Geen God? Dat is echt niet zo logisch…

Bewerkt naar een artikel van William Lane Craig

Niet lang geleden kwam een overtuigde atheïst te overlijden en werd hij begraven. Voor de gelegenheid was hem een prachtige smoking aangedaan. Toen hij uiteindelijk in de grond verdween zei iemand cynisch: “Hier ligt een atheïst. Hij heeft zijn uitgaanskleren al aan, maar hij gaat nergens heen…”

Atheïsme is een reis zonder bestemming, een lichaam zonder ziel, een leven zonder zin, een geloof zonder hoop en een universum zonder God.
Wetenschapper Robert J. Dean, voormalig atheïst, nu een gelovig mens zegt over zijn ervaring met het atheïsme het volgende:

“Mijn vader en moeder waren diep gelovige mensen, maar dat interesseerde mij en mijn broer niet. Wij hadden geen tijd voor het geloof. Religie was voor oude mensen die hun tijd gehad hadden en niet beter wisten, maar wij waren wetenschappers en hadden het bij het rechte eind. Toen stierf mijn broer. Mijn vader en moeder waren opgewassen tegen deze tegenslag. Ze putten kracht en hoop uit hun geloof, maar ik had niets om op te staan en zakte weg in een donkere, schijnbaar bodemloze put.”

Toen bleek dat zijn atheïstische overtuiging hem geen echte antwoorden kon geven besloot deze wetenschapper om God op de proef te stellen en vond hij God.

Wat is atheïsme?
Een atheïst is geen mens zonder geloof. Hij gelooft wel degelijk, alleen niet in God. Een atheïst gelooft dat er geen God is en bouwt zijn leven op deze veronderstelling.

Ieder mens heeft een overtuiging en zo gelooft ook de atheïst dat hij gelijk heeft. Hij heeft daar geen sluitend bewijs voor, want het is slechts zijn veronderstelling. God ligt buiten zijn gedachtenpatroon.

“Ik weet zeker dat God niet bestaat!” schreeuwde de student opgewonden tegen de spreker. “Dat weet ik absoluut zeker!”

“Weet jij dan alles wat er te weten valt?” antwoordde de spreker.

“Nee, natuurlijk niet!” sprak de student schaapachtig. “Maar dat God niet bestaat dat weet ik zeker!”

“Stel,” zei de spreker weer, “dat je 60% weet van alles wat er te weten valt. Dat wil dus zeggen dat je 40% niet weet. Misschien zit God wel net in die 40%!”

De beroemde wetenschapper Sir Arthur Eddington illustreert ditzelfde idee. Hij kende een visser die beweerde dat er geen vissen bestonden die kleiner waren dan de gaten in zijn visnet. Toen Eddington hem probeerde uit te leggen dat er wel degelijk heel veel visjes waren die veel kleiner waren dan de gaten in zijn net hield de visser koppig vol dat hij gelijk had.

“Wat mijn net niet kan vangen is geen vis,” zei hij bokkig en beschuldigde Sir Arthur Eddington ervan vooringenomen en niet wetenschappelijk bezig te zijn.

Zo kan en wil ook de atheïst niet weten van God, omdat God eenvoudigweg niet past in zijn wereldvisie. Het net dat de atheïst gebruikt om te vissen is erg gebrekkig. “Wat ik niet kan zien, geloof ik niet! Alles wat niet past in mijn materialistische opvatting van onze wereld bestaat niet!”

En zo schieten de visjes links en rechts door de gaten van het atheïstische visnet.

Iemand die het bestaan van God verwerpt moet geloven dat:

  1. Materie eeuwig is.
  2. Dode, levenloze materie zich toch ontwikkelde en tot leven kwam.
  3. Materie zonder geest, gedachten, intelligentie en waarden toevalligerwijs toch geest, gedachten, intelligentie en waarden schiep.
  4. Er geen doel, geen zin en geen aanwijsbare orde en samenhang is maar dat er, onverklaarbaar als het is, toch orde en regelmaat is.

GK Chesterson schreef:

Als mensen niet in God willen geloven, zijn ze bereid om bijna alles te geloven zolang het maar niets met God te maken heeft.”

Dat klopt, getuige de woorden van Richard Dawkins, de voorvechter van het nieuwe Atheïsme die over de atheïstische wereldvisie zei:

“Er is geen ontwerp, geen plan, geen goed of slecht. Alles is in wezen nutteloze onverschilligheid. Wij zijn slechts DNA machines.”

Wat een duistere levensvisie. Kunnen atheïsten wel lachen? Natuurlijk wel, dat zullen ze ook weleens doen; wanneer ze zich niet bezighouden met de realiteit van hun eigen visie dat God niet bestaat, want als ze goed over de gevolgen van hun ideeën nadenken blijft er niet veel te lachen over.

Als God niet bestaat zijn zowel de mens als het universum gedoemd te verdwijnen. De mens, net als elk ander biologisch organisme, zal sterven. Er is geen hoop op onsterfelijkheid en het leven is slechts een kortstondig flikkerend licht temidden van een inktzwarte duisternis. Ook het universum sterft. Wetenschappers leren ons dat het universum uitdijt en de verschillende melkwegstelsels zich langzaam van elkaar verwijderen.

Het wordt steeds kouder, de energie raakt op, sterren doven en alle materie wordt opgeslokt in zwarte gaten. Het gevolg is een duister universum zonder licht en warmte. De Amerikaanse schrijver Stephen Crane beschrijft de onontkoombaarheid en de hopeloosheid van zo’n visie. Hij zegt:

“Er was eens een man die tot het universum sprak en zei: „Universum, hou er rekening mee dat ik besta.” Het universum haalde zijn schouders op en antwoordde: „Dat kan wel zo zijn, maar daar heb ik niets mee te maken. Dat verplicht mij tot niets.”

Als God niet bestaat zijn wij gevangenen die wachten op het moment van executie. Er is geen mogelijkheid om te ontsnappen en het leven zelf heeft geen betekenis.

Wat voor ware zin kan de mens aan dit leven geven als alles toch verdwijnt? Als alles en iedereen toch afsterft en in een zwart gat verdwijnt, wat heeft het dan voor zin om deze wereld vooruit te helpen. Het maakt uiteindelijk geen enkel verschil, want in een verre toekomst is alles weg.

De mensheid is dan in wezen niets anders dan een zwerm muggen of een groep varkens in een stal want we gaan allemaal terug naar dat blinde kosmische proces dat ons per ongeluk op aarde had uitgehoest.

“Als er geen onsterfelijkheid is dan is echt alles toegestaan.”
Fjodor Dostojewski

Zonder God is er geen standaard voor het goed en het kwaad. Richard Wurmbrand, een dominee die vanwege zijn geloof lange tijd gemarteld werd in communistische gevangenissen schrijft het volgende:

“De wreedheid van het atheïsme is voor een Christen nauwelijks te begrijpen. Maar vanuit het standpunt van de atheïst niet. Als God niet bestaat is er geen werkelijke beloning voor mededogen en geen straf voor wreedheid en zelfzucht in een volgend leven. Zonder God is het niet nodig om je als een goed mens te gedragen. Met zo’n houding zit er geen veiligheidsklep op het menselijk hart en is er dus ook geen einde aan de slechtigheid die er uit kan opwellen. Mijn communistische cipiers lachten me uit als ik over God praatte en zeiden: „Er is geen God. Er is geen eeuwig leven en dus kunnen wij doen wat wij willen.” Een van hen zei zelfs: „Ik dank God, in wie ik niet geloof, dat ik de mogelijkheid heb om de boosheid van mijn hart volledig te ontplooien.”

En volgens hun wereldvisie hadden ze gelijk. Als God er niet is en alles is zonder plan of reden tot stand gekomen, maakt het niet uit hoe je leeft. De ongelovige filosoof Bertrand Russell begreep dit en probeerde er nog een positieve draai aan te geven toen hij schreef:

“Wat kunnen we dan doen? Wij moeten dapper zijn en onze levens stevig bouwen op het fundament van de wanhoop. Alleen door ons te realiseren dat wij in een verschrikkelijke wereld leven kunnen we er mee omgaan.”

Het spijt me Bertrand. Sorry Richard Dawkins. Jullie slaan de plank mis. Er is wel een God en een prachtig plan. Er is reden, schoonheid en hoop. En jij? Wiens visie volg jij? Geloof jij in de slimme intellectuele hersenspinsels van de atheïstische levensvisie, of vertrouw je toch liever op de woorden van Jezus Christus?

Jezus zelf zei dat Hij kwam om het leven te brengen, een standaard van goed en kwaad en de hoop van een eeuwig leven. Maar Hij vraagt ook van ons om als kinderen tot Hem te komen in een warm en hartstochtelijk Godsvertrouwen. Abraham sprak de profetische woorden: “De Rechter van de wereld is een rechtvaardige rechter.” En die Rechter komen we allemaal tegen aan het eind van ons leven.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.