Psalm 91:2

Naar een preek van CH Spurgeon

Ik getuig daarvan en zeg tegen de Here: U bent mijn toevlucht, bij U ben ik veilig en geborgen. U bent mijn God en ik vertrouw alleen op U.

Er is een groot verschil tussen iets weten omdat je dat ergens gehoord hebt, of omdat je dat persoonlijk ervaren hebt. Dat is ook hier in deze Bijbelpassage van toepassing.

Het is mooi als je gehoord hebt dat de Heer een toevluchtsoord voor mensen is. Veel ongelovige mensen zijn het daar mee eens. Hoe vaak hoor je niet zeggen: “Fijn voor je dat je dat gelooft. Dat zal best een steun voor je zijn, maar mij zegt het niets.”

De kennis alleen dat God een rots en een steun is helpt de ongelovige mens geen stap verder. Om te zeggen dat de Heer een toevluchtsoord is, is voor veel mensen slechts een schrale troost in tijden van verdrukking en onzekerheid.
Het wordt pas echt als je kunt zeggen dat de Heer mijn toevluchtsoord is waar je geborgen en veilig bent.

Wat ligt er een troost in dat woordje mijn.

Het is de essentie van het geloof, de kracht van ware troost, en een diepe en persoonlijke overtuiging en beleving. God is er voor mij persoonlijk. Hij is mijn vesting en rots.

Durven wij dat ook zo duidelijk uit te spreken? Door zo’n sterke geloofsbelijdenis eren wij God, laten wij zien dat wij Hem vertrouwen als onze liefhebbende Vader en sporen wij anderen aan om ook in Zijn licht te wandelen.

Het lijkt er tegenwoordig haast op dat mensen er behagen in scheppen om hun spottende twijfels over alles wat goed is over de wereld uit te storten. Twijfels over goed en slecht, Gods aanwezigheid en kracht, en over het belang van een gezonde vreze des Heren.

Juist daarom is het niet meer dan onze plicht als gelovigen om ons krachtig uit te spreken over Gods warme aanwezigheid en met kalme moed te getuigen van ons vaste vertrouwen in onze Vader.

 

Hij is mijn burcht, mijn vesting, en mijn steun en toeverlaat. Laat de wereld maar schreeuwen, blazen en hun doctrines van ongeloof rondtoeteren. Wij als Gods kinderen zien dat anders en leven dagelijks vanuit onze hemelse schuilplaats.

Dus… is God ook jouw veilige haven? Als dat zo is moet je er ook naar leven en jezelf er toe aanzetten om steeds weer terug te keren naar de rots en de veilige toren en niet terugvallen op de arm van je eigen denken en inzicht.

Een vogel in gevaar verschuilt zich in het struikgewas, een vos snelt naar zijn hol, en zo zoekt ieder schepsel ten tijde van onrust en gevaar zijn eigen veilige haven op.

In ons geval is dat niet de hulp van de wereld of onze eigen wijsheid, maar niets minder dan de overkoepelende aanwezigheid van God de Vader, onder Wiens vleugels je veilig mag rusten.

De vesting van God weerstaat de aanvallen van de hel zonder de minste moeite. Wie kan ons iets doen als de Heer tussen ons en de spookachtige gedrochten van de onderwereld, de boodschappers van Satan, in staat?

Wie in een onneembare vesting woont, vertrouwt op die burcht; zal hij die in God woont zich niet op zijn gemak voelen en zijn ziel veilig weten?

O dat we de vastberadenheid van de psalmist mogen hebben die in voor-en tegenspoed bleef vasthouden aan de overtuiging dat God zijn God was. Laat God ook onze burcht zijn, mijn vesting, en mijn vertrouwen.

Heeft Hij ons ooit in de steek gelaten? Vertrouw toch op Hem. Vertrouwen op een mens die mooi praten kan of de macht lijkt te hebben komt gemakkelijk. Het is een natuurlijke reactie voor onze gevallen natuur, maar nu wij ons verbonden hebben met Christus is de nieuwe natuur in ons werkzaam. De oude, zondige natuur heeft niet langer het heft in handen, maar nu regeert de nieuwe natuur die ons er toe aanzet om direct op God te vertrouwen, ongeacht onze omstandigheden. Laten wij bidden voor de genade om te kunnen zeggen: “In hem zal ik vertrouwen hebben. Hij is mijn God en mijn vesting.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.