Ebenezer

Samuël plaatste toen een steen tussen Mispa en Sen en noemde die Eben-Haëzer (Steen van Hulp), ‘Want,’ zei hij, ‘tot hiertoe heeft de Here ons geholpen!’
(1 Samuel 7:12)

Het is bekend dat er nog niet zo lang geleden herders op de glooiende heuvels van de Alpen waren die iedere dag, als de zon achter de bergen verdween en de dag ten einde liep, op een prachtige manier afscheid van elkaar namen. Daar, omringd door de frisse schoonheid van Gods schepping sloten ze hun dag af met een lied dat door de kristalheldere berglucht en op de vleugels van de wind mijlenver werd rond geblazen. Als de herders hun schapen langs de bergpaden naar hun avondverblijf leidden begonnen ze te zingen en konden hun liederen tot ver in het dal gehoord worden.

En wat zongen ze? Het was een ode aan God.

‘Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen! Laat ons Zijn naam prijzen’

En dan, uit vriendschap en kameraadschap, beëindigden ze hun lied met een galmend vaarwel: “Goede nacht. Goede nacht.”

De woorden en de melodie vulden de schemering en de echo kon worden gehoord tot aan de afgelegen hooglanden toe. Zacht, melodieus, troostrijk en vol betekenis tot ook de laatste klanken wegstierven en het donker bezit had genomen van de bergen.

“Laat ons Zijn naam prijzen, want de Here is goed en betrouwbaar.”

Laat ons ook zulke herders zijn. Laat ons mensen zijn die naar elkaar uitroepen als de schemering over deze wereld valt. Als het duister wordt laat ons de nacht dan verlichten met de troostrijke melodie die leeft in het hart van ieder oprecht kind van God. “Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.”

 

Het is een getuigenis die het begrip van de wereld ver te boven gaat, want wie zingt er nou in de aanwezigheid van het duister? Maar de wereld staat versteld en de muziek resoneert in het hart van God zelf als onze aanbidding de nacht vervult en als één groot koor van dankbaarheid en vertrouwen, een Halleluja refrein, over de hemelse troon golft en de Heer de eer betoont die Hij verdient.

Vandaag nog in het duister, maar binnenkort ook in het licht, want eens komt de dag waarop wij samen met Gods kinderen en de engelen rond Gods troon vergaderd zijn en daar, staande op de zee van glas die wordt beschreven in het boek Openbaring, zullen zingen: ‘Alle lof, eer, heerlijkheid en macht is voor Hem die op de troon zit en voor het Lam, voor altijd en eeuwig.”

***

De woorden ‘Tot hiertoe’ zijn als een hand die naar het verleden wijst. Tien jaar, twintig jaar… zeventig jaar, het maakt niet uit want de Heer heeft ons geholpen. Tijdens periodes van armoede, maar ook op momenten van rijkdom en weelde; in ziekte en in gezondheid; thuis of in een ver land, in vreugde en in smart, en omringd door schande en smaad of op de gelauwerde momenten van succes en eer… de Here was aanwezig.

Het terugkijken op een lange bosweg met statige bomen vervult ons vaak met voldoening. Kijk eens even hoe ver we al gelopen hebben en waar we vandaan komen. Zo is het ook met onze jaren; de bomen van vreugde en verdriet, van voorspoed en pijn die achter ons liggen, en nu is het tijd om voort te gaan. Maar de woorden tot hiertoe beschrijven niet alleen wat achter ons ligt, maar wijzen ook naar de toekomst. Luister toch eens naar het vrolijke gezang van de vogels in de bomen die voor ons liggen. Die zingen immers hetzelfde lied: “Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. Laat ons Hem prijzen.” Het einde is nog niet gekomen en er volgen nog meer dagen van vreugde en smart, van opwinding en tegenslag, van gebeden en van antwoorden op gebed, want ook in al die dagen die nog gaan komen zal de Heer betrouwbaar blijken.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.