Niemand in de hemel?

Richard Wurmbrandt, de Roemeense kerkleider, vertelt over een ontmoeting met een Russisch echtpaar in de tijd dat het communisme in Rusland nog hoogtij vierde. Ze waren kunstenaars en beweerden ruimdenkend te zijn. Hij schrijft in zijn boek over de ontmoeting:

“Kennen jullie God?”
De man, die beeldhouwer was, schudde beslist van nee. ‘Zeer zeker niet. God bestaat niet. Wij zijn goddeloos. Maar we zullen je iets interessants vertellen. Eens werkte ik aan een standbeeld van onze geliefde Stalin. Toen vroeg mijn vrouw me: ‘Wat denk je van de duim die je daar uithouwt?’

Ik begreep haar niet. ‘Wat bedoel je?’

Ze zei: ‘Als we geen tegengestelde duimen zouden hebben en als onze vingers net als onze tenen zouden zijn was er eigenlijk nauwelijks iets dat we konden doen. We zouden niet kunnen hameren, schilderen of beeldhouwen. Zelfs eten zou heel moeilijk worden. Maar we kunnen wel van alles doen, want we hebben duimen en vingers. Maar hoe komen we eigenlijk aan die duimen en vingers? Wie heeft die gemaakt? Onze Marxistische leer vertelt ons dat God er niet is. De hemel en de aarde zijn niet door hem gemaakt.

Hij heeft dus ook niets met onze vingers te maken. Maar eerlijk is eerlijk, als iemand zoiets kleins als een duim heeft gemaakt zou die onze grootste eerbied verdienen. Onze grootste wetenschappers zoals Edison en Alexander Bell kunnen rekenen op onze lof en die worden geëerd, maar diegene die zoiets kleins als een duim heeft gemaakt wordt niet geëerd. Dat is toch raar? Misschien is er toch een God.’

De man aarzelde even en zei toen: ‘Domme gans. Spreek geen dwaasheid. Je weet dat we worden afgeluisterd. Neem het nu van mij aan, voor eens en voor altijd: God bestaat niet. Er is niemand in de hemel.’

Zij antwoordde: ‘Dat is haast nog een groter wonder. Als er in de hemel een God is waar onze domme en onderontwikkelde voorvaders in geloofden, zou het heel natuurlijk zijn om te geloven dat hij een duim had gemaakt. Maar omdat er niemand in de hemel is, is het wonder alleen maar groter. Ik wil daarom heel graag de grote Niemand aanbidden die de duim heeft gemaakt.’
Daar kon haar man niet tegenop. Hij wist dat ze gelijk had en zo werden ze beiden gelovigen in de grote Niemand.

Na verloop van tijd kon ik hen vertellen over de Schepper die niet alleen de duim heeft geschapen, maar ook de bloemen, de sterren, de kinderen en alles wat mooi is in dit leven. Net als Paulus in Athene toen hij de vereerders van de onbekende god tegenkwam. Deze mensen werden vurige volgelingen van de levende God van de bijbel.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.