Trots? Geen behulpzame vriend

De mens die zijn eigen eer bezingt, zingt altijd vals
Gedachten over onze menselijke trots

Michelangelo werd eens gevraagd door een rijke burger om voor hem een beeld te houwen uit een groot, afstotelijk blok marmer. Dat was een kolfje naar zijn hand en Michelangelo maakte een prachtig beeld dat vandaag de dag nog steeds te bewonderen valt op de Palazzo Vecchio in Italië.

Toen het beeld klaar was en de opdrachtgever kwam kijken vond hij het een prachtig beeld, maar hij had wel wat aan te merken op de neus van het beeld. “Die neus is duidelijk wat te groot,” aldus de man. “Die heb je niet goed weergegeven.” Michelangelo leidde de man af en pakte heimelijk wat gruis en marmerstof van de grond om vervolgens met zijn beitel wat zachte klopjes op de neus te geven waarbij hij het gruis uit zijn hand liet vallen.

De burger keek enthousiast toe en zei bewonderend: “Prachtig. Nu is het helemaal volmaakt. Nu je die neus hebt aangepakt is het echt één geheel geworden en ben ik dik tevreden.”

***

Als je hoog van de toren blaast, kun je er maar beter zeker van zijn dat je Gods muziek laat horen, want anders veroorzaak je behoorlijk wat geluidsoverlast.

***

Heb je er weleens bij stilgestaan dat dat prachtige gezang van de vogeltjes altijd wordt voortgebracht door kleine vogeltjes? Als de adelaar zingt doe je liever snel je oren dicht. En om van het gezang van de struisvogel of de kalkoen maar helemaal te zwijgen. Als wij het over dat prachtige gekwetter van de vogels hebben, bedoelen we altijd de kleine vogeltjes. Het roodborstje of de kanarie. De kwikstaart of de duif en al die lentevogeltjes. Zo komt ook de mooiste muziek van het menselijk hart uit een hart dat zichzelf niet zo belangrijk vindt, maar over het geluk en het wonder van het leven zingt.

***

Een trots hart en een onherbergzame hoogvlakte lijken wel wat op elkaar. Ze zijn allebei koud, leeg en er groeit nauwelijks iets. God wil onze menselijke trots geen pijn doen. Daar gaat het Hem niet om. Hij gaat een stap verder. Hij wil die uitroeien, vernietigen en wegvagen.

***

Een vrouw kocht eens twee boeken in een boekhandel. Het ene was een eenvoudig pocketboekje over hoe je de afvoer kon ontstoppen. Het andere was een duur boek van de bekende muziekkenner Copland. Copland zelf stond toevallig in de winkel en zag tot zijn grote genoegen dat de vrouw zijn boek kocht. Opgetogen stapte hij op de vrouw af en zei met galmende stem: “Mevrouw, zal ik mijn handtekening in het boek zetten dat u zojuist heft gekocht?” Maar zijn grote grijns verdween al snel toen de vrouw stamelde: “Welk van de twee wilt u signeren, mijnheer?”

***

Een gemeente die er om bekend stond dat de meeste mensen er wegliepen, lang voordat de preek was afgelopen, had aan Moody gevraagd eens te preken. Moody begon zijn preek en zei: “Vandaag spreek ik tot twee groepen mensen. Eerst richt ik mij tot de zondaars. Als ik daar mee klaar ben kunnen die vertrekken. Daarna richt ik mij tot de Heiligen van God. Niemand verliet die dag de kerk voordat de preek voorbij was.

***

De befaamde pianist Paderewski liep eens over straat en hoorde iemand in een huis piano spelen. Het pianospel was op zijn zachtst gezegd matig en Paderewski kon het niet aanhoren. Hij liep op het huis af en vroeg zich af of hij misschien wat hulp moest bieden. Op het raam hing een papier waarop stond: Mevrouw Jones. Pianolerares. 3 Euro per les. Toen hij had aangebeld en Mevrouw Jones de deur open had gedaan vroeg Paderewski of hij misschien wat aanwijzingen mocht geven. Mevrouw Jones herkende de grote meester direct en was in de zevende hemel met het verzoek. Zo kwam het dat Paderewski die dag wat voorspeelde en de jonge vrouw wat aanwijzingen gaf. Een maand later kwam weer door dezelfde straat. Hij kon zijn ogen niet geloven. Daar op het papier aan het raam stond nu: “Mevrouw Jones, pianolerares, opgeleid door Paderewski. 20 Euro per les.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.