Natuurlijke selectie

Laatst werd mij gevraagd: “Je gelooft toch zeker wel in Darwin en in natuurlijke selectie?” “Het hangt er maar vanaf wat je daar mee bedoelt,” antwoordde ik. Laten wij daar eens wat dieper op in gaan.
Natuurlijke selectie houdt in dat de sterken meer kans hebben om te overleven en voor nakomelingen te zorgen dan de zwakken. Bij vogels bijvoorbeeld overleven de snelste vogeltjes in het nestje eerder dan trage vogeltjes. Ze kunnen sneller bij het eten komen en beter ontsnappen als er gevaar dreigt. De trage vogeltjes sterven dus eerder en uiteindelijk overleven alleen de snelle vogeltjes die vanwege de erfelijkheidsleer ook weer snelle baby vogeltjes voortbrengen.
Natuurlijke selectie. In veel gevallen is daar zeker wat voor te zeggen.
Toch blijkt telkens weer dat deze ‘natuurlijke selectie’ slechts veranderingen aanbrengt in het type van de levensvorm, maar het de DNA nooit wezenlijk verandert en dus nooit een hele nieuwe levensvorm kan voortbrengen. Snelle vogeltjes, slome vogeltjes, vogeltjes met korte snavels en met lange…Maar allemaal zijn het vogeltjes en ze blijven altijd vogeltjes.
Maar er zit ook nog een ander probleem vast aan natuurlijke selectie als het voertuig voor evolutie. Evolutionist John Maynard Smith zegt daar het volgende over:
Een van de dingen die ik mij afvraag en waarop ik geen antwoord heb is hoe het mogelijk is dat natuurlijke selectie het toestaat dat er telkens weer patronen van zelfopoffering in de natuur voorkomen die de kans om te overleven juist dramatisch verminderen. Dit gaat dus eigenlijk tegen onze eigen leer in?
Natuurlijke selectie en de evolutietheorie impliceren dat de natuur in wezen een genadeloos slagveld is. Er heerst een voortdurende strijd tussen alles wat leeft, om te overleven. De zwakkere soorten worden telkens overwonnen door de sterkere en sterven af en alleen het beste en het sterkste evolueert en groeit.
Zo zou het leven dus steeds beter en complexer worden. Eigenlijk is het leven in deze visie dan ook niet meer dan een zelfzuchtige jacht naar het eigenbelang. “Er is geen God, er is geen absolute moraal. Er is alleen ‘natuur’ en we moeten er maar het beste van zien te maken.”
In zo’n gemeenschap is dan ook zeker geen plaats voor zelfopoffering en daar wringt de schoen. Liefde en zelfopoffering hebben niets te maken met strijd om te overleven. Liefde is in zijn beste vorm juist zwak. Liefde is nederig. Liefde geeft zonder te willen ontvangen. Een schepsel dat zichzelf opoffert voor een ander stelt zich kwetsbaar op en dat gaat regelrecht in tegen de grondgedachte van de evolutietheorie.
Misschien sta je snel klaar om in te brengen dat de natuur vol zit met wreedheden en strijd om te overleven ten koste van een ander.

Dat klopt en ook daar zijn veel redenen voor, en daar willen we later maar al te graag wat dieper op ingaan, maar laat ons er op dit moment mee volstaan aan te geven dat de natuur ook boordevol voorbeelden zit van opoffering, gevende liefde en overwinnende zwakte, waarbij zowel mens en dier hun leven in de waagschaal stellen en tegen hun natuur ingaan om een ander te redden.

Een voorbeeld? Laatst las ik over iemand die zomaar een brandend huis binnen ging om een hem volslagen onbekend mens te redden. Wat bezielde hem om zo onverschillig met zijn eigen leven om te gaan? Waarom was de drang om goed te doen zo sterk dat het zijn natuurlijke drift om te overleven tot stilzwijgen bracht?
Waarom spreken die heldenverhalen ons allemaal aan? De filmwereld verdient er een aardige boterham mee.Ook de dierenwereld zit vol met prachtige voorbeelden. Wat te denken van een moederdier dat zich zonder aarzeling tussen haar kroost en een naderend gevaar plaatst om de kleintjes te redden, ook al legt ze er zelf het leven bij neer.
Dat gaat direct in tegen de evolutietheorie, die ons vertelt dat alles draait om het overleven van de sterkste. Is er toch meer aan de hand? Zit er misschien diep van binnen bij elk schepsel iets wat tegen die natuur ingaat en een andere boodschap influistert? De bekende schrijver C.S. Lewis zegt daarover in zijn boek ‘Onversneden Christendom’ het
volgende: Stel je eens voor dat je op een avond door een donkere straat loopt en iemand om hulp hoort roepen. Waarschijnlijk voel je twee emoties. Je voelt het verlangen om te helpen en je voelt ook het verlangen om er zo snel mogelijk vandoor te gaan.
Maar er is behalve deze twee emoties ook nog een derde gevoel, wat als een soort rechter boven die twee eerste emoties hangt; er is de overtuiging dat je het gevoel om weg te rennen eigenlijk moet buiten sluiten en dat je moet helpen, ook al plaats je jezelf daardoor in gevaar. Waar komt dat gevoel vandaan? Is er misschien zoiets als een universele wet die we allemaal instinctief kennen en die ons vertelt hoe we eigenlijk zouden moeten handelen? Een wet die in ieder hart ligt besloten?
In de evolutieleer is geen plaats voor zo’n “universele wet” en zeker niet voor “stemmen die je iets toefluisteren”. Dat klinkt vaag en mystiek. Niet natuurlijk. Je kunt het niet zien. Maar toch lijkt het er op dat ieder schepsel er aan onderworpen is. Je door de evolutie gevormde genen en gevoelens die wanhopig proberen om te overleven hebben er in elk geval niets mee te maken. Je hoeft er natuurlijk niet naar te luisteren. Een mens maakt zijn eigen keuzes en is daar momenteel ook vrij in maar je zou toch op zijn minst moeten toegeven dat niet alles wat ons zo overtuigend als waarheid wordt voorgeschoteld ook
werkelijk de waarheid is. Gelovige mensen gaan er dan ook vanuit dat er wel degelijk een God bestaat en dat die wet ons door Hem is gegeven. Het is een kompas dat wij kunnen volgen om ons veilig door dit stormachtige leven heen te leiden. Bij die groep sluiten wij ons graag aan

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.