Maandag 13 juni 2022

 

Een oude, gelovige opa had nog maar een paar dagen te leven en een van zijn kleinkinderen wilde hem nog graag wat Bijbelpassages voorlezen. “Opa,” zei het jochie, “zal ik je het mooiste vers uit de hele Bijbel voorlezen?

Er verscheen een vermoeide glimlach op het gezicht van de oude man en hij antwoordde: “Alsjeblieft. Dat wil ik heel graag horen.”

Het kereltje pakte het bijbeltje dat naast opa op zijn nachtkastje lag en bladerde er even in. Toen hij Johannes 14 had gevonden begon hij te lezen. “In het huis van mijn Vader is plaats voor heel veel mensen. Als dat niet zo was, zou Ik het jullie hebben gezegd. Ik ga daarheen om alles voor jullie klaar te maken. Daarna kunnen jullie ook komen.”

Toen hij klaar was zei de oude man, “Heel mooi, jongen. Dank je wel. Maar dat is niet het mooiste vers uit de Bijbel. Hert mooiste vers komt nog, maar dan moet je verder lezen.”

Het jochie las verder: “Wanneer Ik ben weggegaan en alles voor jullie heb klaargemaakt, kom Ik terug om jullie op te halen. Dan zullen jullie zijn waar Ik ben.”

“Dat is voor mij het mooiste vers uit de Bijbel,” sprak opa zacht. “Het gaat mij niet zo zeer om het huis dat God voor mij heeft klaarstaan. Het gaat mij om Hem. Wat is het mooi om te weten dat ik binnenkort bij Hem ben. Daar gaat het om.”


Deze week nieuw op de site:

Die wonderlijke stem
De gouden jaren 5
Die is niet goed bij zijn hoofd
Rusten in hemelse armen
De Actief van juni is uit

Spreuk van de week
De duivel heeft drie kinderen gebaard: Dat zijn trots, leugenachtigheid en afgunst. –Welsh spreekwoord

Om over na te denken
Wellicht denk je: “Hoe is het mogelijk dat Jezus voor mij gestorven is. Ik ben het niet waard.”

Dat is een feit. Daar heb je gelijk in, want je bent het niet waard. Misschien denk je wel: “Ik heb niets gedaan waardoor ik recht heb op dat geweldige geschenk van het eeuwige leven en een vrije toegang tot de hemel.” Ook dat klopt. Je hebt niets gedaan waardoor je aanspraak op Gods goedheid mag maken. Dat is wat genade betekent.

Ik zag laatst een dozijn bedelaartjes in een verlopen achterbuurt en wilde hen helpen, maar die kereltjes zeiden: “We begrijpen niet wat u in ons ziet. Wij zijn vuil en kunnen niets.”

Die jochies hadden natuurlijk gelijk, maar ik zei: “Dat klopt. Jullie kunnen niets, maar ik wil jullie graag wassen en warme kleren geven.”

“Maar waarom dan? Wij zijn dom en onwetend.”

En weer hadden die jochies gelijk. Dus zei ik: “Juist daarom wil ik jullie onderwijs geven en jullie een vak leren, want dan wordt het leven mooi en opwindend.”

Nog stribbelden ze tegen. “Wij hebben gestolen en gelogen. Er is in ons niets goeds. Waarom zou u met ons willen omgaan?”

Toen zei ik: “Juist omdat jullie niet goed zijn wil ik jullie Gods licht laten zien en jullie het ware geluk tonen.” Vijf van hen gingen met me mee.

Dat is het Evangelie in een notendop. Jezus stapte ons leven niet binnen omdat we zo goed en liefdevol waren. Hij kwam omdat Hij het niet aankan om mensen te zien lijden. Hij weet wat wij kunnen zijn als God de vrije hand in ons leven heeft. Hij ziet niet alleen maar ons vuil, maar ziet Gods hemelse eindproduct, wat wij zullen zijn als God met ons klaar is. Daarom onderwijst Hij ons in de school van het leven. Zei Jezus niet dat de gezonde mensen geen dokter nodig hebben, maar dat Hij kwam om de zieken te genezen?
En wie is er niet ziek zonder God?
Henry Ward Beecher

Het archief van C.H. Spurgeon
Als een kind huilt, breekt het hart van een liefhebbende vader. God is onze Vader. Hij is niet alleen Vader, maar ook de machtige Koning. Soms zijn wij zo zwak dat we niets anders meer kunnen dan naar Hem uitroepen. En wat denk je? Zal de Almachtige Koning, onze bezorgde Vader, ons links laten liggen? Huilen is de moedertaal van een geestelijk behoeftige ziel. Zo’n gebroken hart heeft geen baat bij mooie volzinnen en verwarrende toespraken. In plaats daarvan grijpt het naar het machtigste van alle wapens, een oprechte schreeuw naar het hart van Vader. De hemel zwicht altijd voor zulk zwaar geschut.

Als iemand mij zou vragen om een samenvatting van het christelijk geloof te geven zou mijn antwoord kort en krachtig zijn: ‘Gebed.’
Charles H. Spurgeon

Uit de schatkist van het verleden
In een van de vele oorlogen die Engeland en Frankrijk met elkaar uitvochten, was er eens een Frans schip dat al maandenlang voor de Engelse kust patrouilleerde en maar weinig contact had met het vasteland. Na een geweldige storm had het schip enorme schade en moest er hulp gezocht worden. Maar waar konden ze naar toe? De enige haven waar ze naar toe zouden kunnen was een Engelse haven en dat kon natuurlijk niet. Als ze daar zouden landen, zouden

ze direct gevangen genomen worden. Maar wat ze niet wisten was, dat de vrede inmiddels getekend was en er geen direct gevaar bestond. De Engelsen zagen vanaf de kust het schip in nood en seinden dat ze veilig konden binnenvaren. Er zou hen niets gebeuren. De oorlog was voorbij.

De oorlog voorbij? Dat kan niet. Dat geloofde de Franse kapitein niet. ‘Het is een valstrik! Ze leggen ons in de luren!’ Zo weigerde de kapitein om binnen te varen en uiteindelijk zonk het schip en verdronken de meeste bemanningsleden.

Zo zijn er ook veel mensen die geen woord van het Evangelie geloven. Er is vergeving. Er is eeuwig leven. Er is vrede met God. Bij Hem kun je binnenvaren. Maar ze denken dat het grote onzin is. ‘Een valstrik om ons in de kerk te lokken en om onze vrijheid van denken af te nemen.’

Nee, het is beter om op zee te blijven en zelf tot het bittere einde door te vechten.

Maar Jezus zei: “Het is volbracht.”

***

De beeldhouwer John Bacon (1740 – 1799) had een verzoek voor het opschrift van zijn grafsteen. Hij wilde dat er op zou staan:

“Hier ligt John Bacon.
Op aarde nog bekend als beeldhouwer.
Bij God bekend als kind van de Vader.
Hij woont nu thuis.

Dat is grappig

Pietje zat met zijn moeder in de kerk en luisterde verbaasd naar de gastspreker. Die man stond oorverdovend te schreeuwen en brulde zijn boodschap de kerk in. Was dat nu nodig? Pietje had er moeite mee en fluisterde tegen Mamma: “Waarom schreeuwt die man zo?”

“Ssst, Pietje,” antwoordde mamma. “Hij helpt ons om dichter bij God te komen.”

Pietje snapte er niets van, haalde zijn schoudertjes op en zei verongelijkt: “Mamma, als die man zelf wat dichter bij God zou leven, zou hij misschien niet zo’n kabaal hoeven te maken.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.