De botanische tuin

“U moet uw oude menselijke natuur als oude kleren uittrekken, samen met uw vroegere manier van leven die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten. Uw denken moet grondig vernieuwd worden. Sterker nog, u moet een heel nieuw mens worden die alleen voor God leeft, zuiver en goed. Trek een nieuwe natuur aan als een stel nieuwe kleren.” Efeziërs 4:22-24

“Weet je wat ik zo erg vind aan dat Christelijke geloof?” zei de man tegen zijn christelijke collega, Piet. “Jullie Christenen stoppen je kinderen vol met Bijbel poespas. Jij vertelt al die mooie verhaaltjes aan je zoontje alsof ze waar zijn. Maar dat kind van jou is veel te klein om de waarheid te kunnen onderscheiden. Zo’n jochie slobbert alles op en gelooft wat je hem vertelt. Je geeft hem geen eerlijke kans.”

Piet dacht er even over na en zei toen: “Wie weet, misschien wel, maar laat me je mijn botanische tuin eens laten zien.”

“Een botanische tuin?” sputterde de ongelovige man. “Waarom moet ik die zien? Ik wist trouwens niet dat jij van tuinieren hield.”

“Kom nou maar mee,” antwoordde Piet. “Misschien werpt het een wat ander licht op je idee over mijn verlangen om mijn zoontje over God te vertellen.”
De ongelovige man grinnikte. “Nou, vooruit dan maar. Ik ben benieuwd.”

 

 

Toen ze in de tuin van Piet aankwamen nam Piet hem mee naar het verre uiteinde van zijn tuin, een donker plekje achter zijn schuurtje, vlak naast de composthoop.

“Kijk,” zei Piet, terwijl hij naar het stukje grasland wees dat volledig overwoekerd was door onkruid. “Mooi hè. Dat is mijn botanische tuin.”

De man kneep zijn ogen tot kleine spleetjes en bromde: “Wat een onzin. Dat is een rotzooitje en helemaal geen botanische tuin.”

“O, jawel hoor,” zei Piet. “Wacht maar af. Die distels en brandnetels horen daar natuurlijk niet, want dat onkruid heeft gewoon de vrijheid genomen om op te groeien. Maar het zou niet eerlijk zijn om die planten in hun groei te verstoren. Alles heeft tenslotte een eerlijke kans nodig zodat het uiteindelijk zelf de juiste keuzes kan maken, zonder dat ik mijn tuintje daarbij een bepaalde richting op duw.” Hij keek even naar zijn collega en sprak: “Of denk je dat ik misschien toch beter kan ingrijpen en hier en daar wat aanpassingen moet aanbrengen?”

De collega krabde zich achter zijn oren en mompelde tenslotte: “Jij wilt altijd het laatste woord hebben, hè… “

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.