Een beter patroon

Twee jonge Christenen hadden een droom. Ze zouden samen de wereld in trekken en de mensen in de uithoeken van deze aarde de liefde van God tonen. Het was een kostbaar stel en direct na hun huwelijk begonnen hun plannen vorm te krijgen. Ze vertrokken naar een onherbergzaam gebied ergens ver weg. Het licht van het Evangelie had daar nog maar nauwelijks geschenen en de duisternis regeerde de mensen daar met ijzeren hand. Maar toen, vlak nadat ze in hun nieuwe land waren aangekomen, werd de man getroffen door een ernstige ziekte. Zijn vrouw zat voortdurend aan zijn ziekbed in het ziekenhuis en samen praatten ze over hun dromen voor de toekomst, de betrouwbare liefde van God, Zijn almacht en wijsheid en wonderlijke kracht. En ze praatten ook over een ander wonder.

Dat was het wonder in haar buik, de belofte van hun dierbare kind, maar waarvan de man wist dat de vervulling niet door hem aanschouwd zou gaan worden. Hij had nog maar korte tijd te leven.

En toen, nadat de vrouw haar geliefde man vaarwel had gekust, daar op de grens van twee werelden en op de drempel van het dal van de schaduw des doods, werd hun zoon geboren. De begrafenis van haar geliefde man en de geboorte van haar geliefde zoon smolten samen tot één gebeurtenis.

Wat nu? Die vrouw kon toch onmogelijk alleen achterblijven, daar in dat ruige land vol duisternis? Ze zou terug moeten gaan. Terug naar haar geliefden in de veilige haven van hun thuisbasis, terug naar de bescherming van het vertrouwde systeem, en terug naar de belofte van financiële zekerheid.

Maar dat gebeurde niet, want zij had een andere belofte. Dat was de belofte die God haar toefluisterde en waarin Hij haar beloofde niet van haar zijde te zullen wijken. De belofte dat Hij met haar was en dat de droom die zij en haar man hadden nog steeds vervuld kon worden.

Een dwaze beslissing? Niet als God je dat op je hart legt, want als God je iets belooft zal Hij je niet teleurstellen. In dit geval moedigde God haar aan door te gaan. Maar dat gebeurde niet zonder slag of stoot.

In de maanden die volgden, maanden van gebed en overpeinzing waarin ze zich vastgreep aan de betrouwbaarheid van haar God, groeide haar overtuiging dat Hij inderdaad van haar vroeg om standvastig door te gaan. Haar hart werd vervuld van die wonderlijke diepe rust dat God voor alles zorgt. 

 

Later schreef ze: “In dat ziekenhuis, daar in een vreemd en onbekend land waar ik verder niemand kende, en mijn man het dal des doods binnentrad en al niet meer aanspreekbaar was, riep hij de naam uit van een vriend die op hun huwelijk gezongen had. Het was alsof ik dat lied andermaal hoorde:

Wij hebben een Redder te tonen aan een wereld zo grauw.
De Heer die Zijn bloed voor mij op het kruishout deed stromen
Hij, de Godmens die zo innig verlangt dat klein en dat groot
uiteindelijk tot de waarheid van de Redder mag komen

Het was alsof de dijk doorbrak. Kostbare herinneringen golfden mijn hart binnen. Ik zag mijzelf weer staan op het dek van de boot die ons naar ons nieuwe land bracht, terwijl we over Gods goedheid spraken, daar in het maanlicht terwijl de golven tegen de boeg sloegen. Ik dacht aan onze geliefden, ver weg in het thuisland, en aan de hoop die wij hadden uitgesproken voor onze toen nog ongeboren zoon. Bovenal dacht ik aan onze roeping om de wereld te omarmen met de liefde van die geweldige Redder.
Maar dat alles zou niet gebeuren.

Op dat moment was ik verslagen. Iedere hoop werd op dat moment uit mijn hart gescheurd en ik huilde bittere tranen. Maar toen kwam er nog een herinnering in mij op, iets dat mijn man had gezegd vlak voordat hij stierf toen ik hem wanhopig had gezegd dat ik onmogelijk zonder hem verder kon. Hij zei: ‘Lieverd, wij zijn niet alleen maar voor elkaar gemaakt. Wij behoren boven alles de Heer toe. Als jij vandaag bij mij zou worden weggenomen en ik alleen verder zou moeten gaan, zou ik morgen weer beginnen dat tapijt te maken dat God wil dat wij maken. Jij moet hetzelfde doen.’ Die woorden gebruikte God om me uiteindelijk te overtuigen.”

Wij behoren bovenal de Heer toe.

Dat is een diepe en troostrijke gedachte die ons kan helpen veel pijn te overwinnen. Wij zijn hier niet uitsluitend op aarde voor elkaar. Wij behoren toe aan de Meester. Onze liefde moet sterk zijn en onzelfzuchtig en moet wegkijken van ons eigen, verscheurde hart, naar een nooddruftige wereld en naar die glorieuze dag waarop wij andermaal verenigd zullen zijn met onze geliefden. Daar in het hemelrijk waar wij omarmd worden door de Vader, die alles goed doet.

Als de wever van ons levenspatroon opeens andere kleuren gebruikt dan wij zelf in gedachten hadden, is Hij niet wijzer dan wij? Zijn patroon, zonder twijfel, is zo veel mooier dan wij ons in onze stoutste dromen zouden kunnen voorstellen.

Uit: “The life Beautiful” door Rosalie Mills Appleby.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.