Iedere gedachte gevangen

“Het leek wel alsof ik door een zwerm bijen werd aangevallen, maar ik heb ze uitgerookt, ik heb hen neergeslagen in de naam van de Here.” Dat waren de woorden van Koning David in Psalm 118:12, en die geven ons een prachtig plaatje van de geestelijke strijd waar wij regelmatig mee te maken krijgen. Het gaat dan in het bijzonder over de gedachten die ons belagen wanneer wij twijfelen, angstig zijn en onszelf kwellen op momenten dat wij worstelen met het een of andere probleem.

Op zulke momenten, als we overspoeld dreigen te worden door van alles en nog wat, is de vergelijking met een aanval van furieuze, bijtende insecten wel op zijn plaats. Iedere boze gedachte, elke verterende angst, de verstikkende herinnering aan iets dat wij verkeerd gedaan hebben, of het mogelijke kwaad dat ons morgen misschien te wachten staat bezit een giftige angel die ons probeert te verlammen. En daar moet dus iets aan gedaan worden. Maar het is een strijd om met die bijen, die wespen… die horzels van de onderwereld af te rekenen en God verwacht van ons dat wij ons op de juiste manier inzetten en ons wapenen tegen de boze.

Kan God ons niet gewoon een beetje beter beschermen, en die hersenschimmen gewoon bij ons weghalen zodat wij ongestoord door kunnen gaan met wat we aan het doen zijn? Dat zou Hij wel kunnen, maar tegelijkertijd wil God juist dat wij leren hoe wij ons op het slagveld van onze gedachten moeten bewegen, en hoe wij krachtige strijders kunnen worden, en dat kan alleen door ons er voor in te zetten en te leren hoe er mee om te gaan. Als we gestoken worden laat God ons goed zien waar er een gat in onze wapenrusting zit, want als het schild van rust en vertrouwen stevig voor ons staat kan zo’n gedachte ons tenslotte niet verontrusten.

Maar door daar op te letten en dan specifiek af te rekenen met zo’n duistere gedachte, en deze te doden met het zwaard van Gods Geest, kan deze ons ook nooit meer lastig vallen.

Makkelijk is het niet, maar God vraagt van ons om deze lessen te leren. Alleen door zulke gedachten volledig buiten te sluiten, en te weigeren om ook maar een moment te luisteren naar het vaak zo overtuigend klinkende gezoem van die helse insecten, worden wij uiteindelijk niet gestoken.

Er schuilt veel waarheid in de uitspraak dat veel Christenen hun hart aan de Heer geven, maar de controle over hun hoofd liever zelf in handen houden. Maar als je alleen je hart aan God geeft en niet je hoofd, geef je veel ruimte aan de vijand om je zo nu en dan een goede hak te zetten.

Wij moeten onze gedachten voortdurend zuiveren door het filter van Gods Woord en ons laten reinigen door de kracht van God. Als wij dat niet doen, zal de tuin van onze gedachten bepaald geen plaatje van schoonheid zijn, maar meer lijken op een braak liggend veld vol met onkruid en een thuishaven voor ongedierte. Daar zit je als kind van God toch niet echt op te wachten.Het gaat er uiteindelijk dus om dat we leren een onderscheid te maken tussen de gedachten die van onszelf zijn, en welke ons worden ingegeven door de Geest.

De eerste kunnen we maar het beste laten varen, terwijl de tweede ons naar hemelse oorden leiden. Dat is een behoorlijke klus want wij denken tenslotte maar wat graag onze eigen gedachten, die wij dan omlijsten met onze eigen favoriete plaatjes en verbeeldingen, maar veel zoden zet het niet aan de dijk. Hoe minder wij geneigd zijn om te vertrouwen op onze eigen gedachten en hoe meer tijd we nemen om Gods gedachten in ons op te nemen, des te beter God in onze levens kan werken en des te blijer en vreugdevoller onze levens dan beginnen te stralen. Koning David was er druk mee bezig toen hij schreef: “Ik haat de wargeesten, maar ik bemin uw wet.” (Psalm 119:113 Lutherse vertaling)

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.