Vreugde en Smart

Smart zag er prachtig uit. Haar pracht was die van de maan die door de bladeren van de takken scheen en het gras bespeelde met een zilverkleurige glans. Als Smart begon te zingen hoorde je het verlangende lied van de nachtegaal, maar haar ogen kenden geen blijdschap. Ze zochten er niet langer naar.

Smart kon teder wenen in diep medeleven met de tranen van een ander, en was een troost in de kille eenzaamheid, maar hoe het was om zich te verblijden met hen die gelukkig waren was haar niet bekend.  

Vreugde was ook prachtig. Zijn schoonheid was als de schoonheid van een stralende zomermorgen. In zijn ogen lag de blijdschap van kleine kinderen besloten en zijn haar werd gekust door de zon. Als Vreugde begon te zingen reikte zijn lied tot de hoogste hemel, en zong daar een duet met de leeuwerik. Vreugde stapte fier door het leven als een overwinnaar zonder de pijn van het lijden te kennen en verblijdde zich met een ieder die zich verblijdde. Maar hoe het was om teder te wenen met hem wiens hart was gebroken was hem volledig onbekend.

“Vreugde… wij zullen nooit verenigd zijn,” sprak Smart zacht en met een droeve stem.

“Nooit,” antwoordde Vreugde, terwijl er een donkere schaduw over zijn ogen gleed.

 

 

“Hoe zou dat ook kunnen? Mijn pad leidt door zonnige velden en langs schitterende tuinen vol rozen. Als ik eraan kom beginnen de merels en de lijsters opgewonden te zingen.”

“Mijn pad is anders,” zei Smart. “Mijn pad leidt door donkere wouden en langs diepe spelonken. In mijn handen draag ik witte lelies en mijn lied zal een gevoelig afscheidslied zijn. Vaarwel Vreugde, vaarwel.”

Maar terwijl ze zo spraken voelden Smart en Vreugde dat ze niet langer alleen waren. Er was een koninklijke aanwezigheid. De atmosfeer was geheiligd en een diep ontzag maakte zich van hen meester. Ze vielen beiden op hun knieën neer.

“Het is de Koning van de Vreugde,” fluisterde Smart, “want op Zijn hoofd zie ik een kroon en de spijkerwonden in Zijn handen en voeten getuigen van een grote overwinning. In Zijn aangezicht smelt mijn smart als sneeuw voor de zon in oneindige liefde en geluk. O Koning van de vreugde, ik geef mijzelf voor eeuwig aan U.”

“Nee, Smart,” zei Vreugde zacht. “Het is de Koning van de smart.

De kroon op Zijn hoofd is een doornenkroon en de spijkerwonden in Zijn handen en voeten getuigen van vreselijk leed. Zijn smart is schoner dan de grootste vreugde. O Koning van de smart, ook ik geef mijzelf helemaal aan U.”

Toen riepen Smart en Vreugde opeens in koor uit: “Dan zijn we verenigd in Hem. Alleen Hij kan ons verenigen.”

Zo liepen Smart en Vreugde samen hand in hand verder en volgden ze de Koning door duistere wouden en zonovergoten velden.

Vertaald en bewerkt uit “Streams in the Desert”

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.