Avondmaal in oorlogstijd

Introductie
Dominee Rowland A. Koskamp had zich in 1943 vrijwillig aangemeld als aalmoezenier in het Amerikaanse leger. Hij had zich aangemeld in de overtuiging dat hij alleen een zegen en troost kon zijn voor de vele soldaten uit zijn gemeente, als hij de oorlog zelf had meegemaakt. Al snel na zijn aankomst in Europa werd hij door de Duitsers in Frankrijk gevangen genomen en als krijgsgevangene naar een kamp in Bamberg, Duitsland gestuurd, waar hij zijn medegevangenen steunde en troost bood met Gods Woord.

Dit is het verhaal van een van de medegevangenen, James Bryan Smith.

Rowland Koskamp stond open voor iedereen. Vriend of vijand, hij zag in ieder mens iemand voor wie Jezus gestorven was. Hij hielp ons om met onze haat en woede om te gaan, hij preekte vergeving en vertelde ons telkens weer dat het huidige lijden slechts tijdelijk was, en er altijd licht zou schijnen aan het einde van de tunnel. Hij was onvermoeibaar in zijn verlangen om ons te vertellen dat er een liefdevolle God was, die ons kende, alles wist, ons zag en voor iedereen klaar zou staan. Jezus was de deur en een ieder die door Hem binnen zou gaan had het eeuwige leven.

In April 1945 was de oorlog bijna voorbij, en het kamp in Bamberg moest worden ontruimd, want de geallieerden kwamen er aan. Zodoende dwongen de Duitsers ons om het kamp te verlaten.

Wij moesten onder zware bewaking naar Neurenberg, zo’n 90 km verderop. Lopend, want er waren geen vrachtauto’s om ons te vervoeren. Een zware tocht voor ons als ondervoede krijgsgevangenen en we waren dan ook vele dagen onderweg, waarbij wij ‘s nachts werden opgesloten in boerenstallen.

Tijdens onze tocht werd het Pasen. Rowland zag een nieuwe mogelijkheid om het Evangelie te prediken en vroeg aan de Duitsers of het niet mogelijk was dat hij een paasdienst kon geven, waarbij hij ook het avondmaal wilde houden.

De Duitsers stemden toe, en zo kwam het dat iedereen die dat wilde op Eerste Paasdag door een groep bewakers naar een speciale boerderij werd gevoerd waar de dienst gehouden zou worden. Wij waren met zo’n 300 man en werden opgesloten in een grote stal, terwijl de Duitsers ons buiten bewaakten met hun machinegeweren. Tot mijn verrassing zag ik echter ook een aantal Duitse soldaten zonder wapens staan, die graag deel wilden nemen aan de dienst.

 

 

Zo stond er ook een Duitse kolonel naast mij.

Deze man, een hard uitziende hoge officier, ontweek elk oogcontact met mij en ik dacht dat hij hier stond om er voor te zorgen dat we ons zouden gedragen, maar naar gelang de dienst vorderde zag ik dat deze man aandachtig luisterde naar de woorden die Rowland sprak.

De preek was niet mals en ging over de ware betekenis van Pasen, de wreedheid van het menselijke hart, en de absolute noodzaak voor ieder mens afzonderlijk, Duitser of Amerikaan, om zich persoonlijk tot God te keren en zich aan Hem te onderwerpen, de enige oplossing voor de onmenselijkheid die deze aarde telkens weer lijkt te teisteren. De kolonel die naast mij stond was zichtbaar geraakt. Zijn lippen bewogen voortdurend en hij leek erg geëmotioneerd.

Tenslotte kwam het moment waarop Rowland het brood wilde breken.

Hij had zijn dagelijkse broodrantsoen al dagen lang opgespaard zodat er genoeg brood was om rond te gaan, en op onverklaarbare wijze had hij ook een fles wijn weten te bemachtigen.

Nadat hij gebeden had en de zegening over het brood en de wijn had uitgesproken, liet hij het brood en de fles rondgaan. Iedereen brak een stukje van het brood en nam daarna een klein slokje van de wijn.

Tenslotte kwamen de brood en de wijn ook bij mij en nadat ook ik wat brood tot mij had genomen en een slokje van de wijn had genomen gaf ik het door aan de kolonel.

Hij nam het zonder aarzeling aan, brak het brood en zette de fles aan zijn lippen.

Zijn gezicht straalde.

Ik was diep geraakt. In een door oorlog verscheurde wereld was er toch plaats voor verzoening en vereniging. De liefde van God reikte verder dan de duistere haat van de duivel. Zulke dingen zijn alleen mogelijk in het koninkrijk van God.

Het zou voor zowel Rowland als voor de kolonel hun laatste dag op deze aarde zijn, want niet veel later werden wij bestookt door een Amderikaans B-17 gevechtsvliegtuig dat ons aanzag voor een konvooi Duitsers. De lichamen van zowel de kolonel en Rowland werden niet ver bij elkaar vandaan gevonden.

Zelf heb ik er geen twijfel over dat ik de Duitse kolonel weer terug zal zien omdat ik geloof dat ook hij die dag door de deur van Christus in het koninkrijk is binnen gegaan.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.