Mijn tweelingzusje

Door Dona Teti

Sue en ik gingen samen elke zomervakantie naar ons strandhuisje aan zee. Zij was mijn tweelingzusje.We genoten altijd van lange strandwandelingen, het azuurblauwe water en de grote wolkenpartijen in de lucht.

Dit jaar zouden we voor het eerst met onze gezinnen gaan. We keken er erg naar uit, maar een maand voor- dat het zo ver was bereikte ons de jobstijding dat Sue was overleden. Ze had een hartstilstand gehad. Zomaar opeens. Ze was pas 41 jaar en was altijd goed gezond geweest.

Als familie keken we elkaar verslagen aan. Moesten we nog wel op vakantie gaan? Zonder Sue was het echt niet meer hetzelfde. Maar uiteindelijk besloten we om toch te gaan. Maar ofschoon het weer prachtig was en de stralende zon onze vakantie overgoot met hemelse schoonheid, bleef ik bedrukt en bedroefd. Elke plaats waar ik rondkeek herinnerde me aan mijn lieve tweelingzus.

Op de eerste avond zat ik bij de open haard waar ik zoveel uren met Sue had doorgebracht. We hadden daar samen wat afgekletst. Toen iedereen naar bed was gegaan en ik alleen was achtergebleven begon ik tegen haar te praten alsof ze gewoon naast me zat. Ik miste haar zo vreselijk. Uiteindelijk begon ik te bidden en vroeg ik God om me te helpen om mijn verdriet op een goede manier te kunnen verwerken. En dat deed Hij. Op een heel bijzondere manier.

De volgende dag stormde het. Dat is op zichzelf niets bijzonders. We hadden ieder jaar wel een keer storm. Ik moest onwillekeurig denken aan de storm die Sue en ik het jaar daarvoor hadden meegemaakt. De wind loei- de toen om het huis. Hondenweer, maar Sue had met alle geweld naar buiten gewild.

“Laten we op het balkon gaan staan,” had ze gezegd.

“Ben je nou helemaal?” had ik haar geantwoord. Maar daar had Sue geen boodschap aan en ze trok me mee naar buiten. Grote lichtflitsen scheurden door de donkere hemel en de golven werden door de razende wind hoog opgezwiept met schuimende koppen. Maar Sue had geen angst. Ze vond het prachtig.

En nu raasde er weer een storm langs ons strandhuisje. De wind trok en schudde aan ons huisje, maar dit keer bleef ik lekker binnen. Tenslotte zwakte de storm af.

“De storm is bijna voorbij,” zei mijn man Marc die al een tijdje uit het raam naar de storm had gekeken. Uiteindelijk brak de zon weer door de wolken.

“Moet je nou eens kijken,” sprak hij opgewonden. “Kom eens kijken naar de regenboog. Zo’n grote heb ik nog nooit gezien.”

Ik stond op en liep naar het raam. En inderdaad, er stond een prachtige regenboog aan de hemel die zich wijd over de zee uitstrekte. Maar wat er toen gebeurde had ik nog nooit eerder gezien. Boven de eerste regenboog verscheen een tweede, vrijwel identiek aan de eerste, alleen nog stralender en nog wijder. Ik staarde ademloos naar het schouwspel voor me.

Dit was Gods liefde en troost voor mij. Daar was geen twijfel over mogelijk.

In de Bijbel is de regenboog het teken van Gods belofte van vergeving, steun en aanwezigheid en deze tweelingregenboog was dat ook. Opeens wist ik dat alles goed was. Sue was nog steeds aanwezig, al was het dan in een andere dimensie, maar bij God is alles uiteindelijk goed en volmaakt. Deze regenboog nam de pijn weg uit mijn hart en was Gods antwoord op mijn wanhopige gebed van de avond daarvoor.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.