De juiste bril

“Het is mijn verdiende loon dat ik hier zit,” stond er op het blauwe briefpapier in moeilijk leesbare hanepoten.

“Het is mijn eigen schuld, maar ik heb er vrede mee. Ik verlang echter intens naar de dag aan het einde van mijn leven, dat ik voor Gods troon mag neervallen om Hem persoonlijk om vergeving te vragen voor al mijn vreselijke fouten.” De brief kwam uit de gevangenis en was geschreven door een man met wie ik sinds kort correspondeerde, die daar nog vele jaren moest verblijven. Hij had zich in de gevangenis bekeerd en had vrede in God gevonden en wist dat hij vergeven was. Toch schud je de gevolgen van een leven vol boosheid, geweld en haat niet zomaar van je af en hij hunkerde ernaar om God persoonlijk in de ogen te kunnen kijken om Hem te zeggen hoe erg het hem speet dat hij zijn leven zo vergooid had.

“Maar,” zo schreef hij, “ik besef al die dingen nog maar pas, sinds ik hier zit opgesloten. Zonder mijn straf zou ik er niets van begrepen hebben. Wat een geschenk is het dat ik hier mag zijn en dat ik elke dag weer opnieuw mag genieten van de schoonheid om mij heen.”

Deze gevangene had het over schoonheid. Schoonheid in een cel? Schoonheid tussen verstikkende, grijze  muren, omringd door mede-mislukkelingen en in veel gevallen zelfs het uitschot van de maatschappij? Waar is de schoonheid in een saaie, dagelijkse sleur zonder toekomst?

Ook hier ligt het antwoord in God. Door welke bril kijken wij naar het leven? Zien wij Gods beloften en Zijn hoop voor onze levens of kijken wij naar onszelf en de schijnbaar hopeloze situatie in de wereld?

Deze gevangene leerde in zijn rechtvaardige straf de juiste bril te dragen. Hij schreef: “Een regenbui op mijn hoofd als ik gelucht word is een zegen. Het is een zegen de wolken te mogen zien en de zon die door mijn celraam naar binnen straalt.

De aanblik van een vogel die over vliegt en mij eraan herinnert dat ook ik eens in vrijheid zal rondvliegen, is een geschenk van God. Wat een zegen als ik met een medegevangene in gesprek raak en vriendschap sluit. Als ik plezier heb en mag lachen om een grappige situatie.”

En wij? Wij hoeven toch zeker de gevangenis niet in om ons te realiseren hoe groots en schoon de wereld is die God ons gegeven heeft. Gods liefde manifesteert zich voortdurend en vaak in de kleinste dingen. Zo klein soms, dat wij het maar gewoon vinden. Pas als wij die kleine en doodgewone dingen niet langer hebben realiseren wij ons opeens hoe belangrijk ze waren. Alleen als wij ziek zijn verlangen we intens naar de gezondheid die eerst zo normaal was. Als de vriendschap voorbij is zien we pas hoe kostbaar die vriendschap was.

Juist daarom spoort Paulus ons aan om onze gedachten te richten op “alles wat waar, eervol, rechtvaardig, zuiver en mooi is en op wat goed bekend staat, kortom op alles wat deugdzaam en loffelijk is.” *

God leeft in alles om ons heen. Een glimlach, een warme kop thee die iemand voor je zet als je moe bent, een boswandeling op een stralende lentemorgen…Maar je moet het zien. En dat kan alleen als je de juiste bril opzet.

Is dat makkelijk? Nee, niet altijd. Paulus noemt het een strijd. Hij zei: “Blijf strijden voor God. Houd je vast aan het eeuwige leven, dat God je heeft gegeven en waarvan je voor vele getuigen een klinkend getuigenis hebt  afgelegd.” En hoe strijden wij? Door God te blijven betrekken in onze dagelijkse wandeling met Hem. Door Hem  te danken voor alles wat er om ons heen en met ons gebeurt, ook al begrijpen we het soms niet. God is getrouw  en zal ons nooit laten vallen

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.