De grootsheid van God

Een overdenking over de grootsheid van God
Geinspireerd door een preek van Loui Giglio

Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, Hij roept ze bij hun naam, een voor een; door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één. (Jesaja 40:25)

Deze woorden sprak God tot de profeet Jesaja en wij doen er goed aan even stil te staan bij de onmetelijke grootsheid van onze Schepper. Hij, die elke ster kent en waarvan er niet een verloren gaat zonder dat Hij het weet. Hoeveel sterren zijn er eigenlijk? Alleen bij ons in de buurt al teveel om te tellen. En dan heb je het pas over ons sterrenstelsel; de melkweg. Stel je eens voor dat wij daar een enorme vergroting van op een muur zouden projecteren. Daar zien we alle zichtbare sterren en die kunnen we dus tellen.

Een…twee…drie…En zo gaan we rustig verder. Wetenschappers hebben geschat dat als wij zo elke seconde een ster zouden tellen het ons meer dan 2500 jaar zou kosten om alle sterren in de melkweg te tellen. Het melkwegstelsel alleen al bevat meer dan 100 miljard sterren. En dat is slechts de Melkweg. Dat is nog maar het begin.Maar God ziet alles. Die draait daar Zijn hand niet voor om. Misschien is God toch wel wat groter dan we denken.

Afstanden in ons heelal zijn trouwens nauwelijks te bevatten. Wij voelen ons al een hele piet als wij met het vliegtuig van Amsterdam naar Sydney vliegen. En als we voor zaken van Den Haag naar Groningen moeten sputteren we behoorlijk tegen. Kan dat niet wat beter geregeld worden? Maar God ziet het anders. Die rekent met hele andere maatstaven. Als wij naar ons eigen zonnestelsel kijken; de zon, de aarde en de ons bekende planeten en wij vergelijken dat met het hele melkwegstelsel, komen wij tot een schokkende conclusie.

De verhouding tussen ons zonnestelsel en de hele melkweg moet worden gezien als een muntje van 5 eurocent tot het hele Noord-Amerikaanse continent.

Eén muntje? Tot dat hele continent? Ja… we hebben het over een diameter van 100.000 lichtjaren. Dat is andere koek. Misschien is God toch wat groter dan wij soms denken.

Menselijke trots? Geen goed idee. Daar blijft in zo’n vergelijking niet veel van over. David in de Psalmen zei daar het volgende over:

Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet.(Psalm 8)

Toen Neil Armstrong na zijn maanwandeling weer op weg naar de aarde was met de Apollo 13 en uit het raam naar de aardbol keek zei hij: “Ik zag de aarde en toen hief ik mijn duim op en kon ik haar helemaal bedekken. Zo klein was de aarde en zo groot was mijn duim. Maar ofschoon het leek alsof ik een soort reus was, die in staat was om de aarde te verpulveren, voelde ik mij verre van reusachtig. Nooit eerder voelde ik me zo klein en zo nietig als op dat moment.” God is groot en wij zijn klein. Maar God kent ons. Hij kent onze naam. En ondanks onze menselijke nietigheid en Gods grote macht, ondanks onze zondige verdorvenheid en opstandige onwil om ons te schikken naar Zijn liefdevolle wetten, buigt Hij zich telkens weer naar ons toe en klopt Hij op de deur van ons menselijk hart. Wat een wonder dat wij veilig mogen schuilen onder de vleugelen van onze Almachtige Herder.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.