Slagveld

Slagveld

-John W. Lewis, Greenville, South Carolina…

Het is al lang geleden gebeurd, maar vergeten doe ik het nooit omdat het zo’n troostrijke gebeurtenis voor me was. En nu, jaren later, helpt het me nog steeds om mijn vertrouwen in God te plaatsen als ik soms angstig en bezorgd ben. Hij zorgt voor me en ik ben nooit alleen.

Het gebeurde in januari 1967, toen ik 20 was en naar Vietnam was gestuurd om te vechten tegen het communisme. Met mijn infanterie-eenheid was ik geplaatst in wat wij de verboden jungle van Tayninh noemden. Mijn ouders hadden me verteld dat ik dapper moest zijn en vooral geen angst in mijn leven moest toelaten, maar daar in die hitte en in de vijandige jungle van Azië lukte me dat niet echt. Ik was doodsbang.

En het zou snel erger worden. Al bij onze eerste missie liep onze eenheid in een hinderlaag en brak de hel los. Zoals me geleerd was tijdens mijn training liet ik me direct op mijn buik vallen en kroop ik zo diep mogelijk weg in de vochtige aarde. Ik had er geen idee van wat ik moest doen. Overal gierden de kogels door de lucht, was er gekerm van gewonden en werden harde bevelen geschreeuwd door de vijand in een taal die ik niet kende.

Zo nu en dan werd het stil, maar als we ons ook maar even te wild verroerden werd er direct en vrijwel van alle kanten opnieuw op ons geschoten. Laag blijven was het enige wat ik nog kon doen. En zo lag ik daar, wanhopig en in de greep van een groep sluipschutters. Wij moesten wachten op hulp en artillerieaanvallen die de Vietcong terug konden duwen.

Het zweet stond op mijn voorhoofd en niet noodzakelijkerwijs vanwege de verzengende hitte. Dit was pas mijn eerste missie. Dat wordt nog wat, dacht ik. Ik had een heel jaar strijd voor de boeg, als ik deze aanval al zou overleven.

Maar toen had ik een sterke ingeving.
Bid.

Terwijl ik niet was opgegroeid met het geloof voelde ik heel sterk de neiging om te bidden. Als wij mensen alles goed voor elkaar hebben en het zonnetje voor ons hoog aan de hemel staat hebben wij God niet hard nodig maar dan, als het duister toeslaat, wil zelfs de hardste mens nog wel eens naar God uitroepen. Ik dus ook. “God, kunt U me horen? Bent U er echt… Blijft U alstublieft bij me.”

Mensen denken weleens dat het zwak is om God aan te roepen als het moeilijk is, maar dat heb ik nooit begrepen. God beweert tenslotte een Herder te zijn en een Redder, en die heb je juist nodig in het donker.

En toen, terwijl ik met mijn wang in de modder lag, merkte ik op dat er iets uit de grond stak, nog geen 10 centimeter bij me vandaan. Voorzichtig reikte ik er naar en probeerde het uit de harde grond te trekken. Het bleek een roestig kettinkje te zijn en toen ik het met mijn vingers uitgroef kwam er een metalen kruis uit de grond.

Een kruis hier in de jungle?
Dat kon geen toeval zijn en mijn hart vervulde zich met verbazing en eerbied. God liet me dat kruisje vinden nog geen tien seconden nadat ik Hem om hulp had gevraagd. Ik greep het kruis vast en bleef verder stijf op de grond liggen, maar de angst was weg. God was aanwezig, ook in de hel van Vietnam.

Uiteindelijk werden we gered en konden we veilig terugkeren naar de basis. Een paar maanden later raakte ik gewond en werd ik terug naar Amerika gestuurd.
Maar sinds die dag is mijn leven niet meer hetzelfde.

In het eenzaamste en angstigste moment van mijn leven vond ik iets duurzaams waar ik me aan kon vasthouden en dat altijd aanwezig is. God leeft en is met ons, zelfs in een hels oerwoud. Hij houdt mij in Zijn hand en ik hoef niet bang te zijn.
Het kruisje heb ik nog steeds. Dat hangt op een ereplaats in mijn huis.