Een besloten tuin

Je bent als een afgesloten tuin, mijn bruid, waar alleen ik mag komen. Hooglied 4:12

Het beeld dat dit vers schept is het beeld van een prachtige vruchtbare, maar besloten tuin. Het gaat hier dus niet over een park waar iedereen zo maar binnen kan komen.

Zo’n mooi aangelegd stadspark, waar oude mensen rondlopen met netjes aangelijnde hondjes, maar waar ook mensen met luid schetterende radio’s rondlopen die lege colablikjes op het gras achterlaten, en kleine boefjes aan de waterkant die stiekem stenen gooien naar de eenden.

Dit is de tuin van God, een plaats waar God zich graag terugtrekt om bij jou te zijn zonder gestoord te worden door de wereld. Zo’n tuin is ook geen woeste wildernis aan de kant van een snelweg, waar de distels lukraak in de hoogte schieten. Een tuin is een zorgvuldig gecultiveerd stuk grond, waarbij aan elk hoekje aandacht wordt besteed.

En zoiets kun je God wel toevertrouwen.

Maar zo’n tuin is niet in een dag klaar. De grond moet worden voorbereid. Er moet worden gespit en gegraven. Het onkruid, en ook stukken steen die nergens toe dienen moeten worden verwijderd, en de verkeerde struiken en bomen moeten worden ontworteld zodat ze kunnen worden afgevoerd. En dan worden er nieuwe bloemen, struiken en bomen geplant en weldra straalt en geurt jouw tuin en is het een parel in Gods ogen geworden.

En wat is dan precies de sleutel tot zo’n mooie tuin? Dat heeft alles te maken met hoeveel ruimte wij God geven. Vaak hebben wij onze eigen ideeën over hoe onze tuin er uit moet zien en gaan we hard aan de slag. God is natuurlijk welkom, maar die hoeft in principe niet mee te helpen.

 

We zeggen tegen Hem dat Hij maar even in de luie stoel moet gaan zitten met een glaasje prik, terwijl wij onze mouwen opstropen. Misschien, zo denken we, kunnen we Hem zelfs nog wel imponeren met ons stoere werk. zo werkt het niet. Dat is de verkeerde aanpak.

De goede dingen die we voor onze tuin zoeken en waarvan we denken dat God ze wel mooi zal vinden, groeien niet zo maar in ons op. Dat komt doordat de grond in onze tuin helemaal niet zo goed is als we zelf denken.

Onze natuurlijke bodemgrond is niet geschikt voor Gods tuin. Op onze eigen grond gedijen de bloemen en planten die God voor ogen heeft helemaal niet.

Anders gezegd, wij proberen allemaal om onze eigen, oude natuur te verbeteren. Maar God wil niets verbeteren aan die oude natuur. Hij trekt alles uit de grond, haalt het hele oude zaakje overhoop en dan, als alles weg is, wrijft Hij zich in de handen en kan het echte werk beginnen. God houdt er niet van het oude op te lappen, maar wil graag iets heel nieuws scheppen. Iets nieuws uit het niets.

Als wij Hem dat toestaan, wordt het Zijn tuin. Dan is alles van Hem en zegt Hij: “Het is goed.”

En de moraal? Ons geloofsleven zal pas gaan groeien als wij ons overgeven aan God. Paulus noemt het ‘Sterven aan jezelf’. Zijn we bereid om onze eigen ideeën met een korreltje zout te nemen, en God toe te staan het roer van ons leven in Zijn handen te nemen? Hij heeft een prachtige tuin in gedachten en weet hoe Hij van ons hart een stukje hemel op aarde kan maken. Hij is een gedegen tuinarchitect.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.