Maandag 11 juli 2022

Tijdens een bijbelstudie werd het verhaal van de rijke jongeling besproken. Die avond zat er toevallig ook een rijke jongeling onder de toehoorders. Die vond het maar een raar verhaal en kon er niets mee. Jezus was er toch voor iedereen, voor rijk en arm? Het was helemaal niet nodig om al het geld waar hij zo hard voor gewerkt had, zomaar weg te geven. Na wat geharrewar stommelde hij uiteindelijk boos uit de samenkomst en mompelde nijdig dat hij niets meer met het geloof te maken wilde hebben. Vanaf dat moment wilde hij niemand van zijn christelijke vrienden meer zien en ontweek hij hen zo goed als hij kon. Maar op zekere dag liep hij door een steegje en zag hij tot zijn schrik dat de leider van de bijbelstudie het steegje vanaf de andere kant ook was ingeslagen en op hem toeliep. Hij dacht er nog even aan om zich om te draaien en weg te rennen, maar hij was te laat. De ander liep op hem af en zei opgetogen: “Jongen, wat ben ik blij om jou weer te zien.”  Er volgde direct een hartelijke omhelzing en de man zei: “Ik heb zoveel voor je gebeden, want God houdt verschrikkelijk veel van je. Wij allemaal trouwens.”

De onverwachte, ongeveinsde oprechtheid doorbrak de hardheid in het hart van de jongeling en het was alsof de morgenstond in zijn hart opkwam. Die avond zat hij met een stralende glimlach weer in de bijbelstudie. Hemelse liefde wast alles schoon en geeft ons het licht waardoor we alles op de juiste manier kunnen zien.

Broeders en zusters, stel dat jullie merken dat iemand in de gemeente iets slechts heeft gedaan. Dan moeten jullie je door de Geest laten leiden en hem weer op het rechte pad brengen. Doe dat op een vriendelijke manier. Doe niet alsof je beter bent dan hij. Je moet eraan denken dat je zelf óók in de verleiding kan komen om ongehoorzaam aan God te zijn.
Galaten 6:1

 Deze week nieuw op de site

Gedachten over Psalm 23
Woorden die bevrijden
Een blauwdruk voor politici
Goedheid en goedertierenheid
De gouden jaren 9
De nieuwe Actief is uit

Spreuk van de week
Door het lezen van de Schrift word ik zo vernieuwd dat de hele natuur rondom mij ook vernieuwd lijkt te zijn. Na in het Woord gezwommen te hebben lijkt de lucht zuiverder, het blauw koeler, en zijn de bomen dieper groen. De hele wereld is vol met de glorie van God en ik voel het ritme van de muziek onder mijn voeten.
Thomas Merton

In gebed is het beter te bidden met een hart zonder woorden dan woorden te bidden zonder hart.
John Bunyan

 Het vuur van Satans macht wordt telkens weer gedoofd
Als wij voor de troon verschijnen met gebogen hoofd

Om over na te denken
Ik blijf in jullie. Blijf nu ook in Mij. Als een tak niet aan de wijnstruik blijft vastzitten, kunnen er geen vruchten aan groeien. Zo kan er ook geen vrucht aan jullie groeien, als jullie niet in Mij blijven. De Schrift vertelt ons dat wij buiten Hem niets kunnen doen.
Johannes 15:4

Niets? Niets goeds in elk geval. De verkeerde dingen komen haast automatisch, maar buiten Hem kunnen we niets doen dat eeuwige waarde vertegenwoordigt. Zolang wij in Hem verblijven is niets onmogelijk. Het hoogste doel van ons leven zou daarom dan ook moeten zijn om te streven naar een levende en intense eenheid met Christus. Wij moeten waken voor alles wat die eenheid zou kunnen verbreken, en elk middel aanwenden om die relatie te verstevigen en te vergroten. Als wij dat doen zullen wij Zijn kracht ervaren en in ons voelen stromen om elke mogelijke noodsituatie het hoofd te bieden. Er is geen verzoeking die wij niet kunnen overwinnen; geen ontbering die wij niet geduldig kunnen dragen; geen moeilijkheid die wij niet aankunnen; geen werk dat wij niet kunnen doen; geen belijdenis of getuigenis die wij niet kunnen afleggen, als onze ziel op een gezonde manier verenigd is met Jezus Christus.
F.B. Meyer

 Uit het archief van Spurgeon
Lampen praten niet. Die geven rustig hun licht. Niets meer en niets minder. Zo ook de vuurtoren. Die laat geen tromgeroffel horen, slaat niet opgewonden op een gong, en maakt zich niet druk over de staat van de wereld. Toch zien de zeevaarders zijn vriendelijke, troostrijke lichtschijnsel ver over de wateren en wordt hun hart met moed vervuld. “Daar is de veilige haven, mannen.”

Het is Gods wil voor onze levens dat ook wij op die manier rustig stralen. Geen kabaal, geen druk gedoe, maar dat ons geloof straalt te midden van een mensenmassa die God vergeten lijkt te zijn. Laat de belangrijkste preek van je leven geïllustreerd worden door je gedrag.

Uit de schatkist van het verleden

Over Sampson de Gastvrije van Constantinopel
Wellicht hebben maar weinig mensen gehoord over Sampson de Gastvrije, die leefde in de zesde eeuw na Christus. Hij werd geboren uit rijke ouders in het oude Rome, waar hij opgeleid werd in alle wereldse wijsheid en kennis die in die tijd beschikbaar was. Na verloop van tijd wijdde hij zich in het bijzonder aan de studie van de geneeskunde en werd een geliefd arts, die de zieken medicijnen voor zowel de ziel als het lichaam gaf. Hij verhuisde naar Constantinopel, waar hij in een klein huis woonde van waaruit hij aalmoezen, troost, raad, hoop, medicijnen en alle mogelijke hulp uitdeelde aan allen die hulp nodig hadden.  In die tijd werd keizer Justinianus I de Grote ongeneeslijk ziek. De keizer bad tot God, die hem in een droom openbaarde dat een zekere dokter, Sampson de Gastvrije genaamd, voor hem moest bidden en dat hij dan zou genezen. Toen de keizer Sampson aan het hof ontbood, hoefde de oude man slechts zijn hand op de zieke plaats te leggen en werd de keizer direct genezen. Toen Justinianus hem een immense som geld aanbood, dankte Sampson hem, maar wilde niets aannemen. “O keizer, ik had zilver en goud. Ik heb veel rijkdom gehad, maar ik heb het allemaal achtergelaten voor een grotere rijkdom, de rijkdom waardoor u genezen bent. Mijn rijkdommen zijn in de hemel.” Toen de keizer erop aandrong toch iets voor hem te doen, vroeg Sampson hem een huis voor de armen te bouwen. In dat huis zorgde Sampson de rest van zijn leven voor de mensen die hulp nodig hadden.

Hij stierf vredig op 27 juni 530.

Broeders en zusters, wat heeft het voor zin om te zeggen dat je gelooft, als dat niet te zien is aan wat je doet? Kan zulk geloof je redden? Stel dat een broeder of zuster geen kleren en geen eten heeft. Als je dan zegt: “Nou, het beste, hoor! Kleed je maar lekker warm aan en eet maar goed!” dan heeft dat helemaal geen nut als je niet voor kleren en eten zorgt. Zo is het ook met het geloof. Jullie geloof moet te zien zijn aan wat jullie doen. Is dat niet te zien, dan is jullie geloof dood.

Jakobus 2:14-17

 Dat is grappig
Jantje, de kleuter van een ouderling in de Baptistengemeente, woonde voor het eerst een doop bij. Hij was diep onder de indruk toen hij een jongeman zag die in een soort zwembad werd ondergedompeld door de voorganger en weer uit het water kwam terwijl hij God luid aan het prijzen was voor het wonder van de doop.

“Helemaal schoon door het bloed van Jezus,” fluisterde zijn moeder hem toe. “Hij gaat naar de hemel.”
Meteen besloot Jantje dat zijn poezen ook gedoopt moesten worden. De moederkat had net twee kleintjes gekregen en de volgende dag verzamelde hij de hele kattenfamilie in de badkamer. Na de badkuip gevuld te hebben begon het ritueel. Eerst werd de kleine lapjeskat gedoopt. Dat gaf geen probleem. Het beestje ging enthousiast mauwend het lauwe water in en sprong er weer uit. Goed zo. Dat beestje was verzekerd van een veilige overtocht naar het huis van de Vader. Het tweede poesje, een grappig beest met een zwarte kop, was niet erg gediend van het water, maar onder een zielig gemauw lukte de doop toch. Ook die poes was nu veilig binnen.

Maar moederpoes had er geen zin in. Die zag niets in de doop. Nadat Jantje de poes had opgepakt en het angstige beest met haar fluwelen vacht zag waar ze in zou belanden begon ze vreselijk tegen te stribbelen en klauwde ze wild om zich heen. “De doop, stom beest,” schreeuwde Jantje boos. “Je moet dat water in, anders ga je niet naar de hemel.”

Maar wat Jantje ook probeerde, de poes wilde niet meewerken. Tenslotte slaakte Jantje een gefrustreerde zucht en sprak boos: “Zoek het dan zelf maar uit. Als je zo graag naar de hel wil moet je het zelf maar weten.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.