Op zijn plaats gezet

Gelukkig is de mens voor wie het een vreugde is te doen wat de Here van hem vraagt. Dag en nacht is hij bezig met zijn woord. Hij lijkt op een boom die aan de oever van een beek staat. Wanneer het jaargetijde ervoor aanbreekt, draagt hij volop vrucht en zijn bladeren verwelken niet. Alles wat deze mens onderneemt, is een succes. (Psalm 1)

“Ik geloof niet in God,” sprak de man terwijl hij geringschattend neerkeek op de gelovige, oude vrouw. “Jouw geloof helpt je geen steek verder. Je hebt net zoveel problemen als ieder ongelovig mens, en bovendien moet je je ook nog eens houden aan al die dingen die God van je vraagt. Ik niet… Ik ben vrij.”

“Je zou het ook anders kunnen zeggen,” antwoordde het oude vrouwtje, “Je bent van God los. En wat schiet je daar nu mee op?”

“Heel veel,” sprak de man geërgerd. “Ik ben mijn eigen baas. Ik kan doen wat ik wil en er is niemand die mij bestraffend aankijkt of me er van langs geeft als ik zogenaamd zondig.”

“Precies,” zei de vrouw. “Van God los. Wat mij betreft ziet jouw levenstocht er uit als een eenzame reis door de dalen en bergen van dit leven, waarin je alles zelf moet oplossen. Ik heb mij aangesloten bij de Herder van mijn ziel die mij naar vruchtbare groene velden leidt.”

De man schudde zijn hoofd. Hij kon gewoon niet begrijpen dat het vrouwtje toch zo dom was om in die sprookjes te geloven. Maar die middag, toen hij langs het huisje van de vrouw liep hoorde hij haar door het open raam bidden. Dat vond de man wel interessant en hij luisterde geboeid.

“Lieve God,” bad het vrouwtje. “Ik heb geen geld om brood te kopen, maar ik heb brood nodig voor het avondeten. Wilt u mij alstublieft helpen.”

 

Toen de man dat hoorde kwam er een gemeen plannetje in hem op. Hij rende naar de bakker, kocht een lekker volkoren brood en nadat hij weer naar het huisje van de vrouw was gesneld, gooide hij het brood door het open raam naar binnen.

Het was even stil, maar toen begon het vrouwtje luidkeels te juichen en God te prijzen. ‘Dank u lieve God. U hebt alweer voor mij gezorgd.’

“Helemaal niet,” brulde de ongelovige man terwijl hij zijn hoofd door het open raam naar binnen stak. “Dat brood heb ik gekocht. Dat heeft niets met God te maken, maar alles met mij, die zogenaamde ongelovige hals.”

Het vrouwtje was even stil, maar begon toen opnieuw te juichen en ze hief haar beide armen ten hemel. “Dank u lieve God, dat u zelfs de duivel gebruikt om in mijn noden te voorzien.”

***

Ken jij een mens die oprecht van de Heer houdt, zijn best doet om het licht van Gods Woord te volgen en zich vasthoudt aan de beloften van Jezus en tegelijkertijd duisternis uitstraalt en in niets lijkt te slagen? Waarschijnlijk niet.

De mens die van God houdt mag rekenen op hemelse kracht en inspiratie. Dat wil niet zeggen dat alles dan gladjes verloopt. Integendeel. Dit aardse leven loutert en vormt ons zodat het beeld van Jezus Christus steeds duidelijker in ons naar voren komt en anderen God in ons gaan herkennen.

Dus, als jij iemand kunt vinden voor wie het een vreugde is om te doen wat God van hem vraagt en dan ziet dat zo’n mens ongelukkig en gebrekkig is, misschien is het dan je goed recht om te twijfelen aan de waarheid van de Psalmen en Gods Woord. Maar zo’n mens zul je niet snel vinden. Sterker nog, dat bestaat gewoonweg niet, want God laat Zijn kinderen nooit vallen en op Hem kun je rekenen.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.