Onuitsprekelijke verzuchtingen

Door Philip Martin

Vandaag is me iets overkomen dat de uitdrukking “de dingen in het juiste perspectief zien” overduidelijk maakte.

Op het gebied van kunst of bij het maken van ontwerptekeningen betekent dat de techniek om driedimensionale objecten en diepteverhoudingen op een tweedimensionale manier weer te geven, om voorwerpen zó op een plat vlak af te beelden, dat ze op het oog dezelfde indruk maken als de voorwerpen zelf en er diepte aan te geven.

Onlangs werden we diep gekwetst door de handelingen van iemand die ons zeer na aan het hart staat, iemand die we lange tijd geholpen hebben. We werden er zo diep door gekwetst dat we een tijdlang niets anders konden zien dan de pijn en de teleurstelling. We moesten er zelfs een paar dagen tussenuit om het hele gebeuren geestelijk weer te boven te komen. Eigenlijk voelden we ons verraden; alsof alles wat we voor hem gedaan hadden niet meer dan onze plicht was geweest, en we voelden ons misbruikt. Daardoor zagen we het niet meer in het juiste perspectief.

“Hoe kon hij ons dat nou aandoen na alles wat we voor hem gedaan hebben? Dat zal me niet nog eens overkomen; ik help hem niet nog eens een keer.” We wilden vergelding. Het hele gebeuren was zo overweldigend, ik kon nergens anders meer aan denken.

Voordat ik die avond naar bed ging las ik ook nog eens een artikel over een tragisch, dodelijk ongeval van een meisje van zeven jaar dat op dat moment verzorgd werd door vrienden van het gezin. Misschien had ik het niet vlak voor het slapen gaan moeten lezen want ik raakte heel erg van streek door dat verhaal.

Ik werd in de nacht wakker met een diep innerlijk gekreun. Het was alsof ik niet in staat was om woorden te vinden die het verdriet dat ik voor deze mensen voelde konden uitdrukken. Er bleven gedachten door me heen gaan in de trant van: “O lieve hemel, hoe kun je met zoiets leven? Hoe kun je soms de woorden vinden om te zeggen dat iets je spijt? Waar vind je de kracht om te vergeven? Waar moet je beginnen met het bijeen rapen van de scherven en weer opnieuw beginnen?”

Zo nu en dan bad ik in woorden en soms in tongen, maar op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik niet zelf aan het bidden was; het was meer alsof mijn geest, of Gods Geest, binnen in me kreunde. De enige woorden die ik er af en toe uit kon brengen, waren: “O Jezus, helpt U dit gezin alstublieft.” Ik bad dat ze Christenen waren en de Heer kenden en Hem in hun leven hadden om hun verdriet te dragen. Toen dacht ik opeens aan het bijbelvers:

‘En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.’

“Zijn dit misschien de ‘verzuchtingen’ waar U het hier over heeft, Heer?”

De volgende dag was ik in zekere zin nog steeds gekweld in mijn geest. Ik zocht woorden van troost, van kracht; ik wilde de verzekering van de Heer dat alles op de een of andere manier goed zou komen, en ik zocht naar een verzekering dat mijn “verzuchtingen” gehoord waren en dat wijzelf en degenen die betrokken waren bij deze tragedie op de een of andere manier de troost konden vinden die we nodig hadden.

Die dag ontving ik ook een e-mail met een artikel dat getiteld was: “De kracht van voorspraak.” En daar stond het; het antwoord van de Heer dat ik zocht, de woorden die ik nodig had. Mijn hongerige, gekwelde ziel dronk ze op:

Gebeden gaan uit naar de mensen. Ze raken hen aan, ze genezen, ze maken alles heel; ze geven kracht en moed, ze beuren op.

Gebeden genezen harten en lichamen en gedachten. Ze wassen twijfel en vrees en zorgen weg. Ze wassen bitterheid, afgunst, jaloezie en ruzie af. Ze kussen verdriet en misverstanden weg. Ze verzachten pijn, genezen wonden en halen littekens weg.

Gebeden behoeden en beschermen en verbergen in veilige havens. Ze troosten en verzachten en brengen vrede en rust. Ze voeden, kleden en brengen overvloed. Ze inspireren, ze vrolijken op, ze brengen vrolijkheid en welvaart. Ze bemoedigen, beuren op, brengen je in vervoering. Ze geven energie, kracht en een vonk van leven. Ze werpen licht op de zaken en geven hoop. Ze stabiliseren en maken wijs, ze maken stevig en gezond en rustig. – (woorden van Jezus in profetie)

In het licht van wat die mensen te verduren hadden besefte ik dat de verwondingen en emotionele pijn die ik doormaakte relatief maar klein waren. Ik zag het nu “in het juiste perspectief” en ik stond het licht van Gods wil niet meer in de weg. Ik realiseerde me ook hoe gezegend ik was, dat ik de Heer kende en mijn zorgen, problemen, teleurstellingen en hartzeer bij Hem kon brengen en de zekerheid kon hebben dat Hij me hoort en om me geeft en nooit zal toestaan dat ik overmatig bloot kom te staan aan verzoekingen of erger beproefd word dan ik kan verdragen.

Nadat ik even de tijd had genomen om na te denken over de goedheid van God en me te koesteren in het licht van Zijn troostende woorden, sloeg ik een boekje op dat ik tijdens mijn devoties lees, de titel is ‘Like Christ’ en het is geschreven door Andrew Murray. Toen ik het opende op de plaats waar ik de laatste keer gebleven was, kwam ik bij het hoofdstuk van die dag: ‘Onrecht verdragen zoals ook Christus dat deed.’

God weet altijd precies wanneer we iets nodig hebben. Als ik dit de dag daarvoor had gelezen zou me waarschijnlijk de schoonheid van de waarheid die deze woorden bevatten ontgaan zijn, want mijn geest was niet in een conditie om dat troostende licht te ontvangen. De woorden leken onder het lezen tot leven te komen, en hoe meer ik las, des te meer ik bevrijd werd.

Hier is een fragment:

Er is haast niets moeilijker dan het verdragen van onrecht dat ons door onze medemens wordt aangedaan. Het gaat niet alleen om het verlies en de pijn: het gaat ook om het gevoel van vernedering en onrechtvaardigheid en ons rechtvaardigheidsgevoel dat in ons aangewakkerd wordt.

Zijn (Jezus’) eerste gedachte was niet hoe Hij ervan verlost kon worden, maar hoe Hij God ermee kon verheerlijken. Dit stelde Hem in staat om de grootste onrechtvaardigheid vredig te ondergaan. Hij zag er Gods hand in.

Probeer de gewoonte aan te kweken om in alles wat er gebeurt de hand en de wil van God te herkennen. God laat het toe dat ik dit probleem moet doorstaan om te kijken of ik Hem er groot in zal maken. Deze beproeving, of hij nu groot of onbelangrijk is, wordt door God toegestaan en is Zijn wil, wat mij aangaat. Laat me eerst Gods wil erin herkennen en me er aan onderwerpen. Dan zal ik wijsheid ontvangen om te weten hoe ik moet handelen, met de zielerust die dit geeft. Als ik mijn ogen van mensen af haal en naar God kijk, is het ondergaan van onrecht niet zo moeilijk als het lijkt.

Wie in de eeuwigheid leeft en de Onzichtbare ziet stelt zich ermee tevreden het wreken van zijn rechten en zijn eer aan God over te laten; hij weet dat hij Hem dat kan toevertrouwen. Geef je rechten en je eer in bewaring bij God.

Here God, ik wil graag nu, voor eens en voor altijd, het behoud van mijn eer en mijn rechten in Uw handen leggen, en ze nooit ofte nimmer meer in eigen handen nemen. Gij zult er perfect voor zorgen. Moge mijn enige zorg de eer en de rechten van mijn Heer zijn! Amen!

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.