Maak mij net als Jaap

Jaap was een dronkaard. Wonder boven wonder was hij tot bekering gekomen in het opvangcentrum. Voordat hij tot het geloof was gekomen had hij een behoorlijke reputatie opgebouwd. Geen goede dan, wel te verstaan. Hij stond bekend als een smerige zuiplap, gedoemd tot een uitzichtloos leven op straat. “Nee”, zo dacht men, “voor Jaap is er geen hoop.” Maar dat liep toch heel anders want nadat hij zich tot God had gekeerd werd hij een van de aardigste en zorgzaamste mensen die er in het opvangcentrum rondliepen.

Elke dag was hij daar te vinden en deed hij er van alles en nog wat. Niets wat hem gevaagd werd was hem teveel. Of hij nu het braaksel van een ernstig zieke alcoholist moest opruimen of de toiletten weer moest schoonmaken nadat iemand er dronken in had gestaan, telkens weer stond er een grote glimlach op zijn gezicht en was hij dankbaar dat hij iets mocht doen.

Als er iemand moest helpen om een zwakke oude man met een lepel te voeren als die het opvangcentrum was binnen-gestommeld of als er iemand in bed moest worden gestopt die te verward was om zelf nog te kunnen lopen, op Jaap kon je rekenen.

Op zekere avond, toen de dominee zijn dagelijkse stichtende praatje in het opvangcentrum gaf en de sombere en knorrige groep probeerde te inspireren was er een man die erg geraakt scheen door wat de dominee te zeggen had.

Na afloop van de preek liep hij naar voren en knielde bij de dominee neer om te bidden. Hij bleef maar roepen dat hij wilde dat God hem zou veranderen. “O Heer, maakt U mij zoals Jaap. Maakt U mij zoals Jaap. Zoals Jaap moet ik zijn.” De dominee boog zich voorover en zei zachtjes, “Mijn zoon, het is denk ik beter dat je aan God vraagt om je te maken zoals Jezus.”

De dronkaard keek de dominee verwonderd en niet-begrijpend aan en zei tenslotte: “Jezus? Is die dan net als Jaap?”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.