De berghut

Stel je eens voor dat je op een een ruig bergpad loopt. Het sneeuwt, de afgrond is diep en de wind huilt door de naaldbomen. Nee, dit is geen pad voor een beginneling. Je kunt door de sneeuw nog nauwelijks een hand voor ogen zien en het lijkt er niet op dat het snel beter zal worden. Veel markeringen zijn er niet en aan de kaart heb je door dit beestenweer ook niet veel. Je moet op je gevoel verder. Het zwaarste deel van de tocht ligt nog voor je en eigenlijk ben je al behoorlijk moe. Je voeten doen zeer, je handen zijn haast gevoelloos door de genadeloze koude en de wind slaat grote, natte sneeuwvlokken in je gezicht. Maar je vecht door. Je bent moedig en je wilt van geen ophouden weten. Je wilt naar boven, naar de top. Je hebt er alles voor over om het doel te bereiken.

En toch vraag je je soms af of het wel zal lukken. Heb je de kracht wel om door te gaan?

En dan zie je in de verte, door de bomen, opeens wat licht. Opgewonden stap je verder. Het blijkt een berghut te zijn. Een soort pleisterplaats voor bergbeklimmers. Het ziet er warm en gezellig uit. Er komt een grote rookpluim uit de schoorsteen en de geur van geroosterd vlees komt je tegemoet.

Een warme drank zou je goed doen. Koffie of thee en misschien zelfs wat sterkers voor de inwendige mens.

Binnen wordt er gelachen. Het klinkt vrolijk. Eigenlijk lijkt die hut wel een eiland van warmte en vriendelijkheid temidden van die ijzige sneeuwstorm en de huilende wind.

Je gluurt door een van de raampjes naar binnen. Er zit een aantal bergbeklimmers aan een grote tafel, met grote borden dampend eten voor hun neus. Ze praten met elkaar over de tocht, en wisselen hun ervaringen uit.

Zou je hier misschien ook kunnen slapen? Natuurlijk wel. Dat kan altijd in zulke plaatsen. En het zou fijn zijn om met de andere bergbeklimmers te praten. Je zou nog wat van hun ervaringen kunnen opsteken en de rust zou je goed doen.

En toch ben je er niet zeker van. Hier stoppen betekent heel wat tijdverlies en dat kun je niet gebruiken. Je moet tenslotte naar de top. Het liefst zo snel mogelijk. Natuurlijk doet je lichaam zeer en is de kou tot op je botten doorgedrongen en natuurlijk zou een goed maal je goed doen, want je hebt tenslotte alleen maar wat kleine hapjes uit je rugzak kunnen eten. En natuurlijk kun je je weg nauwelijks zien door de sneeuw, maar toch… Ophouden is voor slappelingen. Moet je die lui daar binnen toch eens zien! Ze zitten allemaal te lachen en maken plezier. Die denken echt niet aan de top en aan het doel! Dat kun je zo wel zien. Die zitten liever gezellig bij het vuur met een warme kom soep. Weten die eigenlijk wel wat het is om je ergens helemaal voor in te zetten? Nee, jij kunt maar beter doorploegen!

 

 

Er is nog wel een stemmetje diep van binnen dat probeert om een waarschuwingsboodschap uit te sturen: “Maar je bent moe en uitgeput. Je kunt in dit weer makkelijk verdwalen en in een afgrond vallen. Je zou je benen wel kunnen breken!” Maar je luistert er niet naar. Je kijkt nog een laatste keer naar binnen en draait je dan resoluut om en verdwijnt in het duister van de storm. En dat was de laatste keer dat iemand je zag en van je hoorde…

Je kunt je nauwelijks voorstellen dat iemand dat zou doen. Wat een stommeling. Onverantwoordelijk gewoon. Toch doen wij dit allemaal weleens op het geestelijke vlak wanneer we oog in oog komen te staan met een grote uitdaging en Jezus ons verlangend vraagt om bij Hem te komen rusten zodat wij kunnen aansterken alvorens we het gevecht voortzetten. Het leven is niet altijd gemakkelijk. Maar Jezus voorziet in alles voor de soms zo zware tocht. Hij geeft ons Zijn Woord en de mogelijkheid om met Hem over alles te praten. Zijn Geest staat klaar om ons te begeleiden en er zijn vele medereizigers om ervaringen mee uit te wisselen. Maar er zijn zo van die dagen dat we liever op eigen kracht doorvechten en de tijd en de rust niet willen nemen om de berghut binnen te gaan.

We kunnen het tenslotte zelf wel aan. We moeten verder. Wij hebben nu even geen tijd voor de pleisterplaats. En zo lopen we er voorbij. Jezus ziet het liever heel anders.

Hij wil dat we geestelijk even tot rust komen en een goede maaltijd eten. Hij wil dat we van onze medereizigers leren en dat we de nacht doorbrengen in de berghut die Hij voor dit doel heeft gebouwd.

Waarom stoppen we er dan niet altijd? Waarom slaan we ons zo vaak alleen een weg door onze problemen heen? Is het onze trots? Willen we liever niet toegeven dat wij eigenlijk niet zo sterk zijn als we onze medereizigers voorhouden? Maar de realiteit is dat we er in ons eentje maar zwak voorstaan. Alleen is de weg vaak zwaar en duister.

De bergen die we beklimmen zijn steil en dat zullen ze altijd blijven. Daar kan ook Jezus niets aan doen. Ook de storm zal regelmatig de kop opsteken en er zullen altijd dagen zijn waarop we niet zeker weten of we de top wel zullen halen. Maar daarom heeft Jezus de berghut gebouwd. Als we de tijd nemen om in Hem te rusten wordt het een geweldige tocht.

Woorden van Jezus:

Luister naar Mijn stem in je hart als Ik je de berghut aanwijs en ga er naar binnen. Verwarm je daar aan Mijn vuur, drink een grote kop van Mijn troost en doe je tegoed aan Mijn Woord. Maak plezier met je medereizigers en leer van elkaar. Klim in dat grote, warme ledikant dat Ik voor je heb klaarstaan zodat je weer op kracht komt. Dan ben je weer klaar om je tocht voort te zetten en zul je de top uiteindelijk ook bereiken. De top met haar overweldigende uitzicht, haar kristalheldere bergbeekjes en zuivere lucht. Dan kun je anderen vertellen hoe ze daar ook kunnen komen. Rust in de berghut.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.