Wie bent u?

Toen iedereen was gaan zitten en de bijeenkomst was begonnen begon de spreker met een ongewone vraag.

“Wie bent u?” vroeg hij aan de mensen in de zaal. Toen niemand hem antwoord gaf wees hij naar iemand op de eerste rij en herhaalde zijn vraag.

“En u…? Wie bent u?
“Ik ben Jaap Teunissen,” antwoordde de man.
“Nee,” ging de spreker verder. “Dat is uw naam. Maar dat bedoel ik niet. Wie bent u?”
“Ik ben een Nederlander,” antwoordde Jaap.
“Dat begrijp ik,” zei de spreker weer. “Maar dat zegt me ook niets, behalve dan dat u in Nederland bent geboren.”
“Ik ben dokter,” zei Jaap weer.
“Dat is mooi,” antwoordde de spreker. “Maar dat zegt alleen maar iets over wat u doet. Het zegt me niets over wie u bent.”

Wie bent u?
Het is een interessante vraag.

Stel je eens voor dat je een ernstig ongeluk zou hebben. Je kracht is weg en je ziet er opeens niet meer hetzelfde uit. Je kunt je werk niet meer doen en je moet opeens met krukken rondlopen. Maar je bent nog steeds dezelfde persoon.
Dit overkwam Dave Dravecky.

Dave was een geweldige honkballer. In de jaren tachtig was er geen Amerikaan die niet van hem gehoord had.

Toen kreeg hij kanker.

De doktoren gaven hem weinig kans, maar hij vocht zich er doorheen en een jaar later stond hij weer in het stadion. Die dag was hij de grote man en dankzij hem behaalde zijn team een ongelooflijke overwinning.

Maar het noodlot sloeg weer toe. Hij brak zijn arm en toen werd er aan de hand van de röntgenfoto’s geconstateerd dat de kanker overal in zijn arm uitgezaaid was.

Ditmaal konden de doktoren niets meer voor hem doen. Zijn arm moest geamputeerd worden. Weg carrière. Weg zijn bekende leven.

Dave zei erover: “Mijn arm was voor mij wat de vingers zijn voor een concertpianist, of de benen voor een ballerina. De mensen kwamen voor mijn arm naar het stadion. Ze applaudisseerden en juichten voor wat mijn arm kon doen. Door mijn arm had ik waarde en was ik iemand. En opeens was alles weg…”

Was zijn leven voorbij nu hij nog maar één arm had?

Nee, zeker niet.

Zijn leven veranderde wel enorm, maar het was nog niet voorbij. Dave was een gelovig mens en hij realiseerde zich dat het voor God niet uitmaakte of hij wel of niet twee armen had. Hij was een kind van God en dat had niets te maken met zijn talenten om een bal te gooien of weg te slaan.

Hij zei: “Toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis realiseerde ik me dat het mijn zoon niets kon schelen of ik wel of niet met een honkbalknuppel stond te zwaaien. Hij wilde niets liever doen dan met mij in de tuin spelen.

Mijn dochter wilde me alleen maar omhelzen. Haar kon het ook niet schelen dat ik geen bal meer kon wegslaan. En mijn vrouw was zo intens gelukkig omdat ik weer naast haar op de bank kon zitten.

Honkballen? Het kon hen gestolen worden. Het ging hen om mijn aanwezigheid. En dat ik leefde en er voor hen was.”

Wie ben je?

Dat is een goede vraag. In elk geval ben je heel wat anders dan wat je aan de buitenkant lijkt te zijn. God ziet iets heel anders in ieder mens. God ziet een koningskind. Iemand van wie Hij houdt en die kostbaar is in Zijn ogen. Een koningskind met een grandioze toekomst. Iemand die er wezen mag.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.