Johnnie

door Trudy Harris

Johnnie was een zure, oude man die veel te veel dronk en rookte als een schoorsteen.

Hij had zijn familie lang geleden in de steek gelaten, maar nu, op zijn oude dag, kwam hij zichzelf toch tegen. Hij was ziek geworden en had longkanker.

Zijn enige zoon was vergevensgezind en had besloten om hem in huis te nemen om hem zo goed mogelijk te verzorgen. Maar dat was slechts van korte duur. Johnnie was door zijn ouderdom en ziekte zo vergeetachtig dat hij een gevaar bleek voor zichzelf en zijn omgeving en toen hij weer eens vergat om het fornuis uit te doen belandde hij in het verzorgingstehuis waar ik werkte, en dat is waar ik hem dus tegenkwam.

“Hij is een lastige, oude man,” zei zijn zoon tegen mij. “Je kunt hem eigenlijk niet blij maken.”

Maar op de een of andere reden had ik een zwak voor hem en Johnnie accepteerde me en dus sloten we vriendschap. Zijn zoon was er blij mee, want er was verder eigenlijk niemand die goed met zijn opstandige oude vader overweg kon. Maar ik voelde dat er achter dat harde schild en zijn onverschilligheid diep verborgen toch iets goeds moest zitten en ik wilde er graag mijn best voor doen om dit naar buiten te brengen.

Zo kwam het dat ik dagelijks tijd voor hem vrij maakte en dan praatten we over van alles en nog wat.

Hij geloofde niet in God, en vond mensen die wel in Hem geloofden maar zwak en een beetje dwaas. Toch bracht hij het onderwerp van God voortdurend zelf weer naar voren, alsof hij er toch gefascineerd door was. Hij bleef maar hoofdschuddend volhouden dat het zo raar was dat mensen in een God geloofden die ze niet konden zien.

Ondanks zijn longkanker bleef Johnnie rustig door roken, en dat mocht natuurlijk niet in het verzorgingshuis. Dus moest hij regelmatig naar buiten om daar zijn sigaretje te kunnen opsteken en zo duwde ik hem iedere dag in zijn rolstoel de tuin weer in.

Maar hij werd snel zwakker en zwakker en op een gegeven moment wisten wij allebei dat zijn dagen geteld waren. “Ik wil graag roken,” vroeg hij me op een regenachtige dag.

“Wil je me in mijn rolstoel naar buiten rijden?”

Dat deed ik graag, maar naar de tuin konden we niet. Daar was het te nat. Dan maar naar het overdekte terras. Toen we daar aankwamen zagen we daar dat bekende schilderij van Jezus hangen. Je kent het misschien wel. Jezus, met een lantaarn in Zijn hand die aan een deur staat en klopt. Johnnie keek er naar.

“Wat betekent dat?” vroeg hij.

“Dat is Jezus… Die staat aan de deur van je hart en Hij klopt om binnen te mogen. Maar

zoals je ziet zit er geen deurknop op die deur. Dat komt doordat Jezus zich nooit bij iemand opdringt. Hij kan die deur zelf niet open maken. Dat moet ieder mens zelf van binnen uit doen. Hij knikte en leek het een mooi schilderij te vinden. Toen ik hem weer binnen had gereden vroeg hij: “Maar wat als ik nou niet in Jezus geloof?”

“Waarom vraag je Hem niet gewoon om je te helpen,” antwoordde ik. “Als ik zo wegga, waarom bid je niet gewoon, en zeg je zoiets als: “Jezus…Laat mij dan zien of U er bent. Ik weet niet hoe ik moet geloven, maar als U bestaat wil ik het graag weten.”

Hij knikte en we namen afscheid. Wij hadden allebei een bijzonder gevoel, dat het misschien wel de laatste keer was geweest dat we elkaar zagen.

En inderdaad, toen ik de volgende morgen weer op mijn werk kwam, hoorde ik dat Johnnie was overleden. Hij was vredig ingeslapen, vrijwel direct na ons afscheid. Johnnie was er niet meer. Die middag besloot ik mijn boterham op te eten op het terras waar ik een dag eerder nog met Johnnie had gezeten en we naar het schilderij van Jezus hadden gekeken. Maar toen ik op het terras aankwam keek ik verbaasd om mij heen. Het schilderij was weg. Er hing niets.

“Waar is dat schilderij van Jezus gebleven, dat hier gisteren hing?” vroeg ik aan een van de medewerksters.

“Schilderij van Jezus?” Ze haalde haar schouders op. “Er heeft daar nooit zoiets gehangen.”

“Maar het was er echt,” zei ik terwijl de haren op mijn arm overeind begonnen te staan.

“Nee hoor,” antwoordde de ander nogmaals. “Daar heeft nooit iets gehangen.”

Toen ik de muur onderzocht bleek inderdaad dat er nergens een spijkergat te vinden was. En toch hadden we dat schilderij allebei gezien…

Johnnie was een zure oude man geweest, die zelfs zijn eigen familie in de steek had gelaten en toch, diep van binnen, was hij op zoek geweest naar de zin van het bestaan en God, die ieder van Zijn schepselen kent, wilde ook deze mens een liefdevolle kans geven en verrichtte een waar wonder.

Ik heb zo het idee dat Johnnie zijn hele leven al op zoek was maar het antwoord nog niet eerder gevonden had tot op de dag van zijn dood.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.