Wetenschap en geloof gaan hand in hand

Een getuigenis: Werner Von Braun

Wellicht klinkt de naam Werner Von Braun je bekend in de oren. Dat was een Duitser die in de oorlog voor Hitler werkte. Een Nazi dus en daar willen we maar liever niets over weten. Minder bekend is echter dat Von Braun een overtuigd Christen werd en een prachtige getuigenis heeft.

Duitsland

Net als Albert Einstein, was Von Braun een Duitse natuurkundige. Maar daar houdt de gelijkenis op. Einstein ontvluchtte de nazi’s, terwijl Von Braun voor de Duitsers begon te werken. In 1934, toen Einstein Duitsland verliet en het monsterlijke Hitler-regime zijn klauwen in het Duitse politieke lichaam aan het zetten was, voltooide Von Braun zijn studie in de natuurkunde aan de Universiteit van Berlijn. Een decennium later was hij instrumentaal bij de ontwikkeling van de V2 raketten waarmee Hitler Londen en andere steden opblies. Maar bij het zien van zoveel leed raakte Von Braun ontgoocheld over Hitler en de nazi’s, en begon hij te protesteren tegen het afvuren van V2 raketten op onschuldige mensen. Zo’n houding wordt je nooit in dank afgenomen en dus werd hij opgesloten in de gevangenis. Hij werd in 1945 vrijgelaten om weer aan het werk te gaan, maar het was duidelijk dat Duitsland de oorlog aan het verliezen was. Von Braun, inmiddels een wetenschapper met een geweten, realiseerde zich dat Duitse natuurkundigen door de Russen zouden worden meegenomen naar Rusland om daar hun rakettechnologie te ontwikkelen. Voordat dat kon gebeuren gaven Von Braun en zijn hele staf zich over aan Amerikaanse troepen. Ongeveer 500 wetenschappers en hun gezinnen maakten deel uit van die groep en in Amerika werd Von Braun bekend als de “Vader van de Raketwetenschap.”

Geloof

In zijn jonge jaren stond Von Braun bekend om zijn ongeloof, sommige van zijn vrienden noemden hem zelfs de “vrolijke heiden”. Von Braun was al sinds zijn jeugd bekend met religie, maar leerde God pas persoonlijk kennen toen hij volwassen was.

In de zestiger jaren hoorde Von Braun een NASA medewerker, Wilson geheten, spreken in een kerk in Alabama en Von Braun wilde meer weten. Volgens Wilson was Von Braun zeer bezorgd over NASA en het ruimteprogramma, dat bedreigd werd door bezuinigingen. Wilson raadde Von Braun aan om Gods leiding te zoeken en legde hem vervolgens het Evangelie uit. De grote wetenschapper bad en kwam tot Christus. “Toen ik het kantoor uit kwam, wist ik dat hij Christen was geworden,” zei Wilson later. “Tijdens de periode in de jaren zestig, toen het Apollo-programma de eerste mensen naar de maan zou brengen, begon er direct een nieuw element op te duiken in Von Brauns toespraken en geschriften: een groeiende belangstelling voor religieuze gedachten.”

Von Brauns geloof was niet louter mystiek, maar gegrond op een persoonlijk geloof. Iemand vroeg Von Braun wat er in zijn hoofd omging toen hij het licht op groen zette voor de Apollo 11 missie naar de maan. “Ik bad in stilte het Onze Vader,” antwoordde hij.

Wetenschap en geloof: Ze gaan samen

Veel ongelovige mensen beweren bij hoog en laag dat wetenschap en geloof onmogelijk samen kunnen gaan. Getuige de grote hoeveelheid gelovige mensen die aan de wieg van de wetenschap gestaan hebben is dat op geen enkele manier te verdedigen, maar ook Von Braun had daar een uitgesproken mening over.

Terwijl Von Braun nadacht over het fysieke universum en de grootsheid van God, verlangde hij ernaar om anderen de eenheid van wetenschap en geloof te tonen. Voor hem waren wetenschap en geloof “als twee ramen in een huis waardoor we kijken naar de werkelijkheid van de Schepper en de wetten die zich manifesteren in Zijn schepping”. Von Braun geloofde dat als mensen “door deze twee ramen een iets andere kijk op de werkelijkheid hebben” ze juist de handen ineen zouden moeten slaan om een totaalbeeld te krijgen van de werkelijkheid. Geloof en wetenschap zouden hun wetenschappelijke en religieuze concepten op de juiste manier aan elkaar moeten knopen om de Almachtige God zo beter te kunnen begrijpen. Turend door deze twee ramen, was Von Braun diep onder de indruk van Gods majesteit. Hij schreef: “De eindige mens kan niet eens een begin maken met het bevatten van een alomtegenwoordige, alwetende, almachtige en oneindige God. Het is daarom het beste om God te aanvaarden door geloof, en te accepteren dat Hij een intelligente wil heeft, volmaakt is in goedheid en wijsheid, en dat Hij zich openbaart door de schepping.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.