De juiste man

Vele jaren geleden zat er een zendeling in de trein, op weg naar China. De vermoeide reiziger was al vier dagen onderweg maar nu was hij dan toch bijna thuis. Het was een zware tocht geweest en hij snakte er[1]naar om in zijn eigen bed tot rust te komen… Maar opeens begon de trein af te remmen en kwam met piepende remmen tot stilstand. De verbaasde man staarde door het vuile raam naar buiten en kon maar niet ontdekken waarom ze stilstonden. Ze stonden midden in het verlaten landschap en er was geen station te bespeuren.

Zo werd het geduld van de vermoeide man danig op de proef gesteld, want na 45 minuten stonden ze nog steeds op dezelfde plaats.

En toen opeens raasde er een grote, zware locomotief waar een lange sliert volgeladen wagons achter hing langs hen heen, uit de tegengestelde richting. Daar was de reden voor hun vertraging. Het sein voor de trein was rood en als de trein was doorgereden waren ze een zekere dood tegemoet gegaan, omdat een ongeluk onafwendbaar zou zijn geweest. Wij weten niet waarom het leven ons soms brengt wat het brengt, maar wij mogen vertrouwen in een liefdevolle Vader die precies weet welke seinen rood en welke er op groen staan.

***

Een enthousiaste jongeman had het diepe verlangen om God te dienen op het missieveld, maar voordat hij uitgestuurd kon worden moest hij in gesprek met de directeur van het zendingsgenootschap.

Die zou bepalen of de jonge man geschikt was voor het zware leven op een afgelegen missieveld. De afspraak was om drie uur in de ochtend.

Om drie uur belde hij aan bij het kantoor. Er werd open gedaan door een bediende die hem naar de wachtkamer leidde en hem daar verder liet zitten. Om acht uur kwam de directeur eindelijk binnen.

“Goedemorgen,” zei hij terwijl hij joviaal zijn hand uitstak. “Hebt u goed geslapen? U zult wel een kopje koffie lusten! Komt u maar mee!” In het kantoor van de directeur werd hem een stoel aangeboden.

“Kunt u spellen?” vroeg de directeur.

“Natuurlijk,” antwoordde de kandidaat. “Prima! Hoe schrijft u bakker?”

“B-A-K-K-E-R”.

“En rekenen? Hoeveel is drie maal twee?” “Dat is zes,” antwoordde de verbaasde kandidaat.

“Geweldig,” sprak de directeur. “Ik denk dat u geslaagd bent. Ik zal het morgen bespreken met mijn stafleden.”

De volgende dag besprak de directeur de resultaten van het interview met zijn stafleden. “Ik geloof dat deze man de geschikte man is voor het werk op het zendingsveld! Ik heb hem op alle belangrijke punten getest en hij is er met vlag en wimpel doorheen gekomen. Allereerst heb ik hem getest op opofferingsgezindheid. Ik liet hem om drie uur in de ochtend komen en hij kwam zonder erover te klagen. Ten tweede was hij precies op tijd.

Vervolgens heb ik hem getest op geduld. Ik liet hem vijf uur wachten, zonder hem verder uit te leggen waarom. Hij is netjes gebleven. Toen heb ik hem getest op zijn humeur. Hij had, na vijf uur gewacht te hebben, alle reden om boos uit zijn slof te schieten, maar hij was erg beleefd toen ik hem om acht uur de hand reikte. Toen heb ik hem getest op arrogantie en hoogmoed door hem vragen te stellen die een kind van zes zou kunnen beant[1]woorden. Hij bleef vriendelijk en beantwoordde eenvoudig mijn vragen. Ik denk dat we de juiste man voor ons werk gevonden hebben.”