Korte anekdotes over geloof

Het geloof van de roodborstjes
De plantsoenendienst had de opdracht gekregen om bomen te verwijderen uit een straat die verbreed werd. Net toen ze wilden beginnen, zagen de voorman en zijn mannen een nest in een van de bomen, met een roodborstje erin dat op haar eieren zat. De voorman gaf de mannen het bevel om de boom voorlopig maar met rust te laten. Die konden ze later nog wel omhakken.

Toen ze een paar dagen later weer bij de boom kwamen zat het nest inmiddels vol met kleine roodborstjes die hun bekjes enthousiast opensperden. Weer lieten ze de boom met rust. Toen ze later weer terugkwamen omdat de boom nu toch echt tegen de grond moest, vonden ze het nest leeg. Het gezin was opgegroeid en weggevlogen.

Maar er lag iets op de bodem van het nest dat de aandacht van een van de mannen trok; een vuil wit kaartje. Toen hij de modder en de takjes eraf had geveegd ontdekte hij dat het een kaartje van de zondagsschool was waarop stond: “Wij vertrouwen op de Here onze God.”

***

Ze doen niet wat Hij vraagt
Een klein jochie in de achterbuurt van een grote stad werd uitgenodigd op een zondagsschool in een missiepost. Geleidelijk aan werd hij een trouwe kleine Christen. Hij scheen vrij vast te geloven, maar toen kwam er een scepticus op bezoek die niet kon geloven dat zo’n klein jochie echt kon geloven. Hij zou die kleine man wel eens even aan de tand voelen over zijn geloof. Hij vroeg het kereltje op geleerde toon: “En jongeman. Als God dan zoveel van je houdt, waarom zorgt Hij dan niet wat beter voor je? Waarom stuurt Hij niet iemand om je schoenen te geven en een warme jas en beter eten?” Het ventje dacht eventjes na en zei toen met tranen in zijn ogen: “Hij zegt het ook wel tegen iemand, maar die iemand vergeet steeds weer om naar God te luisteren.”

Veilig bij God
Iemand vertelde me eens dat ze wakker werd van een vreemd geluid. Het was een pikkend geluid of iets dergelijks. Toen ze opstond zag ze een vlinder angstig heen en weer vliegen aan de binnenkant van de ruit, terwijl aan de buitenkant een mus heftig op de ruit pikte om te proberen binnen te komen. De vlinder zag het glas niet en verwachtte dat ze ieder moment gepakt zou worden, en de mus zag het glas ook niet en dacht aan een lekker maaltje. Maar al die tijd was de vlinder veilig. Er was geen gevaar. Het was alsof de mus er niet eens was, want het glas tussen haar en de mus beschermde haar. Zo is het ook met een Christen. Satan kan de ziel waar de Heer Jezus Christus voor staat, niet aanraken.

***

God is overal
Het verhaal gaat dat tijdens de grote pestepidemie in Londen van een paar eeuwen geleden, de slachtoffers met duizenden tegelijk stierven en dat alle wegen die de stad uit leidden druk bezet waren door vluchtelingen. Een zwarte knecht was aan het helpen met het bepakken van een rijtuig dat voor een woning stond. Zijn meester, een rijke edelman, liet zijn huis in de stad achter en ging naar zijn tweede huis op het platteland. De knecht zei tegen een andere knecht: “Aangezien mijn heer weggaat uit Londen uit angst voor de pest, neem ik aan dat zijn God op het platteland woont.” Dit was niet sarcastisch bedoeld, want hij was pas uit Afrika gekomen, waar de goden allemaal aan hun eigen plaats en hun godsdiensthuisje gebonden zijn. De edelman, die de opmerking toevallig hoorde, was erdoor geraakt. “Deze onwetende knaap heeft me iets geleerd wat ik haast vergeten was,” zei hij tot zichzelf. “Mijn God is overal. Hij kan me in de stad net zo goed beschermen als op het platteland. Heer, vergeef me mijn gebrek aan vertrouwen.” Hij bleef in Londen en zette zich in voor de zorg aan de slachtoffers, die helemaal alleen en hulpeloos waren, verlaten door hun familieleden en buren. De God op wie de edelman vertrouwde hielp hem er doorheen en de ziekte kwam zelfs niet in de buurt van zijn huis.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.