Een zachte melodie

De vrouw van Spurgeon schreef eens de volgende woorden:  “Na een bijzonder zware en donkere dag lag ik ’s-avonds uit te rusten op mijn bank. Mijn olielamp brandde, maar het leek alsof er geen licht was. Het duister van de nacht hing als een sluier over mijn kamer en probeerde mijn ziel binnen te sluipen om mijn geestelijke visie en hoop weg te nemen. Ik probeerde wanhopig de hand te zien van mijn Redder. Ik wist het zeker; die hand moest er zijn om mij vast te houden. Die handen moesten mijn door mist omgeven voetstappen veilig langs het glibberige bergpad van ontmoediging leiden, maar ik zag die handen niet. Ik zag niets anders dan dat ellendige duister.

Toen riep ik in wanhoop uit en vroeg: ‘Waarom laat mijn Heer Zijn kind zo lijden? Waarom staat Hij   toe dat die slepende zwakheden van mijn karakter mij beletten Hem goed te dienen?’

Het duurde niet lang voordat die angstige vragen werden beantwoord. Echter niet op een manier die ik verwacht had. Hij beantwoordde in een onbekende taal waar ik toch geen tolk voor nodig had,  omdat mijn hart het mysterieuze gefluister direct begreep.

Eerst vulde een diepe stilte mijn kamer, een rust die slechts werd onderbroken door het zachte geknetter van een houtblok in mijn open haard. Ik hoorde niets,  maar toen opeens, als uit het niets, hoorde ik toch iets. Er was een zachte melodie… Alsof er een lief roodborstje op de vensterbank van mijn raam zat te tsjilpen, liefdevol, zuiver en bijna hemels.  Maar dat kon natuurlijk niet.

‘Wat is dat nu?’ dacht ik. ‘Het is avond en in deze tijd van het jaar is er geen enkel vogeltje dat zingt.’ En toch hoorde ik het. Stil, zacht en harmonieus… en toen begreep ik opeens wat het was. Het geluid komt uit het houtblok in het vuur.

Het vuur in mijn haard opende de gevangenisdeuren van de muziek die in dat houtblok lag opgesloten. Wellicht had de boom die muziek en hemelse zuiverheid van het leven opgeslagen voordat hij werd omgehakt. In een tijd dat de boom door de warme zon werd overgoten, de vogels nestelden in zijn stoere takken en de eekhoorns er hun nootjes in verstopten zoog de boom het geluk op in zijn jaarringen. Toen kwam de dag dat de boom oud was geworden en de houthakker met zijn bijl op de stronk inhakte om er brandhout van te maken. En nu, in mijn huis, kwam de muziek weer naar buiten. Het vuur opende het hart van hout zodat het met zijn schone melodie mijn ontmoedigde hart kon opbeuren. Ik begreep wat God mij wilde vertellen. Het vuur van de verdrukking moet lofliederen in ons opwekken. Als wij dat toestaan worden wij werkelijk gezuiverd en verheerlijken wij God.  Misschien zijn we allemaal wel een beetje zoals dat oude houtblok in mijn haard.

Door de omstandigheden zijn wij ontmoedigd en neigen we er naar ons hart te verharden. Er kan geen muziek uit ons voortkomen. Maar als we de ware betekenis van het vuur begrijpen en ons er niet tegen verzetten komt er ook uit ons hart een zuivere melodie. Opeens komt de verborgen muziek tevoorschijn. Een symfonie van vertrouwen die ons de weg wijst naar een liefdevolle overgave aan Zijn wil. Ik leerde dat die avond, terwijl ik luisterde naar het zachte geknetter van mijn houtblok in het vuur met die wonderlijke boodschap van hoop en vertrouwen.

Ik wil leren om te zingen in het vuur en zo mijn apathische, harde hart in harmonie met mijn liefdevolle Redder te brengen. In de Bijbel stookte de kwade koning van Babylon het vuur dat Daniels vrienden moest verzengen zeven keer heter dan normaal. Het resultaat? De lucht van de rook hing niet eens aan hun kleren toen ze er weer uitstapten en God verheerlijkten in het aanzien van hun vijanden.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.