Zwart, wit of  grijs?

Wij mensen zien alles graag zwart of wit. Iets is goed, of iets is slecht en er is in onze denkwereld nauwelijks plaats voor een wat afwijkende kleur. Ook met betrekking tot ons persoonlijke geloof beoordelen we alles graag vanuit onze eigen kleurenovertuiging, en als we daar te star aan vasthouden lopen we het gevaar te verharden, waardoor de liefde van God niet door ons heen kan stromen. Dan wordt het moeilijk om Zijn vreugde te bespeuren. En dat terwijl we er toch zo van overtuigd zijn dat we op het goede pad zitten.

Misschien zitten we dat ook wel, tenminste voor een groot deel. Want zei Jezus niet dat Hij de weg, de waarheid en het leven was? Er is tenslotte maar één waarheid. Dus hoe kan het dan dat je, als je in Jezus gelooft, soms toch een star geloof kunt hebben zonder vreugde en zonder de vruchten van de Geest?

Aan het Woord van God valt niet te tornen. Wat Jezus zei is waar en daar kunnen we ons leven op bouwen, maar begrijpen we wel altijd wat Jezus nu eigenlijk bedoelde? Zien we Zijn uitspraken soms te zwart of te wit en bouwen we voor onszelf een raamwerk van geloof, netjes volgens ons eigen inzicht, met het gevaar dat wij onszelf ook nog eens een klopje op de schouders geven omdat we zulke goede Christenen zijn?

Maar geloof moet groeien en rijpen en wordt pas volwassen met vallen en opstaan, en zoals het spreekwoord zegt: “Door schade en schande word je wijs.”

Waarom hebt U Uw Woord niet gehouden?
Iedereen heeft ongetwijfeld het verhaal wel eens gehoord van de predikant die gewaarschuwd werd voor een aankomende overstroming.

“Ga met ons mee, dominee,” zeiden de goedbedoelende kerkgangers. “Het is veel te gevaarlijk om in de kerk te blijven.” Maar de predikant weigerde, want God had tenslotte bescherming beloofd. Toen de overstroming de kerk had bereikt en de dominee naar de balken bij het plafond moest vluchten kwamen de ouderlingen langs met een reddingsboot. “Stap maar in, dominee.” Maar weer weigerde de goede man. “Onzin. God heeft gezegd dat hij mijn gebeden beantwoorden zal en ik heb gebeden om redding.”

Zo ging het van kwaad tot erger, want het water steeg gestaag en tenslotte bungelde de dominee aan de klokkentoren. Er kwam een helikopter aan en de reddingswerkers gooiden een touwladder naar beneden. “Vooruit, eerwaarde,” schreeuwde er iemand. “Klim maar naar boven.” Maar de dominee sloeg het aanbod opnieuw af. “Dank jullie wel voor de moeite, maar ik heb je hulp niet nodig. God zal me redden.“

Maar dat deed God niet en na een laatste doodsstrijd verscheen de ontgoochelde predikant voor God. Hij was, op zijn zachtst gezegd, behoorlijk op zijn teentjes getrapt en brieste tegen God: “Waarom hebt U Uw Woord niet gehouden? U had me toch redding beloofd!”

God keek de arme man meewarig aan en zei: “Zoon, je hebt er niets van begrepen. Ik heb je drie keer geprobeerd te redden, maar je dacht telkens dat je het beter wist.”

In dat verhaal schuilt meer waarheid dan we op het eerste gezicht denken. We hebben allemaal wel eens last van een ietwat misplaatst idee over hoe God in ons leven zou moeten werken, en verwarren dan onze eigen trots met een oprecht geloof. Dat kan onaangename gevolgen hebben waardoor zelfs ons geloof schipbreuk kan lijden, als we niet oppassen.

Het verhaal van Hudson Taylor
Het overkwam de zendeling Hudson Taylor, die met Gods hulp China openbrak voor het Evangelie. Hij schrijft er zelf over in een van zijn brieven:

“Toen ik naar China vertrok was ik nog erg jong in het geloof en dacht ik dat de door God gegeven hulpmiddelen in strijd waren met echt Godsvertrouwen. Toen ik aan boord van het schip klom dat mij naar China zou brengen zeulde ik tot mijn grote ongenoegen een zwemvest mee.

Mijn moeder had er op gestaan dat ik er een mee zou nemen voor de vijf maanden durende reis naar China. Een zwemvest… Stel je voor. Dat zou ik echt niet nodig hebben. God zou me er wel doorheen halen. En toen kwam die eerste, verschrikkelijke storm. Toen ik het witte, weggetrokken gelaat van een matroos zag, die bibberend in een hoekje zat weggedoken besloot ik dat ik hem misschien wel mijn zwemvest kon geven. Tenslotte kende die arme man God niet. Hij was er verguld mee en ik voelde me een reuze piet. Maar terwijl de storm zich verder ontwikkelde begon er toch iets aan me te knagen en bedacht ik dat het misschien toch niet onverstandig was om mijzelf te bekleden met van alles en nog wat zodat ik, mocht ik onverhoopt toch in het zilte nat terechtkomen, niet zou verdrinken… En zo zag ik er al snel uit als een echte circus clown.

Ik realiseerde me pas veel later dat er iets niet klopte en dat ik erg inconsequent was in mijn geloof. Ik stond opeens oog in oog met mijn eigen hoogmoed en zelfingenomenheid.

Het is een fout die nogal eens gemaakt wordt en die veel kwaad kan aanrichten in iemands geloof, bijvoorbeeld op het gebied van gebedsgenezing. Het gebruik van de ons door God geboden hulpmiddelen hoeft ons geloof niet te verminderen.”

Paulus en de schipbreuk
In de Bijbel staat daar ook iets over en toevallig gaat het ook hier om een bootreis. Paulus probeert Rome te bereiken, maar het schip waar hij op vaart wordt door een vreselijke storm overvallen. Er staat:

Handelingen 27: 22-26
Maar laat ook nu de moed niet zinken! Al zal het schip verloren gaan, niemand van ons zal hierbij het leven verliezen. Vannacht heeft er een engel bij mij gestaan, een engel van de God aan wie ik toebehoor en die ik dien. “Paulus,” zei hij, “wees niet bang. U zult voor de keizer terecht staan. En ter wille van u zal God ieder hier aan boord in veiligheid brengen.” Houd dus moed, mannen, want ik geloof in God. Hij zal ervoor zorgen dat het zo zal gaan als mij gezegd is. Maar wat ons schip betreft, dat zal op het een of andere eiland aan de grond lopen.

Wat een prachtige en aanmoedigende boodschap. Paulus sprak vol overtuiging. Hij had zelfs een engel gezien en die had hem verteld dat alles goed zou komen. Er zou niemand sterven. Als ik een van die zeelieden was geweest was ik lekker in mijn bed gekropen om af te wachten wanneer God zijn belofte zou nakomen. Maar die ruwe zeebonken waren daar toch niet zo zeker van, want een paar verzen later kunnen we lezen:

Handelingen 27:30-31
De bemanning probeerde even later het schip te verlaten en streek de sloep, zogenaamd om ook van het voorschip ankers uit te gooien. Maar Paulus waarschuwde de officier en de soldaten: ‘Als de bemanning niet aan boord blijft, zal niemand dit overleven.’

Wat zegt Paulus daar? Niemand zal het overleven? Maar hij had zojuist een engel gezien en die had hem verteld dat iedereen de ramp zou overleven. Voor Paulus waren het zeemansinzicht van de matrozen en hun ervaring nog steeds van het grootste belang en een deel van Gods plan. Uiteindelijk kwam iedereen er ongeschonden vanaf. Maar God gebruikte Zijn Woord, de overtuiging van Paulus, maar ook de zeelieden die gewoon bleven vechten om te overleven.

Conclusie
God redt, Hij geneest en beschermt. Hij is de rots waarop wij mogen rusten, maar Hij doet alles volgens Zijn eigen plan en methodes. Je kunt God niet in een doosje stoppen en zeggen dat Hij altijd dit of dat zal doen, of zus of zo moet werken.
God is God, en wij zijn slechts Zijn kleine kinderen van wie Hij vraagt om Hem te vertrouwen en te doen wat Hij ons laat zien.

Reacties

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.