De maanlanding?

De wereld is sceptisch geworden.
Dat bleek onlangs bij de herdenking van de eerste maanwandeling, zo’n 50 jaar geleden. Een onderzoek wees daar bij uit dat er vandaag de dag zo’n 32 miljoen Amerikanen zijn die geloven dat er niets van die maanlanding waar was, een aantal dat in West Europa en Rusland procentueel gezien nog vele malen hoger ligt.

De televisie-uitzending van de eerste stappen op de maan zou gefilmd zijn met acteurs uit Hollywood, ergens in de woestijn van Arizona. De verhalen van Neil Armstrong en Buzz Aldrin waren verzonnen. Ze werden er goed voor betaald, en de maanstenen die door de astronauten werden meegenomen zeggen helemaal niets, want hoe kun je er zeker van zijn dat die stenen ooit echt op de maan hebben gelegen?

Het feit dat zoveel mensen twijfelen over zoiets groots als de maanlanding laat zien hoe gemakkelijk mensen beïnvloed en misleid kunnen worden. Sommige mensen geloven de raarste dingen, iets dat hen er uiteindelijk ook toe aanzet de raarste dingen te doen. De Bijbel heeft het over de strijd van het geloof, een voortdurend gevecht tegen de invloed en twijfel die vanuit alle hoeken van de wereld op ons wordt afgevuurd.

Het is daarom dat de Bijbel ons vermaant om onze gedachtewereld steeds weer te verschonen door het Woord van God opdat wij dicht bij de Heer mogen leven.

Zonder een dagelijkse dosis van het levende brood en het eeuwige water komen er al snel scheuren in onze overtuiging. Als gelovigen moeten wij ons daar tegen wapenen door ons dagelijks te laten schoonwassen door het Woord en onze gemeenschap met God.

“Je kunt niets doen zonder Mij”
Buzz Aldrin, een van de nog levende astronauten van de maanlanding is een overtuigd Christen. Hij besloot God op de maan te eren met het avondmaal door een eenvoudige ceremonie te houden met de wijn en het brood. Het werd een gebeurtenis die door NASA niet is uitgezonden. Problemen met machtige atheïstische organisaties staken daar een stokje voor. Maar de getuigenis van Aldrin is nog altijd krachtig en spreekt nog steeds tot veel mensen. Terwijl hij het avondmaal hield, las hij Johannes 15: 5, de passage waar Jezus zegt: “Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in mij blijft, en ik in hem, zal veel vrucht dragen; want je kunt niets doen zonder mij.”

Jezus bedoelde niet dat we zonder Hem helemaal niets kunnen doen, en dat was ook niet de boodschap van Aldrin, want ze waren tenslotte net op de maan geland, toch geen geringe prestatie. Maar het idee er achter was dat we, alhoewel we de techniek hebben ontwikkeld waardoor we zelfs op de maan kunnen lopen en ruimteschepen voorbij het zonnestelsel kunnen sturen, toch volledig hulpeloos zijn als het aankomt op eeuwige zaken.

 

Het ware doel
In oktober 1958 vroeg Christianity Today aan vijfentwintig toenmalig bekende Christelijke geleerden wat ze dachten over het vooruitzicht dat mensen op de maan zouden kunnen landen. Een van hen, Frank Gaebelein, waarschuwde: “De verkenning van de ruimte zou eigenlijk maar één doel moeten hebben, namelijk om de mens dichter bij de enige ware God brengen, die niet alleen deze planeet heeft geschapen, maar ook het hele universum. Maar dit kan alleen succesvol zijn als de mens zich nederig opstelt en zich onderwerpt aan de levende God. Als wij zulke prestaties zoals het verkennen van de maan gebruiken als een nieuwe gelegenheid voor zelfverheffing, zal God geen andere keuze hebben dan ons voor onze hoogmoed over te leveren aan het grotere oordeel.”

Carl F. H. Henry deelde de bezorgdheid van Gaebelein: “Het universum verkennen en ontdekken ter ere van Gods doel is een goddelijk gegeven taak van de mens. Maar in plaats van God te eren, exploiteren wij het universum en reiken wij naar de oneindigheid om ons te koesteren in onze eigen glorie.”

Apollo 15-astronaut James Irwin die in 1971 op de maan rondliep liet zich uit in soortgelijke bewoordingen. Hij was zo onder de indruk van zijn reis dat hij Christen werd na zijn terugkeer op aarde. “Eén ding heb ik geleerd,” aldus Irwin, “en dat is dat Jezus die op aarde rondloopt veel belangrijker is dan de mens die op de maan loopt”.

Hemel en aarde vergaan, maar Mijn Woord blijft voor eeuwig
Helaas gelooft het overgrote deel van de Westerse wereld niet langer in God, en wordt de wereld sceptischer en sceptischer. Soms lijkt het haast alsof de enige juiste waarden die van jezelf zijn, terwijl God ons toch een prachtig handboek heeft gegeven waar alles in staat wat we moeten weten voor ons eeuwige geluk.

In zo’n samenleving is het dan ook niet verwonderlijk dat ongeloof en atheïsme de boventoon voeren, en het materialisme de meest gangbare religie is geworden.

De vlucht en de maanlanding van Apollo 11 zullen uiteindelijk vergeten worden, evenals alle andere grote aardse gebeurtenissen. De Bijbel stelt zelfs dat deze huidige hemel en aarde voorbij zullen gaan. Maar wat blijft is het Woord en onze relatie met God, die zegt: “Ik geef de doden het leven terug. Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is. Wie leeft en in Mij gelooft, zal nooit sterven.”

Op de maan zullen wij waarschijnlijk nooit lopen. Maar in de hemel wel. Tenminste, als wij ons willen schikken naar God en Zijn Woord. Als kind heb ik genoten van de maanlanding op televisie, maar nu kijk ik reikhalzend uit naar dat moment dat ik zelf mag landen in de hemelse tuinen in de aanwezigheid van Jezus zelf.

Dat is toch zeker iets om naar uit te kijken.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.