De hoop op Gods heerlijkheid

“God? Die bestaat niet,” schreeuwde de atheïst ten tijde van de Eerste Wereldoorlog vanaf zijn zeepkistje tegen de menigte in een Londens park. “God is in Londen nergens te vinden.” Twee soldaten, die net gewond waren teruggekomen uit de loopgraven luisterden een poosje naar hem, maar toen de ongelovige man maar bleef doordrammen over het feit dat God niet bestond, had een van de soldaten er uiteindelijk genoeg van. Hij schraapte zijn keel en schreeuwde terug: “Dat God in Londen niet te vinden is, daar kan ik nog inkomen, maar één ding weet ik heel zeker. Als je God wilt ontmoeten ga dan maar eens naar de loopgraven. Dan kom je Hem echt wel tegen.”

Paulus schrijft: “Er zijn drie dingen die altijd zullen blijven bestaan: geloof, hoop en liefde. Maar de liefde is het voornaamste.” * Vaak worden deze dingen pas een realiteit als wij geconfronteerd worden met moeilijkheden, gevaar of problemen, en wanneer onze normale hulpmiddelen niet langer toereikend blijken om ons de steun te geven die we nodig hebben. Hoop helpt ons om ondanks het duister toch het licht te zien, maar die hoop moet natuurlijk wel ergens op gestoeld zijn. Dat is de zekerheid van Gods Woord, het geloof. Het Bijbelboek Spreuken zegt er ook iets over. “Een moedig hart (een hoopvol hart) is de mens tot steun, zowel in geestelijk als lichamelijk lijden, maar wie zal een ontmoedigd hart tot steun zijn?” *

Eens, tijdens een kortstondige wapenstilstand gedurende de Amerikaanse burgeroorlog waarin de twee vijandelijke legers elkaar mismoedig aanstaarden vanuit hun kapot geschoten stellingen, gebeurde er iets bijzonders. Vanuit het gras, te midden van de vele gesneuvelde soldaten steeg opeens een klein bruin vogeltje op in de richting van de hemel. En daar, hoog boven de verbouwereerde legers begon dat vogeltje een prachtig lied te zingen, duidelijk hoorbaar voor de ontmoedigde soldaten. Waar dat beestje opeens vandaan kwam wist niemand, maar voor iedereen die het horen wilde was de boodschap overduidelijk. Er was een God die leeft. Er was een God die voor de mens wil zorgen. Er was hoop. Op het moment dat het vogeltje zijn lied begon te zingen braken vele staalharde harten in duizend stukjes. De soldaten die zochten naar hoop en houvast vonden hun kracht in het hemelse lied van dat vogeltje.

Hoop is een vogeltje op het slagveld. Hoop zingt niet in een verzilverde kooi en kan niet opstijgen in een atmosfeer van religieuze weldaad en zelfgenoegzaamheid. Maar op het moment van diepe nood, als het duister ons lijkt te verzwelgen begrijpen we pas goed wat zo’n vogeltje ons te vertellen heeft. Wij zijn alleen, maar nooit verlaten. Wij zijn altijd met God.

*1 Corinthiërs 13:13
* Spreuken 18:14

Download PDF

Reacties

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.