Maandag 14 maart 2022

Na haar jarenlange trouwe dienst als huishoudster in het huis van een welgestelde, doch ongelovige barones werd Marie te oud voor het werk en verhuisde ze naar een armzalige bouwval ergens op het land. Een paar maanden later vroeg de barones haar op de thee om haar nog eens te bedanken voor haar goede dienst. Ze voelde zich ook wel wat bezwaard over het nieuwe onderkomen van haar vroegere huishoudster en hoopte zo om van dat vervelende gevoel af te komen. “Marie, vertel me eens,” aldus de barones, “het moet toch wel een grote klap voor je zijn geweest om na mijn mooie huis in zo’n beroerd huisje terecht te zijn gekomen. Gaat het een beetje?”

“Natuurlijk mevrouw,” antwoordde Marie met een tevreden glimlach. “God is goed voor me en overal waar ik kom straalt Zijn licht op mijn pad.” Ze aarzelde even en zei toen: “Ik ben alleen een beetje bezorgd voor u.”

“Voor mij?” vroeg de barones verbaasd. “Waarom zou je bezorgd voor mij zijn?”

“Als u sterft zult u dit prachtige landgoed ook moeten verlaten en zoals de zaken er nu voor staan lijkt het er op dat uw volgende onderkomen erbarmelijker zal zijn dan het huisje waar ik nu in woon.”

Als we alleen voor het leven hier op aarde het goede van Christus verwachten, zijn we de zieligste mensen van de hele wereld.
1 Corinthi
ërs 15:19

Deze week nieuw op de site:
Een bekwame landheer
Groeien in geloof
De nieuwe Actief is uit
Deze nieuwsbrief lezen in je browser

Spreuk van de week
Wees voorzichtig hoe je leeft, want of je het nu door hebt of niet, je bent de enige bijbel die sommige mensen ooit zullen lezen.
William Toms

Om over na te denken

Doof het vuur van de Heilige Geest in jullie binnenste niet uit.
1 Thessalonicenzen 5:19

Het vuur van de Heilige Geest uitdoven? Dat klinkt als een ernstige waarschuwing. De enige manier om te zorgen dat het vuur blijft branden is, er voortdurend naar te streven in overeenstemming met de gezindheid van de Geest te leven. Daarbij is het van het grootste belang om met grote nauwkeurigheid een onderscheid te maken tussen de voorstellen van de Heilige Geest en de voorstellen van ons eigen misleidende hart. Houd daarbij voortdurend de wensen en verlangens van de Geest voor ogen, zoals ze beschreven staan in de Heilige Schrift. Door in gebed te blijven, dichtbij de Geest, zullen we op onze hoede zijn voor impulsieve beslissingen, ondoordachte daden en onbezonnen woorden die ons anders veel verdriet zouden berokkenen. Doorzoek het Woord. Betrek Christus bij alle mogelijke gelegenheden. Zoek de gemeenschap van Zijn volk. Vermijd gelijkvormigheid aan de wereld met haar losse moraal en ijdele trots. In Markus 13 lezen we: “Let goed op, want jullie weten niet wanneer de Heer van het huis terugkomt: laat in de avond of om middernacht, ’s morgens vroeg als de haan kraait of later op de ochtend. Want als Hij plotseling komt, mag Hij jullie niet in slaap vinden. Ik zeg het dus niet alleen tegen jullie, maar tegen iedereen: blijf goed opletten! Waakt! En zorg ervoor dat je olie in je lamp hebt. Doof de Geest niet.
Bowen

Het archief van C.H. Spurgeon

De Heer zegt: “Omdat hij heel veel van Mij houdt, zal Ik hem redden. Ik zal hem beschermen, omdat hij Mij kent.
Psalm 91: 14

 Hier spreekt de Heer zelf over zijn eigen uitverkorenen. Omdat wij van Hem houden komt de verlossing. Niet omdat wij het verdienen om zo bewaard te worden, maar omdat wij, gebroken, zwakke, onvolmaakte kinderen, God liefhebben. Niet zijn zegeningen of de dingen die Hij voor ons kan doen, maar God zelf. Niet alleen de engelen van God, maar de God van de engelen zal ons in alle gevaarlijke tijden te hulp komen. Het is onze ongeveinsde liefde voor Hem die ons doeltreffend zal verlossen. Wanneer ons hart vervuld is van liefde voor de Heer en we door Hem in beslag genomen worden, zal de Heer die heilige vonk in ons hart herkennen en in actie komen. Het is de liefde voor God die het kenmerk is van hen die door de Heer behoed worden. Voor iemand die geen warme genegenheid voor God bezit is het vrijwel onmogelijk om in intieme, diepe gemeenschap met God te verblijven.

Die warme gemeenschap met God als levende persoon vervult ons met vreugde en rust en vertrouwen, met een warme genegenheid jegens God en een intelligent vertrouwen in Hem. Hoe kostbaar is de vriendschap met God. Wij zouden die relatie moeten begeren boven alles wat de aarde ons kan bieden. Hoe wonderschoon is het op de bergtop, samen met God.

Uit de schatkist van het verleden
Toen de Bijbel in Engeland in een ver verleden eindelijk door mensen gekocht kon worden kostte het boek 37 Engelse Pond, ongeveer 45 Euro. Een eenvoudige arbeider verdiende in die tijd echter niet meer dan drie halve penningen per dag. Omgerekend naar de prijzen van vandaag is dat nog niet eens 1 Eurocent. Dus als zo’n arbeider zelf een bijbel zou willen kopen zou hij 13 jaar lang alles wat hij verdiende opzij moeten leggen en dan ook op zondag moeten werken. Gelukkig zijn de tijden veranderd. Vandaag kan men al een volledig exemplaar van het Woord van God kopen voor minder dan 10 euro, en de meeste bijbels kunnen ook nog eens gratis online gelezen worden. Wat een rijkdom dat wij ons mogen voeden met dat kostbare Woord en dat het ons zo overvloedig is gegeven.

De bevelen van de Heer zijn waarheid en zijn allemaal juist en goed. Ze zijn kostbaarder voor een mens dan goud, kostbaarder dan veel, zuiver goud.

Dat is grappig

Op een dag gingen de dominee en een ouderling vissen, samen met een nieuwe gelovige uit de kerk en het leek een goede gelegenheid om het Evangelie wat dieper met de nieuwe gelovige te bespreken. Toen ze met hun bootje in het midden van een meertje waren aangekomen sprak de dominee met gefrustreerde stem: “Asjemenou… heb ik toch mijn hengel aan de kant laten liggen.”

Tot grote verbazing van de nieuwe gelovige stapte de dominee de boot uit en liep hij over het water terug naar de oever om daar zijn hengel op te rapen. Toen hij weer terug was zei de ouderling met een gespannen gezicht, “Jongens, de natuur roept. Ik ben zo weer terug.”

De nieuwe gelovige keek gefascineerd toe en toen de ouderling weer terug was gekomen wilde hij niet achterblijven. Hij zou die twee anderen wel eens laten zien hoe groot zijn geloof was.
“Ik moet ook even,” zei hij nonchalant en stapte vol overtuiging de boot uit. Hij kwam met een grote plons in het water terecht en ging direct kopje onder. Toen hij al proestend en sputterend weer boven kwam zei de dominee tegen de ouderling: “Wat dom van ons. We hadden hem even moeten vertellen waar de stenen liggen.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.