Hoe je alles aankunt

Een “interview” met de apostel Paulus
Door Abi F. May

“Ik ben ervan overtuigd dat niets ons kan scheiden van Gods liefde die in Christus tot uiting komt. De dood niet, het leven niet, engelen niet, regeringen niet, de dingen van vandaag niet, de dingen van morgen niet. Nee, er is geen enkele kracht die dat kan. Hoe hoog wij zijn gestegen, of in welke diepte wij ons ook bevinden, niets in de hele schepping kan ons scheiden van Gods liefde, die ons gegeven is in Christus Jezus onze Heer.” -Romeinen 38:38-39

Dat is een van de opvallendste uitspraken van geloof die er wat mij betreft ooit gedaan zijn en het werd gezegd door een man die nogal wat jaren van verdrukking achter de rug had.

Zijn verhaal wordt verteld in het boek Handelingen. De kerkgeschiedenis en zijn brieven aan de broederschap van de eerste christenen vullen wat van de hiaten in. Een ding is zeker, Paulus had bij talloze gelegenheden te kampen met veel weerstand. Hij werd afgeranseld, in de gevangenis gezet en gestenigd. Hij leed schipbreuk, werd vervolgd en leed armoede. -2 Corinthiërs 11:23-27

Waar haalde hij de kracht vandaan om niet alleen door te zetten, maar uit al die ellende met nog meer overtuiging en waardering voor het ultieme offer van Jezus tevoorschijn te komen?

Als we Paulus konden interviewen dan zou het misschien zo gaan:

Interviewer: U had een uiterst merkwaardige ommekeer in uw leven nadat u de Heer leerde kennen. Eerst bevocht u na de kruisiging en de verrijzenis van Jezus vurig het ontluikende christelijke geloof, maar tenslotte groeide u uit tot een van de grootste verspreiders van datzelfde geloof en deed u alles om de eerste volgelingen van Jezus te sterken en te helpen. Maar u ondervond zelf ook veel weerstand. Kunt u daar wat meer over vertellen?

Paulus: Natuurlijk. Ik moet meteen denken aan een voorval rond het jaar 52, tenminste als ik het me goed kan herinneren. Ik was gevlucht voor vijanden in wat nu Turkije heet en was over de Egeïsche Zee naar Athene in Griekenland gevaren. Vandaar was ik doorgereisd naar Korinthe, een belangrijke handelsstad.

Ik zie het nog voor me. Ik begon te preken in de plaatselijke synagoge. In het begin ging alles prima. Zelfs de leider van de synagoge, Crispus, werd een christen. Maar er was ook een andere man. Een zekere Sosthenes en die begon geruchten te verspreiden en al spoedig werd ik de synagoge uitgegooid. Crispus trouwens ook. Dus toen begon ik de boodschap buiten maar te verspreiden aan de Grieken in de stad en er waren er veel die Jezus ontvingen. Daar werden die Sosthenes en zijn aanhangers nog bozer om. Ze bleven maar leugens rondbazuinen en ik bleef maar preken en onderwijzen.

Het duurde wel even, maar na een tijd had Sosthenes een grote meute bij elkaar gekregen en ging hij me achterna. Ze zouden me ter plaatse gestenigd hebben, maar ze waren bang voor de Romeinse autoriteiten. Dus stapten ze met me naar het paleis van de Romeinse gouverneur. In die tijd was dat Junius Annaeus Gallio, de oudere broer van Seneca, de beroemde Romeinse filosoof, en ze beschuldigden mij ten overstaan van hem. Maar toen Gallio zich realiseerde dat dit gewoon een godsdienstkwestie was, weigerde hij om nog verder te luisteren. Ik werd vrijgelaten en de meute wierp zich toen op Sosthenes. -Handelingen hoofdstuk 18

Interviewer: Toen kwam u er dus redelijk goed af. Was dat altijd zo?

Paulus: Nee, niet altijd. Een aantal keren werd ik afgeranseld, waar ik een paar blijvende verwondingen aan heb overgehouden. Ik werd gegeseld en gestenigd en een paar keer ging ik de gevangenis in.

Interviewer: U had ook nog een paar gevaarlijke avonturen tijdens uw reizen. Dat zal u best wel ontmoedigd hebben.

Paulus: Dat is nog zachtjes uitgedrukt! Drie keer leed ik schipbreuk, en als God niet tussenbeide was gekomen, had ik het zeker niet overleefd. Ik was best wel vaak ontmoedigd, ik wilde het opgeven, maar ik wist dat ik moest doorgaan, want Jezus had me geroepen om het Evangelie wijd en zijd te verspreiden. Ik wist dat als ik op zou houden, ik God in de steek zou laten. Anderen keken ook naar me op, dus als ik faalde, dan zou ik de oorzaak zijn van hun mislukking. Dus ging ik maar door, zelfs als ik ontmoedigd was en me verslagen voelde. De problemen gingen niet altijd over wanneer ik dat wilde, maar Jezus was er altijd. -Handelingen 18:9-10; Hebreeën 13:5

Interviewer: Het klinkt alsof u wel een stressvol leven leidde.

Paulus: Ik werd gezegend met een lang, vruchtbaar leven, maar ja, u heeft wel gelijk als u zegt dat ik constant onder druk stond. Ik voelde me ook altijd geroepen om Gods liefde in Jezus aan de hele wereld mede te delen. Dat was natuurlijk ook wel een goede soort stress, maar desalniettemin wel stress. Maar waar die stress ook vandaan kwam, ik wist wel heel goed dat ik er niet alleen voor stond. Jezus gaf me altijd de genade en de kracht die ik nodig had om verder te gaan. Ik zou dit nooit allemaal alleen hebben kunnen verdragen. Ik moest op Jezus bouwen.

Interviewer: Denkt u dat het onvermijdelijk is dat gelovigen voor hun geloof moeten lijden?

Paulus: Jezus heeft ons niet geroepen om een gemakkelijk leventje te leiden, maar een leven van gedienstigheid aan anderen. Gedienstigheid heeft altijd iets te maken met opoffering. Daar komt nog bij dat iemand die probeert een echt goed leven voor Jezus te leiden, tegenwerking zal ondervinden. Dat heeft Jezus gezegd. “Als ze Mij hebben vervolgd zullen ze u ook vervolgen.” En de geschiedenis heeft bewezen dat Hij gelijk had. Maar het is niet alleen maar pijn en lijden. Er zijn genoeg beloningen in dit leven, en in het hiernamaals. Die zijn alles waard!

Interviewer: Heeft u tot slot nog iets te zeggen?

Paulus: Wat er ook gebeurt in je leven, vertrouw op Jezus om je er doorheen te slepen! Hij is er altijd, en Hij zal je ook een uitweg uit de beproevingen geven, niet altijd een ontsnapping aan beproevingen, maar door alle beproevingen heen. -1 Korintiërs 10:13

Houd je vast aan Hem, dan zal Hij jou vasthouden!

Of Paulus echt zo geklonken zou hebben is natuurlijk maar de vraag, maar gezien de dingen die hij allemaal in de Bijbel heeft opgeschreven zou het zo maar kunnen. De boodschap is echter helder. Ondanks beproevingen, tegenslag en moeilijkheden, is God getrouw. Hij is de rots waarop wij onze voeten mogen zetten, de Herder die ons nooit of te nimmer loslaat, en over ons waakt, ongeacht de omstandigheden.