De hond hoorde erbij

Door John Holden

De gevechten waren zwaar in de herfst van 1944. Onze eenheid trok bij Luxemburg de Duitse grens over en het was onze taak om uit te zoeken waar de Duitsers zich hadden ingegraven en hoeveel tanks ze in de buurt hadden. Maar dat ging behoorlijk mis, want wij waren Duitsland nog niet binnen gegaan of we werden al gesignaleerd. Het vuur barstte los en het enige dat wij konden doen was een goed heenkomen zoeken.

Zelf dook ik weg in een verlaten schuur en wachtte tot het oorlogsgeweld zou stoppen. Ik zat bibberend in een hoekje toen ik me opeens bewust werd dat ik niet alleen was. Toen ik opkeek zag ik een magere straathond. Dat beest was misschien 15 kilo en hij zat net als ik te bibberen in een ander hoekje. Terwijl ik God om hulp vroeg bedacht ik dat ik misschien ook voor de hond moest bidden en ik riep het beest bij me. Hij kwam direct en drukte zich angstig tegen me aan. Toen het schieten ophield kroop ik samen met mijn nieuwe vriend terug naar onze verzamelplaats bij de jeeps en ik was verbaasd dat we allebei nog leefden. Het had niet veel gescheeld of we waren niet meer teruggekomen.

“Een hond?” zei de kapitein. “Die gaat niet mee in de jeep.” Maar ik stond er op om de hond mee te nemen en uiteindelijk mocht het beest mee. ‘Die hond brengt me geluk,’ dacht ik. Het bleek een teefje te zijn en ik gaf haar de naam Minka, naar een populair liedje op de radio en Minka werd als mijn tweede schaduw. Ze volgde me overal mee naar toe. Wij waren klaarblijkelijk voor elkaar bestemd. En Minka wist dingen die wij niet wisten. Op zekere dag moesten wij een dorp verkennen, maar Minka gromde en leek er geen zin in te hebben.

“Volgens mij waarschuwt dat beest ons,” zei een van mijn kameraden, en wij besloten om ons te verschuilen. Gelukkig maar want het dorp dat verlaten leek, bleek een broeinest te zijn van de vijand.

“Stil, Minka,” zei ik in het Duits, want ik ging er vanuit dat Minka de Duitse taal beter begreep dan het Engels. En Minka gaf geen kik meer. Na die middag werd Minka de mascotte van onze eenheid en zat altijd voorop op de Jeep.

Een keer ging het bijna mis. Wij kregen het bevel om binnen vijf minuten te vertrekken, maar Minka was net op strooptocht en was nergens te vinden. Maar wij moesten weg. Ik kon wel huilen van ellende en voor ik het wist waren we 50 kilometer verder. Ik had het gevoel alsof ik een familielid verloren had en was ontroostbaar. Ik kan je eerlijk zeggen dat dit voor mij het zwaarste moment uit de oorlog was. De enige troost die ik nog vond was in gebed bij God en God verhoorde mijn gebeden want twee dagen later vond een andere eenheid Minka en brachten ze haar bij me terug. Wat een reünie.

Na die dag liet ik Minka niet meer zomaar bij me weglopen en Minka dacht er klaarblijkelijk hetzelfde over want ze dwaalde nooit meer bij me weg. Tijdens het Ardennenoffensief lag ze tijdens de gevechten dicht tegen me aan en ‘s-nachts sliep ze bij me in mijn slaapzak. Het klinkt misschien raar maar ik zag enorm op tegen de dag dat ik terug naar huis zou gaan. Dieren mochten niet mee op onze transportboten voor de soldaten en ik heb zelfs overwogen om maar in Europa te blijven vanwege Minka.

Dus smeedde ik een plan. Maar daar had ik Minka’s hulp voor nodig. Als ik Minka kon trainen om stilletjes in mijn plunjezak te zitten dan kon ik haar meesmokkelen op het schip en zou niemand er achter hoeven te komen dat ik een hond bij me had. Ik oefende dagenlang, maar het werkte niet. Minka begreep het niet. Niet in het Duits en ook niet in het Engels.

Toen kwam de dag waarop we moesten vertrekken vanuit Le Havre in Frankrijk. Ik was helemaal gestrest omdat Minka niet mee kon. En daar op de aanlegkade, terwijl de officieren me niet zagen, probeerde ik het voor de laatste keer.

“Minka,” zei ik in het Duits, “Spring in mijn zak en hou je koest. Als je niet stil bent kun je niet mee en moet ik je achterlaten.”

Ze keek me aan met haar trouwe, bruine hondenogen en scheen me te begrijpen. Toen stapte ze voorzichtig in mijn tas en kroop helemaal naar de verre onderkant tussen mijn kleren ingedrukt en maakte geen enkel geluid. Tijdens de reis voerden mijn medesoldaten en ik haar van onze rantsoenen en toen we in New York aankwamen en onze zakken afzonderlijk moesten worden uitgeladen hield ze zich weer koest. Wat een feest toen we eindelijk veilig aan land waren. Minka sprong enthousiast uit mijn zak en likte me vol overgave.

Minka leefde nog elf jaar bij ons; mijn vrouw en ik en drie kinderen, en als ik er nu op terugkijk moet ik eerlijk toegeven dat het misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven waren. Mensen die mijn verhaal horen zeggen vaak: “Ontroerend hoor, hoe jij die hond gered hebt.” Maar zo is het niet. Minka heeft mij gered.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.