Ik vind die blauwe map niet mooi

Het is makkelijk om te schreeuwen dat er geen God is, maar beseffen de mensen die zich atheïst noemen wel hoe moeilijk het is om volledig in overeenstemming te leven met hun ongelovige wereldbeeld?

Veel ongelovigen denken niet erg na over wat het betekent als er geen schepper is. Wat zijn de gevolgen als alles zomaar uit het niets en toevallig ontstaan is, zonder plan, reden, of ontwerp? De bekende atheïst Richard Dawkins beweert dat schoonheid een illusie is en er geen plan gevolgd wordt. Sommige mensen hebben gewoon meer geluk dan anderen, en alles wat we doen is dansen op de muziek van ons eigen DNA. Over onderwerpen die te maken hebben met onze eeuwige toekomst en de vraag waarom we eigenlijk op deze aarde zijn en waar we vandaan komen hoeven we ons dan ook niet druk te maken. We zijn er gewoon en gaan uiteindelijk ook gewoon allemaal dood. Einde verhaal.

Maar als alles op natuurlijke wijze tot stand is gekomen en er geen God bestaat, is er ook geen absolute standaard. Ieder mens heeft zijn eigen standaard en wat voor mij geldt, geldt niet noodzakelijk voor jou. Wanneer je als een zuivere atheïst door het leven wilt gaan is het een harde, troosteloze, eenzame weg, waar zelfs liefde; toch het hoogste goed in het Christelijke geloof, niet meer is dan een natuurlijke aantrekkingskracht tussen twee mensen om zo het menselijke ras tegen uitsterving te behoeden.

Aldous Huxley, de schrijver van het bekende boek “Brave New World’’ (Heerlijke nieuwe wereld – 1932) en overtuigd atheïst, schrijft de volgende woorden over het begrip liefde:

“Van alle versleten, bevlekte, met ezelsoren besmeurde woorden in ons woordenboek, is dat woord liefde zonder meer het smerigste en slijmerigste woord dat er te vinden is. Dat woord wordt vanaf miljoenen preekstoelen de wereld in geslingerd, het wordt wellustig gezongen en klinkt uit luidsprekers, maar het is wat mij betreft een schande geworden voor de goede smaak en het fatsoenlijke gevoel van de weldenkende mens. Het is een obsceniteit waarvan men aarzelt ze uit te spreken omdat het iedereen op het verkeerde been zet in de juiste wereldvisie.”

Als er geen God is heeft hij in wezen gelijk. Zonder God is er geen standaard en geldt het recht van de sterkste. Als er geen God is heeft ook de echte liefde maar weinig te betekenen. Maar zonder het zich te realiseren leeft geen enkele atheïst volgens zijn eigen principes.

Er bestaat een verhaal over een student die een hogere cursus filosofie volgde en voor zijn examen een proefschrift schreef waarin hij betoogde dat er geen God is. “Bijgevolg,” zo legde hij uit, “kunnen er geen objectieve of absolute morele principes zijn.”

Technisch gezien, en te oordelen naar de geleerdheid en argumentatie van het werkstuk, was het een waar meesterwerk en kon de student er op rekenen dat hij met vlag en wimpel zou slagen. Maar dat gebeurde niet. De professor schreef deze woorden op het werkstuk: “Zwaar onvoldoende. Ik vind de blauwe map die om je verslag heen zit niet mooi.”

De student stormde later het kantoor van de professor binnen, zwaaiend met zijn werkstuk en protesteerde luidkeels: “Dit is niet eerlijk! Dit is totaal onrechtvaardig! Waarom moet ik beoordeeld worden op de kleur van de map? Het had beoordeeld moeten worden op de inhoud, niet op de kleur!”

Toen de student wat bedaard was, vroeg de professor rustig: “Was dit het werkstuk waarin je betoogde dat er op basis van het goddeloze universum waarin we leven, geen objectieve morele principes bestaan zoals eerlijkheid en rechtvaardigheid? Heb je ook niet aangegeven dat alles een kwestie is van iemands subjectieve sympathieën en antipathieën?”

“Ja…,” antwoordde de student aarzelend. “Goed dan,” zei de professor, “ik vind blauwe mappen echt helemaal niet mooi. Het cijfer blijft onvoldoende.”

Toen drong het tot de student door wat hij eigenlijk aan het zeggen was en dat hij zelf wel degelijk geloofde in objectieve morele principes zoals eerlijkheid en rechtvaardigheid. Terwijl hij betoogde dat er geen absolute waarden bestonden geloofde hij diep van binnen niet in zijn eigen visie en de professor liet het hem op uitmuntende wijze zien. Hij deed uiteindelijk herexamen en schreef toen een heel ander verslag.

Het is gemakkelijk om te verkondigen dat er geen God is, maar het is onmogelijk om consequent en eerlijk te leven binnen het daaruit voortvloeiende atheïstische kader.

Geen mens kan een wijs en consequent leven leiden als hij geen moreel kompas heeft om te volgen. Veel mensen denken dat ze alleen maar hun hart en hun verlangens hoeven te volgen maar dat is verre van voldoende om je naar een veilige haven te loodsen. Het Woord van God is niet heel complimenteus over het menselijk hart:

Het hart is het meest bedrieglijke ding dat bestaat. Het is door en door slecht. Niemand kan ooit precies weten hoe slecht het is!
Jeremia 17:9

We hebben een anker nodig zodat we moreel gegrond kunnen zijn.