De sleutel van de wind

De troon van de HERE staat in de hemel, Hij is Koning over alles. -Psalm 103:19

Vroeg in het voorjaar stapte ik welgemoed de deur uit, toen de oostenwind me in het gezicht blies; een uitdagende, genadeloze wind; fel en vernietigend met een stofwolk in zijn kielzog. Ik haalde juist de huissleutel uit de deur toen ik ongeduldig zei: “Ik wou dat de wind…” draaide, wou ik bijna zeggen. Maar ik hield me net op tijd in en maakte mijn zin niet af. Terwijl ik op weg ging kwam er door het voorval het volgende verhaal bij me op:

Er kwam een engel die een sleutel naar me uitstak terwijl hij zei: “Mijn Meester brengt u Zijn groeten over en Hij wil dat ik u deze geef.”
“Een sleutel? Waarvoor is die?” vroeg ik verbaasd.
“Dit,” antwoordde de engel, “Is de sleutel van de wind.” En toen verdween hij.

Dat was me een buitenkansje. Ik haastte me naar de hoogvlakten waar de wind vandaan kwam en bleef daar staan bij de diepe grotten waar alle winden hun woonplaats hadden. “Het is nu genoeg geweest met die oostenwind; hij zal ons niet meer plagen,” riep ik uit en beval de boze wind om een van de grotten in te gaan.

En warempel, de wind gehoorzaamde en verdween in een van de grotten. Terwijl ik de deur achter de wind dicht deed hoorde ik de echo nog weerklinken in de holle ruimte. Ik draaide triomfantelijk de sleutel om. “Mooi,” zei ik, “die zijn we kwijt.”

“Wat zal ik er nu voor in de plaats kiezen?” vroeg ik me af, terwijl ik om me heen keek. “Een zuidenwind misschien? Die is aangenaam!” Ik dacht aan de lammeren en het jonge leven overal om me heen en de bloemen die bloeiden aan de hagen. Maar terwijl ik de sleutel in het sleutelgat stak kreeg ik toch een naar voorgevoel.

“Waar ben ik mee bezig?” riep ik, “wie weet wat voor onheil ik hiermee veroorzaak? Hoe kan ik nu weten wat de velden nodig hebben! Er kan groot onheil voortkomen uit mijn dwaze wensen.”

Verbijsterd en beschaamd keek ik omhoog en bad dat de Heer Zijn engel zou terugsturen om de sleutel van me over te nemen en ik beloofde dat ik nooit meer zou wensen dat ik hem had. Maar daar stond de Heer Zelf naast me. Hij stak Zijn hand uit om het kleinood van me aan te nemen en terwijl ik hem in Zijn hand legde, zag ik dat die sleutel op Zijn heilige wondafdruk rustte.

Het deed me enorm veel pijn dat ik ooit had kunnen mopperen over iets dat God had gedaan; Hij, die zulke geheiligde tekenen van Zijn liefde droeg. Toen hing Hij de sleutel weer aan Zijn gordel.
“U bent dus de bewaarder van de sleutel van de wind?” sprak ik.

“Inderdaad, Mijn kind,” antwoordde Hij genadig. “Maar er is meer.”

Toen keek ik nog eens wat beter en zag daar meer sleutels hangen. Dat waren alle sleutels van mijn leven. Hij zag de verbaasde blik op mijn gezicht en vroeg: “Wist je dan niet, mijn kind, dat mijn koninkrijk over alles heerst?”

“Over alles, mijn Heer?” antwoordde ik, “maar dan is het niet veilig om ook maar ergens over te mopperen.” Toen legde Hij Zijn hand teder op mijn hoofd. “Mijn kind,” zei Hij, “je bent enkel veilig als je in alles liefhebt, vertrouwt en prijst.”

Mark Guy Pearse

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.