Fietstocht met God

Vroeger zag ik God meer als een soort controleur. Een rechter die alle dingen die ik verkeerd gedaan had goed bijhield om zo te weten of ik na dit leven in de hemel dan wel in de hel thuis zou komen. God stond ver van me vandaan, net als een president, die ik wel herkende als ik Hem ergens zag afgebeeld, maar waar ik persoonlijk niet veel aan had. Maar gelukkig ben ik God anders gaan zien en leek het leven meer op een tocht op de fiets. Een tandem dan wel te verstaan. Ik voorop en God achterop om me te helpen met trappen.

Ik kan me niet goed meer herinneren wanneer God precies voorstelde dat we van plaats zouden verwisselen, maar toen ik daar uiteindelijk mee instemde werd mijn leven pas echt opwindend.

Toen ik het stuur nog in handen had wist ik de weg wel, maar ik geef toe, het was allemaal maar wat saai en voorspelbaar. Ik nam gewoon de kortst mogelijke weg.

Maar toen Hij voorop zat ging het allemaal heel anders. Hij kende schitterende landweggetjes, over de heuvels en dwars door groene en vruchtbare dalen. Soms ook door rotsige vlakten en we waren vaak heel wat langer onderweg. En snel dat we gingen.We schoten als een pijl door het landschap en ik kon het soms maar nauwelijks bijbenen. Soms hield ik mijn hart vast, maar alles wat God dan zei was: “Vooruit, joh,trappen moet je”.

Eerst zweette ik het uit daar achterop en maakte ik me behoorlijk wat zorgen.

“Waar gaan we naar toe?” riep ik uit, maar God glimlachte en gaf me geen antwoord. Toen begon ik Hem te vertrouwen. Ik vergat mijn saaie leven en dronk het avontuur in. Als ik dan zei: “Ik ben bang”, dan leunde Hij wat achterover en raakte Hij liefdevol mijn hand aan. We reden naar mensen die dingen voor me hadden die ik hard nodig had. Genezing, vreugde en vriendschap.

En als we dan weer verder reden zei God: “Die dingen moet je weggeven. Dat is veel te zwaar om mee te sjouwen.” Dat deed ik dus maar en ik merkte dat als ik alles wat ik ontvangen had weer weggaf, ik zelf ook steeds meer ontving.

In het begin vertrouwde ik het allemaal niet zo. Ik dacht dat God mijn leven aan diggels zou rijden, maar hij kende de geheimen van de fiets. Hij wist heel goed hoe Hij veilig een scherpe bocht kon maken en hoe je met de fiets over obstakels kon springen. En als het echt gevaarlijk werd vlogen we er gewoon overheen.

Ik heb nu geleerd om mijn grote mond te houden en ik begin er nu echt van te genieten. De prachtige uitzichten. De wind die door mijn haren strijkt en steeds fietsen met die geweldige vriend, mijn God. En als het me soms toch allemaal teveel wordt dan leunt Hij wat naar achteren en glimlacht Hij naar me en hoor ik Hem zeggen: “Gewoon trappen joh”.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.