De genade van vergeving

(Het moeilijkste deel van liefhebben)

Met toestemming gepubliceerd. Uit “Gevende Liefde” van Bea Fosmire

Donald Brown keek me aan door zijn stalen brilletje, met pijn en spijt in zijn donkerbruine ogen. ‘Vergeving,’ zei hij, ‘is het moeilijkste deel van liefhebben.’ In de klank van zijn stem lagen verdriet en persoonlijke gekwetstheid besloten.
Hij nam een foto op van zijn bureau en overhandigde die aan mij. “Onze dochter Melanie,” zei hij. “Ze was mooi, vol levenslust en zo pienter als wat – maar dat was voordat…

Op de foto stond een lachend meisje van een jaar of veertien met haar armen om een sint-bernardhond.
“Waar is ze nu?” vroeg ik.
“Dood”, antwoordde hij kortweg.
“Dat spijt me”, antwoordde ik slapjes. Dat klonk nogal afgezaagd; ik wenste dat ik iets beter te bieden had.

Hij sprak verder, bijna alsof hij in zichzelf praatte en ik voelde me alsof ik luistervink speelde bij een privé-gesprek.
“Ik veronderstel dat we de verschijnselen hadden moeten opmerken. Melanie was altijd heel actief geweest in een jeugdgroep maar ze veranderde van vrienden en had veel kritiek op ons.Ze trok zich van iedereen terug, zelfs van haar familie. Waar we vroeger nog met elkaar spraken, maakten we nu alleen nog maar ruzie. Ze was altijd in de verdediging en alle anderen waren haar tegenstanders. Nu ik erop terugkijk durfden we werkelijk nooit onze grootste angst te bekennen – dat Melanie aan de drugs zou zijn. Maar toen mijn vrouw drugs in Melanie’s kamer vond, konden we er niet langer omheen.

Ik confronteerde haar ermee en er ontstond een vreselijke scène. Ze schreeuwde tegen ons en beschuldigde ons ervan dat we in haar privé-zaken hadden gesnuffeld, dat we niets van haar begrepen of om haar gaven. Toen hebben we haar voor de keus gesteld – afkicken, of eruit. Als ze voor het eerste koos, zouden wij haar helpen; koos ze voor het laatste dan behoefde ze niet meer terug te komen.

Welnu, ze vertrok. Ze liet alles vallen – de school, haar huis, het geloof van haar jeugd. Ze ging bij een vriend aan de andere kant van het land wonen en gedurende zes maanden hoorden wij niets meer van haar.
Maar toen kwam ze terug en leek weer wat op haar oude ik.

Ze gaf geen enkele uitleg en wij hebben haar ook nergens naar gevraagd. Ze ging terug naar school en nam een weekend baantje. Ik geloof dat ze echt van plan was om wat orde op zaken te stellen.

Donald nam zijn bril af en wreef over zijn ogen. Hij liep naar het raam en keek naar buiten alsof hij in het verleden staarde.
Toen hij naar zijn bureau terugkeerde keek hij me aan met ogen die smeekte om begrip. Toen keek hij weer naar de foto van zijn dochter.
“Ik weet niet hoe ze weer aan de drugs is geraakt,” zei hij, “maar die tweede keer was het veel erger dan de eerste keer. Ze was volkomen uitgeblust.”
“Mijn vrouw werd letterlijk ziek van alle zorgen en het piekeren. Ik was woedend, maar ik wist niet waarop. Wiens schuld was het?
Waar kon ik terugslaan? Onze drie kinderen keerden zich met afschuw van hun zuster af en ik was bang voor wat ze hun zou kunnen aandoen.

De helft van de tijd was Melanie ‘high’ en was het onmogelijk om met haar te praten. Mijn eigen dochter was een vreemde voor me. Het leek wel alsof ik haar voortdurend uit de moeilijkheden moest halen.
Aanvankelijk probeerden we het feit dat onze dochter verslaafd was te verbergen, maar tenslotte hebben we medische hulp gezocht. Dat was een teleurstellende tijd voor ons. Telkens weer beloofde Melanie dat ze van die rommel af zou blijven, maar het waren loze beloften. Het leek alsof het haar niets kon schelen, alsof niet geholpen wilde worden. Ze vernietigde niet alleen zichzelf, maar ze sleepte ons hele gezin met zich mee. Dat kon ik niet toelaten. Donald zuchtte als om voor zichzelf iets van de pijn te verlichten die onder het vertellen terugkeerde.

Als Melanie zichzelf niet wilde helpen, konden wij het ook niet,’ vervolgde hij. ‘Wat mij betrof was ze een hopeloos geval en ik wilde er niets meer mee te maken hebben. Ik zei haar dat ze weg moest gaan en nooit meer moest terugkomen. Ik vond dat ik geen andere keus had.

Nadat Melanie vertrokken was rouwden we een poosje en toen begroeven wij onze gedachten. Wij moesten onszelf als gezin weer overeind helpen – weer wat plezier in ons leven zien te krijgen. Het was alsof Melanie was gestorven, maar ons leven moest doorgaan.

En toen op een dag – bijna anderhalf jaar nadat ze was weggegaan – ging de telefoon. Het was Melanie. “Pap, ik wil thuiskomen”, zei ze. Ik herinner me nog dat ik een poosje met de hoorn in mijn hand stond, niet in staat om te antwoorden. We hadden dit allemaal al eens eerder meegemaakt. Dat kon ik dus niet nog eens laten gebeuren, dus heb ik opgehangen.

 

Er kwamen meer telefoontjes, die elke keer herinneringen aan hartzeer en ellende opriepen. We begonnen net weer een gezond, gelukkig gezin te worden en ik kon dat door Melanie niet in gevaar laten brengen. Ik weigerde haar in ons leven te laten terugkomen.

Tenslotte kwam ze op zekere dag naar ons huis. Toen ik de deur opendeed en haar daar zag staan, wat magerder en bleker dan ik me herinnerde, werd ik verscheurd door pijn van die lang vergeten liefde.

“Blijf alsjeblieft uit ons leven vandaan”, smeekte ik haar en ik sloot de deur. Ik weigerde haar binnen te laten. Ik leunde met mijn rug tegen de deur en bad God dat zij uit ons leven zou verdwijnen. Ik besefte niet wat ik vroeg.

Ik heb mijn dochter daarna nog maar één keer gezien. Dat was op een zondag ochtend. Wij waren naar de kerk gegaan en het huis was leeg. Ik wist niet dat Melanie nog steeds een sleutel van ons huis had. Hoe dan ook, ze had zichzelf binnen gelaten toen wij weg waren.
Toen wij thuiskwamen vonden wij haar…
Op haar bed, met een leeg flesje slaappillen van mijn vrouw naast haar dode lichaam.’
Zijn stem brak en ik veegde mijn eigen tranen af terwijl hij vervolgde: ‘Melanie was thuisgekomen op de enige manier die haar mogelijk was en deze keer kon ik haar niet weigeren en de rug toekeren.’

Donald schudde zijn hoofd. ‘Ik weet dat ik nooit bevrijd kan worden van de gevolgen van mijn handelswijze. Dit is een litteken dat ik voor de rest van mijn leven zal meedragen. Ik zal nooit vergeten wat ik gedaan heb en dat mag ook niet. Maar ik ben uiteindelijk, na een lange strijd op het punt gekomen dat ik mijzelf kan vergeven.’

Hoe is dat gegaan?” vroeg ik.
Grotendeels met de hulp van mijn dominee’, antwoordde hij. ‘Aanvankelijk vroeg ik mij af of God mij ooit zou kunnen of willen vergeven voor wat ik gedaan had. Ik kende de regels en wat de Bijbel zei over vergeving, maar ik had me daar niet aan gehouden.’

Ik vroeg aan de dominee of God mij zou kunnen vergeven.’
Vergeven waarvoor?’ vroeg hij.
Ik vond dat een belachelijke vraag. Hij wist toch waarom Melanie dood was. Maar later besefte ik dat hij mij door een van de eerste stappen op weg naar vergeving voerde, het erkennen en bekennen van schuld. In mijn hart wist ik wat ik gedaan had, maar ik wilde dat nooit openlijk bekennen. Dat deed ik nu, volkomen, eerlijk en oprecht. Het was een vernederende en pijnlijke ervaring. Ik voelde me naakt.

Iemand heeft mij eens gezegd,’ vervolgde Donald, ‘dat we ons moeten overgeven om te winnen, lijden om beter te worden en dat wij moeten sterven om te leven. Dat geloof ik ook. Toen vroeg de dominee me of ik geloofde dat God mij zou vergeven en ik moest in alle eerlijkheid toegeven dat ik het niet wist. Ik wilde het wel geloven, maar ik was er niet echt zeker van.’

Geloof het nu, Donald’, had de dominee gezegd. ‘Blijf dicht bij God. Bevestig iedere dag opnieuw zijn liefde voor jou en erken Zijn vergeving.’

“Uiteindelijk groeide het besef dat God mij kon vergeven, maar zelfs toen wist ik dat ik mijzelf niet kon vergeven. De schuld bleef maar aan mij knagen en ik beschuldigde mijzelf voortdurend. Ik sprak er vaak met de dominee over. Hij hielp me om te beseffen dat ik door mijzelf niet te vergeven Gods vergeving bespotte en daarom niet aanvaard had. Hij vroeg me elke dag 2 Korintiërs 2:5-11 te lezen, net zo lang totdat ik iets begreep van wat daarvan voor mij de betekenis was.”
Donald sloeg zijn Bijbeltje open.

Ik heb die tekst ontelbare malen gelezen,’ zei hij. Het gaat over de vergeving van een schuldige. Hoe vaker ik die tekst las, hoe vaker ik niet alleen de schuldige werd, maar degene die vergeeft.’ Als er iemand is die mij verdriet heeft gedaan, dan heeft hij niet alleen mij verdriet gedaan maar tot op zekere hoogte – laat ik niet overdrijven – u allen.
De straf die hem door de meerderheid van u is opgelegd, is zwaar genoeg geweest; u kunt hem nu maar beter vergeven en bemoedigen, anders verliest hij nog alle hoop. Daarom roep ik u op hem weer in liefde te aanvaarden. Ik heb u ook geschreven omdat ik te weten wilde komen of u mij werkelijk in alles gehoorzaamt. Als u hem vergeeft, doe ik het ook. En als ik hem iets te vergeven heb, doe ik het omwille van u, ten overstaan van Christus. We moeten er namelijk voor oppassen dat Satan ons niet gebruikt; zijn plannen kennen we maar al te goed. (NBV)

Ik heb er een paar jaar nodig voor gehad’, zei hij, ‘maar stap voor stap leerde ik de vergeving volledig te aanvaarden door mijzelf volledig te vergeven. Het was niet gemakkelijk, maar dat is vergeving nooit. Ik denk dat vergeving het moeilijkste deel is van liefhebben.’

Sedert ik met Donald heb gesproken heeft vergeving voor mij een nieuwe betekenis gekregen. Vergeving wil niet zeggen; bevrijd worden van de gevolgen van onze daden. Het betekent verzoening en hereniging met God. Het is het herstel van een liefdevolle relatie met onszelf en anderen. Niettemin valt verzoening niet gemakkelijk. Veel vergeven mensen gaan nog vaak lichtelijk kreupel door het leven. Maar het goede nieuws van Jezus is dat wij niet kreupel of verminkt behoeven te zijn

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.