Maandag 28 februari 2022

Een christelijke vrouw die laat op een avond met een veerboot mee voer, merkte daar een man op die met meer dan gewone belangstelling naar haar keek. Een onguur type; ze probeerde hem af te schudden, maar tot haar ergernis en schrik stapte de man op haar af en vroeg met een lijzige stem: “Ben je alleen?”

“Nee meneer,” zei de vrouw. ”Beslist niet.”

De man keek om zich heen en stapte toen terug in het duister, maar bleef haar van een afstand gadeslaan. Eenmaal op de kade aangekomen snelde de vrouw door de verlaten straten naar huis, maar al snel hoorde ze voetstappen die haar volgden. Die man van de boot liep achter haar aan. Zij richtte zich tot God en vroeg Hem om bescherming. Toen ze in de buurt van haar huis kwam versnelde de man zijn pas, kwam hij weer naast haar lopen en vroeg haar: “Ik dacht dat je zei dat je niet alleen was?”

“Dat ben ik ook niet, meneer,” was haar antwoord.

“O nee?” sprak de ander met een noot van sarcasme in zijn stem. “Ik zie anders niemand. Wie is je gezelschap dan?”

“De Heer Jezus Christus,” antwoordde de vrouw met ferme stem. “Hij en zijn heilige engelen wandelen met mij,”

De man versteende en hakkelde: “Dat gezelschap is mij te … machtig. Goedenavond.” Direct na die woorden verdween hij terug in het duister en de vrouw kwam veilig thuis.

Toen zei God: “Moet Ik Zélf meegaan om je gerust te stellen?” Ook deze keer zal Ik doen wat je vraagt, omdat je mijn vriend bent en Ik goed en vriendelijk voor je wil zijn.”
Exodus 33:14,17

Deze week nieuw op de site:
Slechts een zaaier
Bouwen aan een relatie met God

 Spreuk van de week

Ik heb altijd geklaagd dat mijn werk voortdurend onderbroken werd, totdat ik langzamerhand begon te ontdekken dat juist mijn onderbrekingen mijn werk waren.

Henri Nouwen

Om over na te denken

Hoe teder brengt God ons tot rust en bedaart Hij onze angsten! Hoe lieflijk zegt Hij in Zijn woord: Want Ik, je Heer God, grijp jou bij je hand. Ik zeg tegen je: Wees niet bang. Ik help je. Wees niet bang, jij klein volkje Israël, zo klein en machteloos als een wormpje! Ik help je, zegt de Heer. De Heilige God van Israël is je Redder. -Jesaja 41:13

Hij zegt het niet slechts één keer, maar blijft het maar zeggen en houdt onze hand vast. De gezegende Heer vat alles samen in één enkele boodschap van eeuwige troost: “Ik ben het, wees niet bang.” Hij is het tegengif voor alle angst; Hij is de remedie voor iedere moeilijkheid; Hij is de kern en de bron van onze bevrijding. Daarom kunnen wij boven onze angsten uitstijgen. Laten wij onze ogen dus op Hem gericht houden; voortdurend in Hem vertoeven en tevreden zijn in Zijn aanwezigheid. Laten wij ons aan Hem vastklampen en uitroepen: Bij God zijn we veilig. Hij is onze schuilplaats, onze burcht waar we veilig zijn. Hij heeft ons altijd geholpen als we in moeilijkheden zaten. Daarom zullen we nooit bang zijn, zelfs niet als de aarde schudt, zelfs niet als de bergen in de zee vallen. -Psalm 46:2

Naar een artikel van AB Simpson

Het archief van CH Spurgeon

Uw kleren geuren van heerlijke parfum. Uit uw met ivoor versierde paleiszalen klinkt prachtige muziek.
-Psalm 45:9

De goddelijke zalving doet zelfs de gewaden van onze Machtige Held geuren met een hemels parfum, zo beminnelijk en kostbaar dat zelfs de meest welgestelde mens zich die niet kan veroorloven. Die geur is verrukkelijk voor elk zintuig. Zacht voor de ogen, aangenaam voor de oren en zoeter dan de vriendelijkste geur op aarde. Hoe kostbaar zijn de eigenschappen van Jezus. Beter zijn ze dan de zeldzaamste specerijen die er zijn; een parfum dat altijd precies in de juiste verhouding is vermengd en waarin alle wedergeboren geesten zich verheugen. Hoe bijzonder dat alles waar Hij mee te maken heeft, en alles wat Hij aanraakt, door zijn aanwezigheid geparfumeerd wordt. Zijn kleding geurt met hemelse intensiteit en straalt met luister. Alles wat goed, schoon en prachtig is komt in Jezus samen en wordt uitgestort waar Hij maar komt.

Hoe schoon is dan het paleis van onze hemelse Koning. De Bijbel spreekt over goud en ivoor, maar die geven slechts een flauw beeld van zijn koninklijke zetel, de plaats waar Hij zich verblijdt in de tegenwoordigheid van de Vader en in het gezelschap van zijn heiligen. O, om Hem te aanschouwen, gekleed met zijn welriekende gewaden. Zelfs van verre brengt Hij onze geest in vervoering. Als wij nu, op deze donkere aarde, al zoveel goeds van Hem ervaren, hoe zal het dan zijn als we uiteindelijk aan de andere kant van de paarlen poorten zijn aangekomen en zelf in dat paleis mogen rondlopen, te midden van die zalen van Sion, vol muziek en in de blijvende aanwezigheid van de Koning! Wij arme ballingen kunnen ondanks onze tijdelijke verbanning Zijn eer uit volle borst bezingen want onze Koning, onze Welbeminde, heeft het kwaad verslagen en Zijn troon beklommen.

Uit de schatkist van het verleden
Rowland Taylor (1510 – 1555) was een Engelse protestantse martelaar tijdens de Mariavervolgingen van de regering van Mary I, koningin van Engeland. Hij stond bekend als een zachtmoedig man, zonder wrok of kwade wil; bereid om goed te doen aan alle mensen, en iemand die zijn vijanden gemakkelijk vergaf. Terwijl hij met opgeheven hoofd naar de brandstapel werd geleid riep hij uit: “Nog maar twee passen en dan ben ik bij het huis van mijn Vader.”
Wat een heerlijkheid en wat een voorrecht om voor Christus te mogen leven.

Jezus zei: “Wees niet verdrietig. Jullie geloven in God. Geloof nu ook in Mij. In het huis van mijn Vader is plaats voor heel veel mensen. Als dat niet zo was, zou Ik het jullie hebben gezegd. Ik ga daarheen om alles voor jullie klaar te maken. Daarna kunnen jullie ook komen.
Johannes 14:2-3

Dat is grappig

Een priester en een dominee hebben een ongelukje met de auto en rijden tegen elkaar op. Gelukkig zijn ze geen van beide gewond, maar de auto’s zijn er slecht aan toe. Nadat ze allebei uit hun auto zijn gekropen, zegt de dominee: “Dus jij bent priester. Dat is interessant, want ik ben dominee. Onze auto’s zijn kapot, maar wij zijn allebei ongedeerd. Dit moet een teken van God zijn dat we vrienden moeten worden ondanks onze verschillende geloofsopvattingen.” De priester antwoordt: “O, ja, daar ben ik het mee eens. Haast een wonder, en dat is nog niet alles, want ofschoon mijn auto aan diggelen ligt heb ik er nog een fles wijn in liggen en die is nog heel. Laten wij die opentrekken om onze vriendschap mee te beklinken.” De dominee aarzelt als de priester de fles ontkurkt en hem de fles overhandigt. Hij is niet in de gewoonte om overdag te drinken, maar om zijn nieuwe vriend niet voor het hoofd te stoten besluit hij maar mee te doen en zet de fles aan zijn lippen. Na een paar forse teugen geeft hij de fles terug aan de priester zodat die ook wat kan drinken, maar die doet de kurk er weer op met een tevreden zucht. “Neemt u niets?” vraagt de dominee. “Nu niet,” antwoordt de priester. “Ik denk dat ik even wacht tot na de aangifte bij de politie.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.