet te eren met schapen, brandoffers, goede werken of door het luisteren naar de juiste preken. God eren wij met ons hart, door in Hem te geloven en Hem geen leugenaar te noemen. Jezus zei er ook iets over. Die zei: “Deze mensen eren God met de mond, maar in hun hart moeten ze niets van Hem hebben.”* Alles draait om geloof.

“Maar als iemand niet gelooft, kan God niet tevreden over hem zijn. Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en beloont wie Hem zoeken.” *

*Job 38-41
*Mattheus 15:8
*Hebreeen 11:6
Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.