Mijn medaillon

Daarbij moeten wij blijven kijken naar Jezus, Die ons de weg wijst. Hij is het doel van ons geloof. (Hebreeën 12:2)

Heb je ooit iets belangrijks verloren? Je autosleuteltjes misschien, of je paspoort en je geld. Het is mij ook gebeurd en omdat ik niet graag iets verlies blijft het me altijd goed bij. Het was een medaillon. Ik was toen tien jaar en ik ging elke zondag naar de zondagsschool. Daar kregen we een beloning voor.

De lerares probeerde ons om te kopen met kleine snuisterijen die we zouden ontvangen als we naar haar klasje kwamen. Het waren maar kleine dingen, zoals een potlood of een haarlint, maar het werkte wel, want ik wilde elke week naar de zondagsschool om mijn collectie uit te breiden.

Op zekere dag beloofde ze iets heel speciaals. Als wij ook tijdens de zomervakantie netjes naar haar klas zouden komen kregen we aan het eind van de vakantie een prachtig glazen medaillon waarin een piepklein mosterdzaadje zat. Door de werking van het glas leek het mosterdzaadje wat groter dan het in werkelijkheid was, maar ik kan me nog goed herinneren dat ik erg onder de indruk was. Ze gebruikte het als een manier om ons te vertellen over het geloof.

Terwijl wij naar dat mooie medaillon met het zaadje keken, vertelde ze dat Jezus het mosterdzaadje gebruikt had als een voorbeeld voor het geloof. Slechts één zaadje van geloof is al genoeg om hele bergen te kunnen verzetten.

Ik luisterde wel naar de lerares maar echt begrijpen deed ik het niet. Over het geloof dacht ik nauwelijks na. Het zei me allemaal niet zoveel en waarom ik het nodig had was me niet duidelijk. Bovendien had ik waarschijnlijk meer dan genoeg geloof. Ik ging tenslotte braaf naar de zondagsschool en had mijn hartje bovendien allang aan Jezus gegeven.

Toch was er iets in mij dat scheen te zeggen dat geloof veel dieper ging. Het leek toch iets te maken te hebben met een soort van vertrouwen in een hemelse Vader als de dingen helemaal verkeerd gingen. Maar in mijn leven ging er niets verkeerd. Ik had lieve ouders en mooie kleren en alles verliep precies zoals het moest gaan. Ik haalde mijn schouders op, want bergen hoefde ik niet te verzetten. Maar dat medaillon wilde ik

toch wel graag hebben en ik was reuze trots toen mijn lerares het na de zomervakantie om mijn nek hing. Ik heb het waarschijnlijk twee jaar lang onafgebroken gedragen, maar toen ben ik het verloren. Waar, zou ik je niet kunnen vertellen. Opeens realiseerde ik me dat het weg was.

Ik miste het vanwege het geloof in een hemelse Vader, dat ik heel graag wilde hebben, maar die ik nog niet echt kende.

Nou ja…het was maar een goedkoop dingetje.

Toch had ik van dat ding gehouden, en dan vooral vanwege het mysterieuze verband tussen iets dat zo klein was en dat grote, machtige geloof waar ik niet veel van begreep.

Een paar jaar geleden verloor ik het kleine beetje geloof dat ik wel had. Ofschoon ik elke zondag trouw naar de kerk ging, had ik er geen idee van hoe zwak mijn geloof was, totdat ik werd geconfronteerd met een aantal zware problemen. Mijn familie en ik werden getroffen door tegenslag en rampspoed en ik vroeg me ernstig af waar God eigenlijk was en waarom Hij niets deed om mijn pijn te verzachten. Ons lijden was niet noodzakelijkerwijs zwaarder dan het lijden dat andere mensen kennen, maar zo scheen het me toen toch toe en omdat er maar geen uitweg leek te komen begon de twijfel aan de stoelpoten van mijn geloof te zagen.

Houdt God wel van ons? Is Hij er überhaupt wel? Ik eiste hulp van God, maar die leek niet te komen en ik werd bitter en opstandig en uiteindelijk draaide ik God de rug toe. Het geloof is een leugen. God doet niets voor me en Hij is er niet. De duisternis was inktzwart.

Maar God denkt niet zoals wij mensen. Hij wordt niet beledigd als wij Zijn liefde in twijfel trekken. Hij kan het aan en draaide zich niet van mij af, maar laat ons juist zien waar wij verkeerd denken en hoe we het leven moeten zien. Hij begon te spreken.

Niet met grote wonderen, vette bankrekeningen en onbegrijpelijke genezingen. Maar juist door de kleine dingen. Op duizenden kleine manieren. Door lieve woorden van vrienden, aanmoedigende gebeurtenissen, kleine ‘toevalligheden’ en langzaam, heel langzaam opende Hij mijn ogen voor een echt geloof. Een geloof dat wordt gevoed door dankbaarheid in de kleine dingen. Een geloof dat schoonheid kan zien zelfs op plaatsen waar de grond uitgedroogd lijkt te zijn. Een geloof dat niet gelooft omdat God ons alles geeft dat wij denken nodig te hebben, maar dat gelooft omdat het van God houdt en over de liefde wil zingen.

Waarom had ik dit eerst niet gezien?

Het geeft niet, want nu zie ik het wel. Ik weet nu dat God groot genoeg is om onze twijfels aan te kunnen en dankzij Zijn trouw heb ik Hem opnieuw gevonden.

Dat medaillon met het mosterdzaadje heb ik nooit meer gevonden, maar het mosterdzaadje wel.

God leeft. Hij zorgt voor al Zijn kinderen en Hij is betrouwbaar. Dat geloof ik. En een heel groot geloof heb ik niet. Maar dat is ook niet nodig. Zolang het maar zo groot is als een mosterdzaadje.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.